Waterbed heilzaam voor zwemmer Veens

Bij de EK kortebaan trad zwemmer Mark Veens definitief uit de schaduw van zijn PSV-collega's. In Hongkong, waar morgen de WK beginnen, geldt de 20-jarige Limburger als een outsider op de 50 en 100 meter vrije slag.

Hij kan het iedereen van harte aanbevelen. ,,Een waterbed is een zegen voor de nachtrust.'' Slapen was toch al zijn tweede passie. Maar sinds Mark Veens over ,,een zalig klotsend bed'' beschikt, is hij niet meer weg te slaan uit de slaapkamer van het ouderlijk huis in Horst. Ongeacht het tijdstip. ,,Als het even kan doe ik een oogje dicht.''

Het lijkt bijna geen toeval. Sinds hij afgelopen najaar het vertrouwde matras verruilde voor een waterbed, raast Veens door het bassin. ,,Of het een met het ander samenhangt, durf ik niet te zeggen. Maar feit is dat ik tegenwoordig zo fris als een hoentje ben. Fluitend ga ik 's ochtends naar de training. Dat is wel eens anders geweest als om vijf uur de wekker ging.''

Veens forceerde drie maanden geleden zijn internationale doorbraak. Bij de Europese kampioenschappen kortebaan (25 meter) was hij in de finale de 50 meter vrije slag zelfs vaandeldrager Pieter van den Hoogenband te snel af. ,,Raggen met verstand'', zo kijkt hij terug op het glansrijke optreden in het Ponds Forge International Sports Centre. Bovendien stond Veens als startzwemmer aan de basis van de indrukwekkende overwinning – een officieus wereldrecord – van de estafetteploeg op de 4x50 meter vrij.

Met zijn krachtsexplosies in Sheffield trad de krachtpatser onder de Nederlandse zwemmers voorgoed uit de schaduw van boegbeelden Marcel Wouda en Van den Hoogenband. Ook buiten Eindhoven wordt de PSV'er met de imposante schouderpartij en de `zwemvliezen' (schoenmaat 47) tegenwoordig met respect bejegend, constateert hij bijna terloops. ,,Ze kenden me natuurlijk al wel. Maar dan vooral als een goede estafettezwemmer of als het trainingsmaatje van Pieter. Mark Veens kon aardig zwemmen, maar meer niet.''

Tevreden is de MEAO-scholier echter allerminst. Zijn start en keerpunten zijn naar eigen zeggen nog voor verbetering vatbaar. In de aanloop naar de WK in Hongkong legde Veens onder leiding van PSV-trainer Jacco Verhaeren veel nadruk op het starten. Niet in de laatste plaats omdat de wereldzwembond vorig jaar de regels aanscherpte: één valste start betekent diskwalificatie. ,,Even je kop er niet bij en je bent vijf maanden voor niks bezig geweest.''

Aan starten wordt in Nederland sowieso te weinig aandacht besteed, oordeelt de sprinter. ,,In vergelijking met andere landen stelt onze start niets voor. Dat is doodzonde. Want het is makkelijker een voorsprong te verdedigen dan een achterstand goed te maken.'' Dat ondervond Veens in Sheffield, waar hij in de finale van de 50 vrij ,,tegen de golven van die Foster opbeukte''. Veens doelt op Mark Foster, de Engelse routinier met de krachtige afzet en de veelgeprezen vlinderbeenslag. ,,Die trok Pieter en mij er zo een halve meter uit. Zwemmend wisten we hem vervolgens niet meer terug te pakken.''

Met zijn twee medailles spoelde Veens de bittere nasmaak weg van wat hij in sportief opzicht als een verloren jaar beschouwt. Na Atlanta betrok hij een studentenflat in Eindhoven, met drie collega's van PSV. Een succes werd het niet. ,,Ik had het reuze naar m'n zin, maar het zwemmen werd er niet beter op. Ik leerde steeds meer mensen kennen. Als we naar een feestje gingen en iemand zei om één uur: doe niet zo flauw, blijf nog even, dan bleef ik. Omdat ik moeilijk `nee' kan zeggen. Terwijl ik om zes uur in het water moest liggen.''

Uit die tijd dateert de anekdote over de `frikadellenwedstrijd'. Lachend: ,,Die dingen aten we toen vaker dan goed was. We vroegen ons af wie de meeste kon verstouwen. Wij naar de snackbar. Veertig frikadellen besteld en snel naar huis.'' Veens gaf zich als een van de eersten gewonnen. Nog altijd een tikje verbaasd: ,,Twaalf, meer kreeg ik niet weg.''

Een jaar geleden trok Veens weer in bij zijn ouders. Zijn loopbaan kreeg een nieuwe impuls. ,,Het eten staat klaar, mijn kleren zijn gestreken. Wat wil een mens nog meer? Thuis kan ik bovendien wel heel makkelijk `nee' zeggen.''

Wellicht had Veens dat vorige maand moeten doen bij de hoogtestage van de nationale ploeg in Granada. Vlinderslagspecialist Stefan Aartsen beweerde tachtig meter onder water te kunnen zwemmen en moest die bluf bijna bekopen met de verdrinkingsdood. Veens, ernstig: ,,We wisten hem net op tijd uit het water te vissen.'' Veens (,,Ik ben al blij als ik vijftig meter haal'') keek vanaf de rand van het bassin toe bij de dollemansactie van Aartsen, die na zeventig meter als een baksteen naar de bodem zakte. Veens dacht aan een geintje. ,,Maar toen ik lucht uit zijn mond zag ontsnappen wist ik dat het mis was.'' Met marathonzwemster Etta van der Weijden trok hij Aartsen op het droge, waar het slachtoffer weer op adem kwam. ,,Zulke geintjes mogen niet meer gebeuren'', beseft Veens.

Waar hij wel naar uitziet is een duel tegen de grootmeester onder de sprinters, Alexander Popov. Veens beschouwt de meervoudig olympisch en wereldkampioen als ,,een absolute zwemlegende'' en herinnert zich nog zijn eerste ontmoeting met de Rus. ,,In '95, bij de EK in Wenen. Ik was aan het inzwemmen op baan zeven. Duikt er opeens iemand mijn baan in. Zijn techniek zag er niet uit. `Wat is dat voor vogel?', vroeg ik aan Jacco. Bleek het Popov himself te zijn!''

Tijdens de Mare Nostrum Tour, een jaarlijkse serie wedstrijden in Zuid-Europa, stond Veens vorig jaar oog in oog met Popov. In een rechtstreeks duel moest hij slechts 0,04 seconde toegeven op de Rus. Triomfantelijk: ,,Na afloop kreeg ik een schouderklopje. Good swim, zei hij.''