Luchtmacht vreest represailles Serviërs

Het Nederlandse luchtmachtpersoneel dat deelneemt aan de NAVO-operaties boven Joegoslavië is bang voor Servische represailles jegens familieleden. Ook vreest het personeel dat het `thuisfront' de missies van de F-16-piloten als gevaarlijker gaat zien dan die in werkelijkheid zijn. Daarom is een frequente, goede voorlichting door Defensie geboden.

Met deze indrukken is minister De Grave (Defensie) gisteren teruggekomen van een bliksembezoek aan de Italiaanse basis Amendola, waar het Nederlandse F-16-detachement is gestationeerd.

De Grave had al eerder over de vrees voor Servische represailles gesproken met minister Peper (Binnenlandse Zaken) en de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD). Maar de kans op wraakacties tegen familieleden wordt klein geacht, zei hij gisteren.

De militairen in Amendola, ook de technici en het radarpersoneel, hadden de minister gezegd dat zij ,,zwaar werk'' hebben met hun werk in ,,strakke schema's'' en ,,dag en nacht''. In de eenheid had De Grave geen triomfalisme of een gevoel van ,,dat doen we wel even'' bespeurd, zei hij, en daarover was hij verheugd.

Dinsdag, de eerste dag waarop de F-16's behalve luchtverdedigingswerk ook bombardementsvluchten hadden uitgevoerd, hadden zij aan 24 missies deelgenomen. Wat wil zeggen: elk toestel meer dan één keer per dag.

Omdat er per F-16 thans 1,5 piloot beschikbaar is, zit het Nederlandse detachement, dat van de basis Leeuwarden komt, intussen ,,aan de grens van de mogelijkheden'' voor zover het gaat om de verhouding tussen capaciteit en belasting.

Van de basis Volkel is al nieuw grondpersoneel ingevlogen. Binnenkort krijgt dat versterking van de basis Twente.