Het kloppend hart van Parijse passages

De schilderachtige passages op de rechteroever van de Seine bestaan nog steeds. Ze kennen een kalm en naar binnen gekeerd bestaan. Sommigen zijn dromerig en in goede staat, andere levendiger en minder netjes. Een rondgang langs deze galeries.

Midden negentiende eeuw waren ze al over het hoogtepunt van hun populariteit heen. De brede boulevards met stoep van baron Haussmann maakten de overdekte passage als vlucht- en flaneerdomein voor welgestelde voetgangers achterhaald. Toen de politie ook een einde maakte aan een eeuw prostitutie en gokken, was het met de welvaart van de passages gedaan.

De overdekte passages van Parijs bestaan anderhalve eeuw later nog steeds. Ze leven op de rechteroever van de Seine een geheim leven, kalm, naar binnen gekeerd en tijdloos. En droog als het regent. Een enkele is gerestaureerd en een beetje op z'n paasbest, andere wachten wanhopig op een plan en geld. Intussen blijft hun hart kloppen, als het meezit.

De gaafste en dromerigste zijn die van het Palais Royal en, daar in de buurt, Véro-Dodat, Vivienne en Colbert. De levendigste zijn minder netjes, verder naar het rosse en volkse noorden van de stad: etnische minderheden hebben er bezit van genomen (Brady), tweedehands boekenstalletjes vernauwen de doorgang (Jouffroy) of zijn in beslag genomen door één branche (Caire, etalage-inrichting).

Wie rust zoekt in Parijs kan in allerlei parken terecht (Tuileries, Luxembourg, Jardin des Plantes), maar wie erbij peinzen wil, gaat misschien het beste naar de tuin van het Palais Royal (aan de overkant van het Louvre in de Rue de Rivoli). De tuin is tegelijk koninklijk en prettig provinciaal. Geschoren bomen geven schaduw, om de vijvers staan losse stoelen, die je mag verslepen. Een zandbak voor de buurtkinderen. De omloop is die van een ongelovig klooster. Geen eerste levensbehoeften, maar wel een geurtempeltje van Shisheido en tientallen prenten- en antiquiteitenzaakjes.

Op de kaart rechts onder de paleistuin is de Galerie Véro-Dodat, met een prettig Café de l'Epoque op de hoek en diverse pogingen tot succesvolle boutiques in lippenstift, stoffen, oude poppen en mooi leer. Verder een `chasseur de pierres' met weinig stenen in zijn etalage en een `luthier', die snaarinstrumenten repareert. Het neoklassieke decor is het mooiste.

Wie de tuin van het Palais Royal is doorgelopen naar het noorden komt op de Rue des Petits Champs. Liefst via de Passage des Pavillions, de kleinste van alle passages. Daarna is de keus: links naar de Passage Choiseul, rechts naar de Galeries Vivienne en Colbert. Choiseul heeft het moeilijk. Afprijsmode, schoenen, bh's, een grote tekenmaterialen-winkel en een restaurantje doen wat zij kunnen. Trekpleister, zoals van oudsher in meer passages, is een theater: Les Bouffes Parisiens, waar lachen de norm is.

Colbert en Vivienne, rechts uit de paleistuin komend, zien er spiksplinternieuw uit. Dat zijn ze ook. In de jaren '80 zijn ze aangekocht door de Bibliothèque Nationale, die destijds pal ernaast in de Rue Richelieu zat. De twee passages waren zo vervallen dat alleen herbouw zinvol was. De uit zijn gebouw barstende bibliotheek won bij die operatie 17.000 m². Inmiddels is de `bibliotheek van het jaar 2000', Mitterrands laatste faraonitische bouwwerk, aan de Seine, tegenover Bercy in bedrijf. De oude bibliotheek moet een nationaal kunsthistorisch centrum worden, dat op zich laat wachten. Het auditorium, de boekwinkel en de tentoonstellingsruimte van de Bibliothèque Nationale liggen er in de Galerie Colbert wat verlaten bij. Het restaurant Le Grand Colbert, met zijn koper en palmen, blijft mooi, ook al kan de keuken langzaam zijn. Vivienne maakt het iets beter: een superspecialist op het gebied van kurkentrekkers, een winkel met `actief speelgoed' en steeds meer mode houden de zaak boven water. De trendy Jean Paul Gaultier-boutique over twee verdiepingen trekt koopkrachtig volk.

Via de Rue Vivienne, langs de Beurs en de Rue Feydeau komt men in de Passage des Panoramas. Een passage uit de tussencategorie. Er is van alles te doen, maar het aanzicht is wat morsig. Een fris ogend nieuw restaurant (Les Coulisses) heeft er niettemin vertrouwen in, schuin tegenover het Théâtre des Variétés. Een prachtige theewinkel (L'arbre à canelle) is de omweg waard. Verder veel filatelie en een bar in de vorm van een treinwagon.

Steek de Boulevard Montmartre over, laat het Hard Rock café links liggen en dring door tot de Passage Jouffroy. Een gemoedelijke patissier geeft gelegenheid tot thee en de hoofdprijs gaat naar een winkel in poppenhuizen en kinderserviezen (Pain d'Epice). Daar tegenover maakt Thomas Boog chinoiserieën van schelpen (voor luxe badkamers). Aan het schijnbare eind van de galerie ligt Hotel Chopin (4 à 500 FF) decoratief te wachten op kenners. Om de hoek gaat de passage door met boekenstalletjes, waar nog oude Babars liggen. Steek de Rue de la Grange Batelière over en loop verder in de Passage Verdeau, met meer gebruikte boeken en een mooie handwerkwinkel (Le Bonheur des Dames).

Het is even lopen, maar een aantal blokken naar het oosten ligt, loodrecht op de Boulevard Sébastopol, de Passage Brady. Voor wie van Indiaas en Pakistaans eten houdt een must, voor de lunch of een vroege avondmaaltijd (al vanaf 19.00 uur). De heren gérants lokken de slenterende voorbijgangers om het hardst. Niet duur en lekker (La Reine de Kashmir en vele andere). Wie hier niet kookt knipt: 40 francs voor een herenhoofd, 13,44 gulden.

Via de Rue Saint Denis zuidwaarts (zigzaggend tussen de dames die het begrip oude hoer nieuwe glans geven), zijn nog een aantal passages te vinden: onder andere Caire, Ponceau en de mooi gerestaureerde Grand Cerf. Bij de laatste om de hoek is een prettig uitrustcafé, waar alle bric à brac op tafel en aan de muur te koop is (Le Dénicheur, Rue Tiquetone). Op de andere hoek is een Engelse pub om alles te vergeten.

Schilderachtig maar een aflopende zaak, zou de conclusie van een rondtocht langs de resterende overdekte passages van Parijs kunnen zijn. Totdat men de geheel gerenoveerde Passage du Havre, schuin tegenover het Gare Saint-Lazare ziet. Over twee verdiepingen verdringen alle winkelketens van iedere Franse binnenstad zich. Met de FNAC boeken- en platensupermarkt als bewijs van rentabiliteit. Winkelen zonder uitlaatgassen is heel modern.