De wraak van de geslagen honden

Op welke beurzen, en met welke aandelen, konden beleggers in het eerste kwartaal van dit jaar het hoogste rendement op aandelen halen? Maar al te vaak in de hoek waar in 1998 nog de grootste klappen vielen.

Waar had de belegger moeten zijn in het eerste kwartaal van 1999? Niet in het hart van Euroland, zoveel staat vast. Hoewel januari van start ging met een enorme koerssprong, was de prik er op de meeste Europese beurzen snel uit. De aandelenwaarderingen waren al hoog, het renteklimaat deed per saldo weinig, en met name de economische vooruitzichten van Duitsland verslechterden zienderogen.

Europa was goeddeels uit de gratie, en dat was ook af te lezen aan de koers van de euro. De nieuwe Europese munt bereikte in de eerste week na zijn lancering nog een koers van 1,18 dollar per euro, maar viel daarna ver terug, naar 1,07 dollar per euro deze week.

President Duisenberg van de Europese Centrale Bank sprak vorige maand het vermoeden uit dat de stijging van de dollar ten koste van de euro voor een belangrijk deel het gevolg is van een `switch' van Europese naar Amerikaanse kortlopende beleggingen. Dat zou ook kunnen verklaren waarom Europese aandelen, en met name Nederlandse, nauwelijks hebben geprofiteerd van de ruim tien procent hogere dollarkoers. Het argument werkt andersom: zonder het effect van de hogere dollar zouden de beurskoersen in continentaal Europa misschien nog wel slechter hebben gepresteerd dan nu het geval is.

De Angelsakische coup is te zien aan de beurzen in Canada, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Die stegen, in euro's gerekend, gedrieën met 14,5 procent. Niet dat de bedrijfswinsten er beter waren dan in Europa. Maar gegevens over het vierde kwartaal van 1998, en bemoedigende tekenen over het juist afgesloten eerste kwartaal hebben duidelijk gemaakt dat de gevreesde economische terugval in 1999 daar wellicht niet zo erg is of, in het geval van de VS, er misschien wel helemaal niet van komt.

De werkelijke winst was te behalen in de continenten waar in 1998 de grootste klappen vielen: Latijns Amerika en Azië. De Aziatische beurzen waren al behoorlijk opgekrabbeld aan het eind van 1998, en voegden daar per saldo in het eerste kwartaal van dit jaar flinke koersstijgingen aan toe. Mexico en Chili, die flink waren meegesleept door de val van de Braziliaanse real, herstelden spectaculair. En de hoop dat Brazilië de valutastorm redelijk doorstaat heeft de prestaties van de beurs van Sao Paulo en die van het nauw met Brazilië in verband gebrachte Argentinië gered. Grote verliezer is overigens Venezuela, waar de koersen in euro's omgerekend met een zesde kelderden.

Ook in Azië is het beeld zeer positief, maar wel divers. De prestaties van Indonesische aandelen zijn gered door een stijging van de roepia met tien procent tegenover de dollar en twintig procent tegenover de euro, en ook Thaise aandelen herstelden nauwelijks. Maar de geslagen honden van 1998, Hongkong, Singapore en Seoel, die de bulk uitmaken van de beurswaarde van Azië (exclusief Japan) deden het uitstekend. Dat geldt ook voor Japan. Traditioneel wordt het Nikkei-gemiddelde in de aanloop naar 31 maart, het einde van het Japanse boekjaar, met kunst- en vliegwerk opgetild om de boekverliezen op aandelen bij Japanse banken een draaglijker aanzien te geven. Maar veel beleggers zijn er nu van overtuigd dat de stijging van de beursindex duurzamer zal zijn. Maar ook die hoopvolle verwachting is een jaarlijkse traditie aan het worden.

Zo is het eerste kwartaal goeddeels samen te vatten als de wraak van de geslagen honden. Geldt dat ook op een lager niveau, binnen de Amsterdamse beursindex? In zekere zin wel.

De top drie van winnaars van 1998, Aegon (155 procent koersstijging), Heineken (100 procent) en KPN (88,7 procent) daalden in het eerste kwartaal flink. De geslagen honden van 1998, Hoogovens (-37 procent), ASML (-14 procent), Elsevier (-13 procent) en Koninklijke Olie (-16 procent), zijn nu terug te vinden in de top van stijgers in het eerste kwartaal.

Elk fonds heeft zijn eigen verhaal. Automatiseerder Baan viel in 1998 uit de gratie, en bleef dat ook in het eerste kwartaal. Ahold kon in 1998 niet stuk en steeg ook in het eerste kwartaal verder. Maar wat over de gehele breedte opvalt is dat hooggewaardeerde aandelen het minder goed deden dan de AEX-index, terwijl laaggewaardeerde aandelen juist gemiddeld beter presteerden.

Daarmee zou het eerste kwartaal van 1999 een waterscheiding kunnen betekenen. `Growth', het beleggen op basis van groei en bestendigheid van de winst per aandeel, heeft even plaatsgemaakt voor `value', het beleggen op basis van over- of onderwaardering van een aandeel op de beurs. Value-aanhangers hebben de afgelopen jaren herhaaldelijk op hun neus gekeken. De winnaars op de beurs bleven het snelst stijgen, en de achterblijvers zagen hun achterstand juist steeds verder oplopen. Een van de meest bekende `value'-aanhangers, de Amerikaanse meesterbelegger Warren Buffet, maakte vorige maand openlijk excuus tegenover de aandeelhouders van zijn beleggingsfonds Berkshire Hathaway over zijn gemiste kansen in 1998. Misschien haalt Buffet dit jaar zijn revanche.