Ministerie VWS

`Departement niet op orde; opnieuw reorganisatie top van VWS' luidde de kop boven een verslag van een aantal maatregelen die ik van plan ben te treffen ter versterking van het management van het departement van VWS (NRC Handelsblad, 27 maart). Wat is er aan de hand? VWS wordt geconfronteerd met een enorme vraag naar beleid. Het is het departement waarvan het budget bij het regeerakkoord het sterkste is toegenomen. Bovendien is VWS hard bezig met ingrijpende maatregelen op zijn beleidsgebied. Voorbeelden zijn de aanpak van wachtlijsten, het beteugelen van de kosten van geneesmiddelen, de arbeidsmarkt van de 900.000 werkers in de zorg, de jeugdzorg, de kinderopvang en de thuiszorg. Ook allerlei incidenten die op ons afkomen, vragen in toenemende mate onze aandacht. Dat aan de ene kant.

Aan de andere kant heeft VWS het minste aantal directeuren-generaal van alle departmenten. Het merendeel heeft er vier, VWS slechts twee. Om daar meer evenwicht in te brengen, wil ik het aantal directeuren-generaal bij VWS uitbreiden van twee naar drie. De derde DG zal met name de AWBZ onder zich krijgen, inclusief thuiszorg, verpleging, verzorging, gehandicapten etcetera. Daardoor wordt de overvolle portefeuille van de DG Welzijn en Sport ontlast, maar ook van de DG Volksgezondheid. Meer is niet aan de orde, niks reorganisatie. Persoonlijke omstandigheden, zoals die in het artikel zo smeuïg zijn beschreven, spelen hierbij geen rol. Het gaat om de hoeveelheid werk. Het is onzin te beweren dat het departement niet op orde zou zijn.