Zuipen, uitroezen, zuipen

Pas na lang soebatten en een handjevol roebels doet de portier de slagboom omhoog. Als op bevel houden ook de twee Dobermans op met blaffen. Ze grommen alleen nog wat.

Pottenkijkers zijn niet welkom in hotel Wyznetsy in Zjelezjnodorozjny, zo'n vijftien kilometer buiten Moskou. Dat is duidelijk. Na zo'n vijftig meter bereik ik het logement. Een nieuwe portier meldt zich. Ik moet mijn camera afgeven. Van foto's moeten ze hier niks hebben.

De entree spreekt voor zich. Er komt geen vestibule of receptie aan te pas. Het is een grote, kale bar. Op een paar tafeltjes na staat er niks in.

De enige overvloed is drank. In een van de vloer tot het plafond reikende vitrine achter de tap staan honderden flessen. Rij na rij gaat het door. Er komt geen einde aan.

Slechts één tafeltje is bezet. Drie gasten proosten elkaar luidruchtig toe. Ze zijn straalbezopen. Een normale zaak in een kuurhotel waar je komt om te zuipen en nuchterheid met alle mogelijke middelen wordt bestreden. ,,Een buitenlander'', lalt een van hen. Maar zijn maten horen hem niet. Ze zijn aan een lang, mistroostig lied begonnen.

Vanachter de tap staren drie obers me nieuwsgierig aan. ,,Wat doet die hier?'' zie ik ze denken. Een buitenlandse gast hebben ze hier waarschijnlijk nog nooit gezien.

Een gast tikt met een fles op tafel. Gedienstig snellen twee obers er naartoe. Personeel wordt hier met gerinkel ontboden. Er komt geen woord aan te pas.

,,Veel gasten?'' Even aarzelt de achterblijver. Zijn ogen dwalen af. Maar hij vermant zich. Zijn nieuwsgierigheid wint het van zijn angst.

,,Die daar'', hij knikt naar het tafeltje, ,,en een paar boven.'' Hij gebaart naar een trap in de hoek.

Ik vraag wat een kamer kost. ,,Dat is verschillend. Hangt er ook vanaf hoe lang je blijft. En vooral van dit.'' Hij wijst naar de flessen. ,,Want dat'', hij maakt het internationale zuipgebaar, ,,gaat hier dag en nacht door.''

Vanaf de trap klinkt flessengerinkel. Het is een collega. Moeizaam torst hij zijn met bierflesjes overladen dienblad met zich mee. ,,Kamer drie gaat over op de wodka'', meldt hij als hij beneden is. ,,Absolut.''

Zijn collega zet twee flessen Absolut en een paar glazen op zijn blad en hij verdwijnt weer naar boven.

,,Gemiddeld blijven ze hier twee à drie dagen'', meldt de barman opeens. ,,Zuipen, uitroezen, zuipen.''

De bartelefoon gaat. Kamer zes aan de lijn. ,,Heineken'', lalt een stem. Gedwee stapelt hij zijn blad vol met bier en bestijgt de trap.

,,Die zitten al de hele dag met z'n vijven bij elkaar'', vertrouwt hij me bij zijn terugkomst toe. ,,Dit is zeker het tiende blad.'' Hij loopt met het afgetekende bonnetje naar de kassa en kijkt hoeveel kamer zes nog tegoed heeft. Poffen is er hier niet bij. Er wordt alleen bij vooruitbetaling geschonken.

Opeens is er tumult, gevolgd door gekreun. Een van de drinkgasten is met fles en al van zijn stoel gevallen. Languit ligt hij op de grond. Temidden van een uitdijende plas wodka. Zijn maten doet het niks. Ze zingen gewoon door. Moeizaam hijsen twee obers hem weer op zijn stoel. De gast is het alweer vergeten. Lallend proost hij me toe. Voor hem is er niks gebeurd. Vallen is hier een normale zaak.