Wiegel pest D66 en eert zichzelf

Hans Wiegel is weer even een hoofdrolspeler. Wat gaat hij in de Eerste Kamer doen met het referendum? Gisteren voerde hij de spanning verder op.

De hint was duidelijk. En vilein. Het ging over het referendum en hij noemde D66 niet. Maar, zei de VVD-coryfee, je hoeft niet altijd uit een kabinet te stappen als je je zin niet krijgt.

Bulderend gelach was zijn deel. Dat had hij toch maar weer mooi gezegd. D66 pesten zonder ze met name te noemen. Want dezer dagen moet in de Eerste Kamer het eindspel worden gespeeld over het zogeheten correctief referendum. En de stem van Hans Wiegel is daarvoor met die van vier andere bezwaarde VVD-senatoren hard nodig om het kabinetsvoorstel aan de vereiste tweederde meerderheid te helpen. Anders is het gedaan met het kabinet, zo hebben vooraanstaande D66'ers al bij voorbaat gewaarschuwd.

Natuurlijk sneuvelt het kabinet niet in de Eerste Kamer. Sinds de invoering van het algemeen kiesrecht is nog nooit een kabinet in de senaat gesneuveld.

Het politieke primaat ligt tenslotte in de Tweede Kamer en niemand zou weten hoe het na een breuk in de Eerste Kamer verder moet. Wiegel weet dat als geen ander, maar de oud-leider van de VVD mag graag de spanning opvoeren.

Je moet altijd de volgende zet kennen, doceerde hij gisteren in de Noenzaal van de Eerste Kamer. Dat lijkt makkelijk, maar vereist politiek instinct, gaf hij aan. Weten wat je wél en wat je niet zegt.

Neem vorige week. De VVD-fractie in de Eerste Kamer had minister Peper (Binnelandse Zaken) in de schriftelijke voorbereiding op het beslissende debat een reeks bedenkingen voorgehouden. Was hij daarna gebeld door ,,een jongeman van een keurige krant'', die wilde weten wat Wiegel en de andere bezwaarde senatoren gingen doen als de minister hen onvoldoende tegemoet kwam. ,,Kijk'', zei Wiegel, en hij laste een lange pauze in, ,,daarna hebben hebben we nog een plezierig gesprek gehad.''

Terwijl in de Tweede Kamer sotto voce werd gesproken over de Nederlandse deelname aan de oorlog in Kosovo, nam Hans Wiegel in de Eerste Kamer met veel gerucht een boekje in ontvangst over zichzelf. Het onderwerp was `Wiegel en de media' en het ging dus over zijn ongeëvenaarde kwaliteiten om de media te bespelen. Want, zei samensteller en oud-journalist Willem Bemboom, wie in Nederland mensen traint in de omgang met de media krijgt steevast te maken met Wiegel. Mensen zien hem als iemand die helder en scherp, en ook nog met gevoel voor humor, zijn standpunten kan uitdragen.

Menigeen heeft al geprobeerd of hij bij televisie-interviews de Wiegel-look kon imiteren. Want dat recht in de camera kijken, wat het vroegere CPN-Kamerid Marcus Bakker ooit deed denken aan ,,de blik van een koe die stom over de sloot staat te staren'', was toch een hele sterke performance.

Frits Bolkestein, die andere voormalige VVD-leider, hanteerde de Wiegel-truc vorig jaar tijdens de verkiezingscampagne één keer. ,,De VVD is zo vast als een huis'', sprak Bolkstein met ferme blik in de camera, terwijl hij de PvdA aanviel op het morrelen aan de aftrekbaarheid van de hypotheekrente. Het NOS-Journaal zond het fragment na enige aarzeling uit, maar vermeldde er voor de kijkers bij dat Bolkestein hier een truc van zijn voorganger toepaste. ,,,Als hij het nog een keer doet, vraag ik de cameraman om zijn voeten te filmen'', noteerde Journaal-interviewster Margriet Brandsma in haar dagboek dat zij later, samen met de notities van diezelfde Bolkestein, publiceerde.

En Wiegel, hij debiteerde in de Noenzaal van de senaat nog een reeks bon mots. Inderdaad: omgaan met de media kon je leren, maar hoe je omgaat met journalisten niet.