Franse zorgen over Balkan nemen toe

De Franse regering heeft het moeilijk met de Kosovo-crisis. Niet alleen de `reactionairen van links' hebben kritiek, ook de communisten in de regering zelf beginnen zich te verzetten.

`Reactionairen van links' noemt het weekblad Le Nouvel Observateur ze vandaag. Franse intellectuelen, wier handelsmerk is dat ze links zijn, nemen steeds meer behoudende standpunten in. Tegen het verlies van Frankrijks identiteit, tegen globalisering en amerikanisering, en vandaag tegen de Kosovo-operatie van de NAVO. Linkse mensen tegen de linkse regering-Jospin.

Voorop Le Monde van vandaag pakt een van deze nieuwe republikeinen het verschijnsel frontaal aan. Régis Debray, eertijds Castro-croonie en later wereldadviseur van president Mitterrand, krijgt kolommen ruimte om Europa te verwijten een continent van slaapkoppen te zijn. Zonder een eigen visie te ontwikkelen laten zij zich meeslepen aan de leiband van Amerika's obsessies. En passant krijgen de Verenigde Staten de eer de etnische zuivering te hebben uitgevonden, in de telegenieke vermomming van de `quest for the West'.

Ook Lionel Jospin en zijn ministers doen volgens Debary mee aan de imagovervalsing die het zinloze optreden in Joegoslavië moet rechtvaardigen. Debray gaat tegenwoordig door voor mediakenner. Met veel simplificaties, waar zijn anti-idolen uit Hollywood en CNN-land voor zouden terugdeinzen, sabelt hij de NAVO-acties neer: ,,Force Déterminée, Force imbécile?''

Zolang het verzet zich afspeelt op de opiniepagina's, is er weinig aan de hand. Maar sinds gisteren hebben de meeregerende communisten hun gebrom omgezet in officieel geformuleerde bezwaren. Geen sprake van uit de regering stappen, maar wel de anti-Amerikaanse toon opvoeren en vooraan lopen bij demonstraties, waarbij Franse Serviërs het hoogste woord voeren. L'Humanité (sinds kort geen partijblad meer) klaagde gisteren dat de vredesmissie in Belgrado van Ruslands premier Primakov te weinig aandacht had gekregen in Frankrijk. Toen de mislukking al bekend was. Het klonk alsof de jaren vijftig terug waren.

Dominique Voynet, leider van de Groenen en minister van Milieu, heeft zich gisteren in de ministerraad zachtjes aangesloten bij het koor der zorgelijken. De linkse republikein Jean-Pierre Chevènement deed het wat luider. Hij heeft ook een reputatie hoog te houden: Chevènement stapte al tijdens de Golfoorlog uit de regering – zijn onvermoeibaar ijveren voor Saddam Hussein heeft hij nog niet herhaald voor Miloševic.

Voor premier Jospin kan de situatie riskant worden. Hij wijst steeds op de kern van de zaak: de gruwelen bedreven in Kosovo zijn het onderwerp, niet de NAVO. Maar in eigen land moet hij de hoon trotseren van de rechtse partijen. Die zagen zich tot nu toe gedwongen zwijgend mee te lopen in het cortège van nationale verontwaardiging, achter `hun' president Chirac en dus de regering-Jospin. Nu de communisten oppositie voeren binnen het regeringskamp, hebben zij vrij schieten. ,,Het is ondenkbaar dat dit land, terwijl het in oorlog is, wordt bestuurd door een regering die verdeeld is over de oorlog zelf!'', scoorde RPR-leider Séguin.

De reactionairen van links zijn nog niet zo talrijk, maar ze hebben veel stem. Ze horen ook lang niet allemaal tot de protestbraderie die de Europese lijst van de communistische partij sieren. Het zijn wel mensen die aandacht vragen en krijgen in de media, met meningen, boeken en bewegingen. De socioloog Pierre Bourdieu, de Napoleon-biograaf Max Gallo (eens woordvoerder van het mitterrandisme), de filosoof Alain Finkielkraut (laatste boek Ingratitude, over de ondankbaarheid van het heden voor het verleden), de schrijver Michel Houellebecq (controversieel en bekend om zijn anti-mei-'68-roman Les particules élémentaires) en in zekere zin ook Elisabeth Badinter (de feministe die zich verzet tegen bevoordeling van vrouwen in het kiesstelsel).

Niet dat al deze mensen zich over Kosovo hebben uitgesproken. Finkielkraut was gisteren zelfs met acht andere intellectuelen de gast van president Chirac om Balkan-zorgen uit te wisselen en uiteindelijk de luchtacties te steunen. Wat deze mensen bindt is, in de woorden van Jacques Julliard van de Nouvel Observateur ,,dat zij links zijn of waren, en dat zij het gevoel hebben dat verandering niet noodzakelijkerwijs vooruitgang is, en vaak decadentie inluidt.'' Lionel Jospin en Jacques Chirac vertegenwoordigen in die visie ongeveer even sterk het verderfelijke liberalisme en mondialisme.