De Balkanwetten van A. den Doolaard

Na zijn dood, in 1994, werd er weinig meer van A. den Doolaard vernomen. Menigeen had hem al veel eerder afgeschreven. Martin van Amerongen noemde hem een `bereisde Roel' die zich inbeeldde dat hij de ziel van de Balkanmens kon peilen. Literaire critici hadden nooit veel op met zijn `vitalisme' en `journalistieke stijl'. Kees Fens brak de staf over een van Den Doolaards laatste romans; hij noemt hem een `grootmeester van de gemeenplaats' en krijgt het zuur van `eindeloze beschrijvingen van sneeuw en andere barheden, van bergen, dalen, wouden en Balkankoppen'.

Maar zie, het kan verkeren. Dezer dagen kwam ik de schrijver enige malen in de media tegen. In het Journaal begon een verslaggever zijn verhaal met de mededeling dat hij zich in het `land achter Gods rug' bevond, zoals `Den Doolaard Monte Negro had genoemd'. In een landelijke krant werd hij opnieuw geciteerd, ditmaal door een Albanees die naar Nederland was gevlucht: `Een Serviër heeft liever dat zijn eigen koe doodgaat dan dat de koe van zijn buurman een kalf krijgt.' Een beeld dat aardig overeenstemt met de berichten die ons uit het Joegoslavische wespennest bereiken.

Zijn uitgever had al eerder gezien dat Den Doolaards oeuvre nog niet verouderd was. `Nu de volkenmoord in de Balkan in alle hevigheid is opgelaaid, is dit boek actueler dan ooit', liet hij in 1994 op de omslag van `Oriënt-Express' afdrukken.

Dat Den Doolaard goed thuis was in de lokale topografie blijkt wel uit een beschrijving als de volgende: `Van de Korab tot de Belasjitsabergen, over de akkers bij Serres, het golvende Ovtsa Polje, bij Sjtip, over de vlakte van Kavadartsi en het Pelagonische land voorbij Prilep ...' Je kunt je voorstellen met welk een afkeer een huismus als Kees Fens naar dergelijke zinnen staarde.

In zijn boeken wemelt het van volken en volkjes die op gespannen voet met elkaar staan; van heetgebakerde typen die het oog-om-oog tand-om-tand hoog in het vaandel hebben staan. `De Herberg met het Hoefijzer' speelt zich af in de Balkan, `een van de wildste gebieden van Europa', zoals de flaptekst luidt. De precieze locatie is het bergland van Noord-Albanië. `Uw eer is niet onze eer', zegt een inwoner tegen de Engelse hoofdpersoon. Een pater waarschuwt hem zich niet met de lokale stammentwisten in te laten: `Ik zou u willen raden de etnografie hier met grote voorzichtigheid te beoefenen.'

In `Het land achter Gods rug' wordt gesproken over `Serviërs, die de Kroaten haten, Kroaten die de moslimse Bosniërs verachtelijk aankijken, Macedoniërs die door iedereen als een minder soort mensen behandeld worden en de trotse Montenegrijnen die doen of zij alleen op de wereld zijn'. Maar zodra het land van buitenaf wordt aangevallen, sluiten de rijen zich. Zo vocht men in de laatste vijf eeuwen zevenenzeventig oorlogen tegen vreemde indringers, zoals Turken, Albanezen en Oostenrijkers.

Toen in het begin van de jaren negentig de crisis in Joegoslavië begon, klopte menige journalist op de deur van de hoogbejaarde schrijver. Daar, in Hoenderloo, schudde de Balkankenner zijn hoofd over de aanpak van Westerse politici en militairen. Hij wees dan graag op het sterk ontwikkelde collectief geheugen van de Serviërs, die als eersten het Turkse juk afwierpen en waaraan zij hun `meerderwaardigheidscomplex' ontlenen. Een door de Turken opgerichte toren, waarin de schedels van bijna duizend opstandige Servische boeren zijn ingemetseld, is voor de Serviërs nog altijd een bedevaartplaats.

De politiek is op de Balkan vooral een zaak van hartstocht en historisch besef. Wie het bloedige verleden van deze volken niet in zijn beschouwingen betrekt, zal nooit iets van de diepe haat in deze regio begrijpen, aldus Den Doolaard. Aanvankelijk geloofde hij dat een confederatie naar Zwitsers model haalbaar moest zijn. Maar toen het grote bloedvergieten begon, liet hij die hoop varen.

Ga nooit met een interventiemacht naar de Balkan, waarschuwde hij: `De dag dat een interventieleger het land binnenvalt, zullen de vechtende partijen de rangen sluiten en samen optrekken tegen dat leger.' Ja, de mening van Den Doolaard wordt in deze roerige tijden node gemist.