Tarieven omlaag?

DE LOGGE monopolisten in de openbare nutsvoorzieningen hebben hun langste tijd gehad. De liberalisatie breekt langzaam maar zeker door in een sector die soms al meer dan honderd jaar gedomineerd wordt door staatsbedrijven. Ook in Nederland. De nieuwe Elektriciteitswet is nog niet door de Tweede Kamer aangenomen of gisteren is de nieuwe Gaswet naar het parlement gestuurd. Minister Jorritsma (VVD, EZ) maakt hiermee af wat haar voorganger Wijers (D66) in het eerste kabinet-Kok in gang heeft gezet.

De liberalisatie van de nutssector heeft plaats onder druk van de Europese Unie. Volgens richtlijnen van de EU voor de interne markt moeten de nationale, afgeschermde en gefragmenteerde nutsmarkten opengebroken worden en opengesteld worden voor concurrentie. Dit betreft het openbaar vervoer, de energie-, telecom- en watervoorzieningen. Wat de telecom betreft wordt het KPN-monopolie aardig opengebroken. Maar in vergelijking met Groot-Brittannië en Scandinavië loopt Nederland bij andere sectoren niet bepaald voorop. De gevestigde bedrijven, vaak gesteund door de vakbeweging en lokale politiek, liggen dwars.

In het openbaar vervoer schiet het met de concurrentie van de NS bijvoorbeeld niet op. De rendabelste lijnen worden binnenkort voor tien jaar aan de NS weggegeven. De enige concurrent, Lovers (eigendom van een private Franse onderneming), rijdt slechts diensten tussen Amsterdam en Haarlem en een tulpenboemel. Aangekondigde overnemingen van publieke energiebedrijven – zoals in Utrecht door het Amerikaanse Reliant – stuiten op verzet. Privatisering van de Gasunie, het semi-staatsmonopolie in de aardgassector, ligt nog lang niet in het verschiet.

Toch is er beweging. Met de nieuwe Elektriciteits- en Gaswet kunnen nieuwe aanbieders zich op de energiemarkt melden. Grote afnemers mogen vanaf dit jaar, middelgrote vanaf 2002 en kleinverbruikers vanaf 2007 zelf kiezen wie hun leverancier wordt. Dit zal, is de verwachting, een drukkend effect uitoefenen op de prijzen en leiden tot grotere efficiëntie, nieuwe investeringen en schonere productieprocessen. Uiteindelijk, zo is de bedoeling, zijn de consumenten de grote overwinnaars. Ze kunnen schonere energie tegen een lagere prijs afnemen.

WAS DAT MAAR waar. Want het kabinet heeft al aangekondigd dat de verwachte prijsdaling voor afnemers gecompenseerd zal worden met hogere accijnzen en milieuheffingen. Het zou betekenen dat het financiële voordeel van de liberalisatie ten goede valt aan de overheid in de vorm van hogere belastingen. Nog afgezien van de vraag of deze regulerende milieuheffingen ook maar iets van hun beoogde effect hebben: daarvoor is de Europese vrijmaking van de nutssector niet bedoeld. In de flexibele, innovatieve telecomsector profiteren de consumenten inmiddels volop van lagere tarieven van elkaar beconcurrerende aanbieders. Dat dient in de energiesector van elektriciteit en gas niet anders te worden.