Fondsen tegen hoger bod NIB

De pensioenfondsen ABP en PGGM weigeren hun bod van 4,1 miljard gulden op de Nationale Investeringsbank (NIB) te verhogen, hoewel de koers van het aandeel een hogere waarde veronderstelt.

Het bod blijft 29,95 euro (66 gulden) per aandeel. De slotkoers van gisteren lag daar met 33,30 euro zo'n 10 procent boven. De pensioenfondsen schrijven de koerssprong van de laatste weken toe aan ,,speculatieve activiteiten van arbitrageurs'', aldus het hoofd beleggingen, Jean Frijns, van het ABP vanochtend bij een toelichting op het bod. Vanochtend daalde koers op de beurs met 2,30 euro naar 31 euro.

Twee grootaandeelhouders van de NIB (500 werknemers) hebben aangegeven niet bereid te zijn hun belang van de hand te doen voor minder dan de `marktwaarde'. Bestuursvoorzitter G. van der Lugt van de ING Groep, die 21,6 procent van NIB bezit, zei gisteren dat elk bedrijf op basis van de beurskoers een marktwaarde heeft: ,,Bij een bod beneden de marktwaarde, zullen wij niet erg enthousiast reageren.'' Ook Fortis, eigenaar van 5,4 procent, heeft zich in soortgelijke bewoordingen uitgelaten.

Opmerkelijk is dat ING-topman Van der Lugt als commissaris van de NIB zich achter het bod heeft geschaard. ,,Als commissaris dient hij het belang van de NIB'', zei Frijns van het ABP. ,,En in een andere functie kan hij het belang dienen van een andere financiële instelling.''

De twee pensioenfondsen, die samen bijna 400 miljard gulden beheren, noemen de overname van NIB zowel een belegging als een strategische investering. Via de NIB hopen de fondsen bijvoorbeeld meer te kunnen doen in participaties in bedrijven en in complexe financieringsconstructies, zoals lease van kapitaalgoederen en grote infrastructuur-projecten, een markt die wordt beheerst door Angelsaksische zakenbanken.

Het bod van 4,1 miljard gulden is een premie van 35 procent boven de beurswaarde van NIB op de dag voordat het bod openbaar werd gemaakt (de slotkoers van 23 december). Ook volgens diverse andere rekensommen die bij de toelichting werden gepresenteerd zou het bod fair zijn. Zo geeft het bod de NIB – half bank, half participatiemaatschappij – een koers-winstverhouding van 15,2.

,,We hebben de prijs uitonderhandeld met de belangrijkste aandeelhouder, de staat'', vertelde directeur beleggingen R. Munsters van PGGM. ,,En reken maar dat dat pittige onderhandelingen waren.'' De staat is bereid zijn belang van 50,2 procent in de NIB aan de pensioenfondsen te verkopen: 35,2 procent nu een 15 procent over vijf jaar.

De beidingstermijn sluit op 29 april. De fondsen doen het bod gestand als er minimaal 75,0 procent van de aandelen worden aangeboden, waarbij de 15 procent die voorlopig bij de staat blijft wordt meegerekend.