Hongarije

HONGARIJE NEEMT onder de buurlanden van Servië een wel heel bijzondere plaats in, sinds het nauwelijks twee weken geleden lid van de NAVO is geworden.

Het land is niet alleen het jongste NAVO-lid, maar ook het enige dat direct aan Joegoslavië grenst. Een twijfelachtige eer die de centrum-rechtse Hongaarse regering van premier Orbán met de grootst mogelijke omzichtigheid benadert.

,,Hongarije is een frontlijnstaat'', riep de Amerikaanse bemiddelaar Richard Holbrooke dezer dagen in Boedapest. ,,Maar voor het eerst in duizend jaar staan jullie niet alleen. Zodra Joegoslavië jullie één haar krenkt, zullen alle achttien andere lidstaten jullie te hulp komen.'' Hongarije zou zich dus heel veilig moeten voelen onder de NAVO-paraplu.

De belangrijkste bijdrage die het land op dit moment aan de NAVO-acties geeft, is de openstelling van het luchtruim en militaire vliegbases. Daarbij speelt de Amerikaanse basis in Taszar een belangrijke rol. Deze basis werd in 1995 ingericht om de Amerikaanse troepen in Bosnië te bevoorraden en ligt op nog geen honderd kilometer van de plaats waar de afgelopen week de Amerikaanse Stealth-bommenwerper neerkwam.

Tegelijkertijd stelt Hongarije alles in het werk om directe betrokkenheid bij de NAVO-acties te vermijden. Zo zijn er nadrukkelijk geen Hongaarse soldaten betrokken bij deze militaire operaties.

De Hongaarse positie wordt verder gecompliceerd door de bijna 400.000 Hongaren die vlak over de grens in de Servische provincie Vojvodina wonen. Boedapest voelt zich uiterst verantwoordelijk voor wel en wee van die volksgenoten en is bang dat ze het kind van de rekening zullen worden.

Radicale Serviërs zijn de Hongaren liever kwijt dan rijk. Er is al jaren een soort sluimerende etnische zuivering gaande waarbij de Hongaren plaats moeten maken voor Servische vluchtelingen uit andere delen van het voormalige Joegoslavië.

Toch moeten de jonge etnische Hongaren uit de Vojvodina net zo goed militaire dienst vervullen in Kosovo als andere Joegoslaven. Verzoeken om de etnische Hongaren van deze dienst uit te zonderen omdat ze niets in Kosovo te zoeken hebben, worden afgewezen. In de Vojvodina worden dezer dagen net zo goed jonge dienstplichtigen begraven als in de vele andere delen van het land.

De verwachte vluchtelingenstroom is uitgebleven. In 1991, toen Kroatië en Joegoslavië vlak aan de Hongaarse grens slaags raakten, stroomden tienduizenden vluchtelingen Hongarije binnen.

Ook de Bosnische oorlog bracht enorme stromen vluchtelingen naar Hongarije. Dit keer zond de Hongaarse regering meteen versterkingen naar de grens om mogelijke vluchtelingen op te vangen. Er werden twee kampen ingericht. Maar op dit moment is het aan de Hongaars-Joegoslavische grens omineus stil. Het grensverkeer is beperkt tot een enkele kleine handelaar in een gammele Trabant die een paar liter benzine over de grens brengt.

Intussen wachten meer gefortuneerde Serviërs op verschillende plaatsen in Hongarije rustig af tot het gevaar in eigen land is geweken. In de Zuid-Hongaarse stad Szeged zitten de hotels vol. Het zijn de Serviërs die hun geld de afgelopen jaren veilig hebben weggezet op valutarekeningen in Hongarije.

Sinds het begin van het geweld in het voormalige Joegoslavië heeft het buurland Hongarije zich ontwikkeld tot een alternatief financieel centrum voor kapitaalkrachtige Joegoslaven, die hun eigen geldmarkten in elkaar zagen storten.