De stille triomf van de doodwroeters

Nederland mag zijn poldermodel hebben, België heeft zijn Belfortmodel, vernoemd naar de oude Vlaamse torens. En Vlaamse politici wijzen er fijntjes op dat hun model minstens zo goed werkt als het Nederlandse. Vlaanderen is het land van de ondernemers, zegt men, in tegenstelling tot Wallonië, dat overheerst wordt door een arbeiderscultuur. En Vlamingen zijn harde werkers.

Het zal verbeelding zijn, maar het lijkt alsof er een ziekenhuisgeur hangt tussen de gebouwen van Janssen Pharmaceutica, een farmaceutisch bedrijf in de Antwerpse Kempen. Om niet te verdwalen op het 50 hectare grote terrein krijgen bezoekers bij de ingang een plattegrond die leidt langs kantoren, een proeffabriek en een chemisch research centrum. Achter een van de vele parkeerplaatsen wordt gebouwd aan nog een onderzoekscentrum, waarvoor premier Dehaene onlangs de eerste steen legde.

Janssen Farmaceutica is een paradepaardje van de Vlaamse economie. Begonnen in 1953 als privé-bedrijfje van Paul Janssen (dokter Paul, voor de werknemers) is het uitgegroeid tot een wereldwijde onderneming met alleen al in België ruim vierduizend werknemers en veertig vestigingen in het buitenland. In het administratiekantoor laat het hoofd van de pr-afdeling, Raf Hermans, de statistieken voorbij flitsen. Janssen Pharmaceutica had in 1997 een omzet van 35 miljard frank. Sinds de oprichting zijn er ruim 75 medicijnen uitgevonden. Jaarlijks komen er alleen al in de Vlaamse vestiging zo'n 190 arbeidsplaatsen bij.

Vlaanderen telt relatief veel hoogtechnologische ondernemingen als Janssen. Van alle regio's van de Europese Unie is het gewest het op twee na meest gespecialiseerde in sectoren als elektronica en farmaceutica. Dankzij deze kennisintensieve bedrijven en de vele Vlaamse kleine en middelgrote ondernemingen is het aantal banen in Vlaanderen de laatste jaren flink gestegen. Er mag dan een ander beeld zijn ontstaan, na ophefmakende sluitingen van buitenlandse fabrieken zoals twee jaar geleden van Renault in Vilvoorde, maar volgens de Vlaamse minister van Economie, Eric van Rompuy, zijn er sindsdien netto 50.000 arbeidsplaatsen bij gekomen.

Het gaat goed met Vlaanderen. De regio behoort tot de meest welvarende van Europa. De werkgelegenheid groeit, het aantal buitenlandse investeringen ligt hoog, het aantal ondernemingen stijgt. In navolging van het Nederlandse poldermodel wordt al gesproken van het `belfortmodel', met een verwijzing naar de typisch Vlaamse torens, symbolen van zelfstandigheid en welvaart. De term werd geboren op het Brusselse hoofdkantoor van de Christelijke Volkspartij (CVP), de grootste partij van België. Hier werd ook een studie opgesteld `het gaat goed in Vlaanderen', waar het economische succesverhaal aan de hand van cijfers wordt geïllustreerd. Zo'n studie was nodig, meent econoom Hans Eyssen, want andere partijen en de media maken ,,misbruik van de natuurlijke bescheidenheid van de Vlamingen om de indruk te wekken dat bij ons alles slecht gaat, en in het buitenland alles beter is''.

Lustig wordt vergeleken met Nederland. Het bruto binnenlands product per inwoner ligt 7 procent hoger. De economische groei sinds 1985 bedraagt in Vlaanderen 2,3 procent tegenover 2,1 in Nederland. In Vlaanderen werden in 1997 ruim 33.000 ondernemingen opgericht: in verhouding tot het aantal inwoners meer dan in Nederland. In hetzelfde jaar wisten België en Luxemburg samen twee keer zo veel buitenlandse investeringen te trekken als Nederland, Duitsland of Canada. Het werkloosheidscijfer in Vlaanderen ligt met 8 procent weliswaar hoger, maar omdat in Nederland meer in deeltijd wordt gewerkt zou het aantal voltijdse arbeidsplaatsen toch groter zijn.

