Bosnië

IN BOSNIË lopen de reacties op de NAVO-bombardementen langs voorspelbare scheidslijnen: woede van de Bosnische Serviërs, stilzwijgende instemming van moslims en Kroaten.

Vorige week was er even sprake van het gevaar dat de Joegoslavische oorlog zou overslaan: twee Joegoslavische MiGs werden in het Bosnische luchtruim neergeschoten. Later bleek dat de vrees dat zij bezig waren aan een bombardementsmissie tegen de vredesmacht SFOR ongegrond was.

SFOR maakt Bosnië kwetsbaar: de door NAVO-troepen gedomineerde vredesmacht is een potentieel doelwit voor wraakacties van de Joegoslavische luchtmacht. SFOR heeft na het begin van de luchtacties het Bosnische luchtruim en alle vliegvelden in Bosnië gesloten, behalve voor speciaal toegestane vluchten.

De Bosnische Serviërs zijn razend over de luchtacties tegen hun volksgenoten in Joegoslavië. Het parlement van de Servische Republiek in Bosnië nam direct een resolutie aan waarin ze werden veroordeeld en waarin Belgrado werd gesteund. De regering van de Servische Republiek onder de gematigde demissionaire premier Dodik volgde met een in tamelijk bedekte termen gestelde veroordeling. De minister van Defensie dreigde even met de uitroeping van de `staat van oorlog', maar zag daar toch maar van af.

In wezen hebben de Bosnische Serviërs te veel eigen problemen om zich actief te bemoeien met de oorlog om Kosovo. Intern is de machtsstrijd tussen de ultranationalisten rond de afgezette president Nikola Poplašen en de gematigden rond Milorad Dodik nog niet beslist. Poplašen, die door Bosnië-gezant Carlos Westendorp is weggestuurd, aanvaardt dat ontslag nog altijd niet, maar de facto heeft deze extremist niets meer te zeggen. Dodik is aan de andere kant nog steeds geen premier: het parlement van de Servische Republiek heeft tot nu toe geweigerd hem te benoemen. De speelruimte van beide groepen is dus beperkt. ,,We zullen alles doen om de Joegoslaven te helpen'', zei de voorzitter van het parlement. Maar in concrete termen is die hulp nihil.