Kosovo 3

Het lijkt wel of Europa en de Verenigde Staten in hun bemoeienis met de ontwikkelingen in de Balkan in een fase van een zekere wanhoop zijn beland. De aanval door de NAVO op een van de partijen in het ingewikkelde web van onderlinge conflicten is hiervan een uitdrukking. Een aanval, bovendien, op een soevereine en niet tot het bondgenootschap behorende staat. Dat is geen geringe zaak en strijdig met het handvest van deze organisatie.

Het naar de onderhandelingstafel bombarderen van Miloševic wordt als officieel oorlogsdoel geponeerd. Kan men echter in alle redelijkheid, zelfs van deze `onredelijke' dictator, verwachten dat Joegoslavië vrijwillig erin toestemt dat een vreemde troepenmacht een deel van het land bezet? Het zou bepaald een unicum in de geschiedenis zijn. Dat dit met geweld zou gebeuren behoort tot de onmogelijkheden.

Het is duidelijk dat de NAVO voor een uitermate moeilijk dilemma staat en dat het officieel beleden oorlogsdoel in een heilloze impasse dreigt te verzanden. Eén ding is echter duidelijk: de bevolking van Kosovo, om wie het allemaal begonnen was, is het kind van de rekening. Wat dat betreft kan de aanval op Joegoslavië nu al als een mislukking worden beschouwd. De humanitaire legitimatie ervan heeft immers alleen maar tot een humanitaire ramp geleid. Het is uitermate cynisch om dit af te doen als een onbedoeld gevolg, zoals premier Kok onlangs deed, en verder de goede bedoelingen van de interventie van de NAVO te benadrukken. Dit nog afgezien van het feit dat goede bedoelingen nooit een voldoende grond kunnen zijn voor de rechtmatigheid van de aanval op Joegoslavië.