Minister Van Rompuy stelde onlangs tevreden vast dat de levenstandaard in Vlaanderen tot de hoogste van Europa hoort. Belgen geven veel geld uit aan hun (eigen) woning en ze sparen veel. De netto spaarquote lag vorig jaar op 14,5 procent van het gezinsinkomen. Wel wordt er minder collectief gespaard dan in Nederland met zijn pensioenfondsen.

De kracht van de Vlaamse economie zijn de kleine en middelgrote ondernemingen. Ruim 95 procent van de bedrijven heeft minder dan vijftig werknemers. Ze zijn actief in industrie, handel en diensten. Ook de havens van Antwerpen, Zeebrugge en Gent dragen bij aan de bloei van de economie, die sterk exportgericht is: de Vlaamse uitvoer bedraagt 85 procent van het bruto binnenlands product. Grote buitenlandse bedrijven als Renault mogen wegtrekken uit Vlaanderen, de buitenlandse investeringen in bijvoorbeeld de Antwerpse petrochemie liggen nog altijd hoog.

Vlamingen staan bekend als `doodwroeters', harde werkers. Op gebied van arbeidsethos, opleidingsniveau en talenkennis scoren ze hoog. In verhouding tot Nederland wordt weinig gewerkt via uitzendbureaus. Werkte in 1995 in Nederland 2,7 procent van de totale actieve bevolking via uitzendbureaus, in België was dat 1,1 procent. Maar Vlaanderen kent eigen vormen van flexibiliteit. Zo wordt veel in ploegen en 's nachts gewerkt, zodat er meer continue productie is. De productietijd behoort tot de hoogste in Europa. Bij Janssen Pharmaceutica wordt bijvoorbeeld 24 uur per dag gewerkt aan de productie van speciale pleisters die werken als pijnstillers, waar veel vraag naar is.

De rijkdom van Vlaanderen wordt geëtaleerd in Sint-Martens-Latem, een lommerrijk dorp ten zuiden van Gent met vele vrijstaande villa's. In deze plaats aan de Leie, ook wel de gouden rivier genoemd, woonden rond de eeuwwisseling kunstenaars als de beeldhouwer George Minne en de schilder Constant Permeke. Nu is dit de welvarendste gemeente van België, gerekend naar het belastbaar inkomen per hoofd van de bevolking: in 1996 571.900 frank tegenover een Vlaams gemiddelde van 407.000 en een Waals gemiddelde van 360.000 frank.

Op de toptien van rijkste Belgische gemeenten staan slechts twee Waalse namen: op de vierde en een gedeelde tiende plaats. Tot in de jaren vijftig lag het inkomen in Wallonië hoger dan in Vlaanderen, inmiddels zijn de rollen omgedraaid. Van het rijke Waalse industriële verleden is nog maar weinig over. Nu is het percentage van de bevolking dat in de industrie werkt in Vlaanderen groter. De Waalse industriële as van Samber en Maas is bijna verdwenen. De industrie-as is verschoven naar Vlaanderen: van de Kempen, via de havengebieden naar de textielindustrieën in het westen. Volgens Eyssen heerst in Wallonië nog altijd een werknemerscultuur, terwijl Vlaanderen een gewest is van ondernemers. ,,Vanuit een arbeiderscultuur is het moeilijk de stap te zetten naar meer ondernemerschap.''

Zelfs de oude textielindustrieën rond Kortrijk en Gent zijn er in geslaagd de omschakeling te maken naar moderne bedrijven. Ze hebben hun toevlucht gezocht in hoogtechnologische productie. In futuristische fabriekshallen wordt geweven door machines waar alleen af en toe een onderhoudsmonteur aan te pas komt. De werkgelegenheid is er grotendeels verdwenen, toch zijn ze wereldmarktleider op gebied van bekleding van autostoelen en vast tapijt.

Omdat binnen de Belgische economie het aandeel van Vlaanderen steeds groter wordt, gaan er stemmen op om de twee regio's te scheiden of in ieder geval de financiële solidariteit met Wallonië te verminderen. Maar Eyssen waarschuwt dat het verzwakken van je buur nooit goed kan zijn. ,,Het is in het belang van Vlaanderen dat het beter gaat in Wallonië.''

Het Vlaamse succesverhaal kent zijn zwakke kanten. Het aantal arbeidsuren per jaar voor een voltijds werknemer is uitzonderlijk laag en de loonlasten behoren tot de hoogste ter wereld. Bij Janssen Pharmaceutica bijvoorbeeld beliepen in 1997 de totale loonkosten 9,3 miljard frank, de nettolonen 3,6 miljard. De overheid tracht de lasten te verminderen, met een maximum loonstijging en vermindering van de werkgeversbijdrage in de sociale zekerheid.

,,De regering heeft inderdaad inspanningen gedaan, met name voor bedrijven waar het aantal arbeidsplaatsen groeit'', erkent Hermans. ,,Nu zouden die maatregelen ook moeten gaan gelden voor andere bedrijven. Maar het is afwachten hoe dat uitpakt.'' Een kennisintensief bedrijf als Janssen zal niet snel verhuizen naar een lagelonenland. ,,Het gaat bij ons niet om het even in elkaar naaien van een broek, maar om een bedrijf in een hoogtechnologische omgeving. Dat verplaats je niet zomaar.''

Maar de hoge loonlasten zijn wel een reden waarom de auto-industrie uit Vlaanderen dreigt te verdwijnen. Ook na de sluiting van Renault worden er nog altijd de meeste auto's per hoofd van de bevolking geproduceerd. Maar meer saneringen dreigen. Bij Volkswagen in Vorst zijn onderhandelingen tussen vakbonden en directie over een herstructurering al enige tijd aan de gang. Problemen zijn er ook bij Ford in het Limburgse Genk. Als deze fabriek met zijn dertienduizend werknemers zou sluiten, wordt een sociale ramp voorspeld vergelijkbaar met de sluiting van de mijnen.

Bedrijven noemen ook als handicap ten opzichte van het buitenland dat er in België nog steeds een automatische koppeling bestaat tussen lonen en prijsindex. ,,Bij aanvang van de onderhandelingen is de werkgever al 2 procent kwijt, terwijl men in het buitenland bij nul begint'', rekent Hermans voor. Een nieuw probleem is dat van de bruggepensioneerden (vutters). De royale afvloeiingsregelingen, die soms al vanaf 50 jaar gelden, leiden tot een tekort aan ervaren arbeidskrachten. Volgens minister Van Rompuy hebben bedrijven al spijt betuigd over het laten afvloeien van oudere werknemers. Hun ervaring zou goed van pas komen in een economie die steeds technischer wordt. Krapte op de arbeidsmarkt is er ook voor goed geschoolde werknemers. Bij Janssen Pharmaceutica dreigt een tekort aan scheikundigen. Andere `knelpuntberoepen' zijn informaticus, ingenieur, verpleegkundige en geschoold bouwvakker.

Een ander nadeel is inherent aan de typisch Vlaamse bedrijfsstructuur met zijn vele zelfstandige familiebedrijven. Deze ondernemingen zullen niet snel inspelen op nieuwe kansen, als ze daarvoor veel extern kapitaal nodig hebben. Janssen Pharmaceutica is een uitzondering op de regel. De oprichter verkocht al in 1961 zijn bedrijf, dat helemaal rond hem draaide, aan het Amerikaanse Johnson & Johnson. Een probleem dat in de toekomst opdoemt is de vergrijzing, die in Vlaanderen meer invloed zal hebben dan in Wallonië of Nederland. Vanaf 2010 zal het aantal gepensioneerden aanzienlijk stijgen. Nu al spaart de Vlaamse overheid om de kosten op te vangen.Zoals elders in Europa zijn ook in België de gevolgen merkbaar van de crisis in Azië. Het IMF stelde deze week de groeiverwachtingen voor 1999 bij van 2,2 procent naar 1,9 procent. Voor Vlaanderen zou dat ongeveer een halve procent hoger liggen. Ook bij Janssen Pharmaceutica zijn de gevolgen voelbaar. ,,Hoewel, er zijn mensen die beweren dat er in tijden van recessie misschien juist meer medicijnen worden gebruikt'', lacht Hermans. De rem op de groei weerhoudt CVP-politici er niet van de Vlamingen te doordringen van het succes van hun belfortmodel. Met ronkende leuzen gaan ze de verkiezingen van juni in. Zoals: `Ja, de Vlaming verdient 7 procent meer dan de Nederlander.'