Schoonheid door een weerbarstig cameraatje

In Franse advertenties voor klassieke auto's komt nogal eens de kwalificatie `dans son jus' voor. Daarmee wordt bedoeld dat de koopwaar in oorspronkelijke staat verkeert, ongerestaureerd, niks gerommeld, goudeerlijk. In zijn boek `Classics on the Street, An Automotive Odyssey. France 1953' heeft de Amerikaan Robert Straub het begrip `dans son jus' gesublimeerd. De fotobundel toont niet alleen goudeerlijke schoonheden die begin jaren vijftig door de straten van Fontainebleau of Cannes reden, hij gunt de lezer ook `de jus', de verrukkelijke decors met ovale touringcars, bloemrijke puien van restaurants, verdwenen parfumerieën en aandoenlijke ijscokarretjes.

Straub was in mei 1948 zestien jaar oud. Hij zat met een sandwich en een Coke aan de bar van de Beechmont Pharmacy in zijn woonplaats New Rochelle (NY). Hij bladerde door het blad Air Trails, want vliegtuigen vormden zijn eerste liefde. Tussen romannetjes en detectives zag hij Road and Track staan, een blad dat een aantal exotische, buitenlandse auto's liet zien. Hij smolt bij de aanblik van de Franse Talbot Lago en de superstrakke Italiaanse Cisitalia. Er reden in New Rochelle voor zijn gevoel alleen Chevies en Cadillacs rond. Vanaf dat moment was zijn interesse verdwenen in Amerikanen die allemaal op elkaar leken. Europese auto's werden zijn obsessie. Hij ging ze tekenen en sneed ze uit hout, in eindeloze variaties. Hij probeerde zijn vader er zelfs van te overtuigen dat een Europese tweedeurs sportwagen heel wat idealer was voor het gezin dan hun Plymouth uit 1937.

Straub wilde industrieel vormgever worden, maar de arbeidsmarkt was nogal mager voor die professie. Hij ging `aanpalende' vakken studeren aan de Universiteit van Cincinnati en in het voorjaar van 1953 mocht de jonge student stage lopen aan de Ecole des Beaux Arts in Fontainebleau. Na een bootreis van tien dagen arriveerde hij met de Holland-Amerikalijn in Rotterdam. Diep teleurgesteld ontdekte hij dat de meeste auto's op de Nederlandse wegen van Amerikaanse makelij waren. Aangekomen op het Parijse Gare du Nord ging hij eerst naar een vliegtuigshow op de luchthaven Le Bourget. ,,Ik heb van dat hele circus geen enkele foto gemaakt en gaf er de voorkeur aan mijn filmpje te bewaren en mijn weerbarstige cameraatje te sparen voor een hele zomer in Frankrijk.'' Zo liet hij een houten Farman Sedan van 1924 ongeregistreerd schieten, hij zou er nooit meer een zien. Maar later, toen hij bij Mademoiselle Raux op kamers zat, trok hij er liftend op uit en legde alle auto's vast waarvan hij wist dat hij ze eenmaal thuis nimmer meer zou kunnen bekijken.

De serie foto's die nu in zijn boek te zien zijn vormen het verslag van die reis naar Frankrijk. Ze hebben zijn gevoel voor vormgeving geboetseerd en zijn carrière bepaald. Straub zou later ontwerper worden bij General Motors.

De 21-jarige student moet een profetische inslag hebben gehad, want de auto's die hij met zijn balgcameraatje vereeuwigde zijn vrijwel zonder uitzondering heel bijzonder. Wat te denken van een BMW 319/1 uit 1934, die achteloos bij het paleis in Fontainebeau geparkeerd staat. Of een Delahaye 135M van 1938, waarvan Straub er die zomer maar één zag. De Tjechische Tatra T87 (1938) is minder uniek, maar het is wel logisch dat hij was gefascineerd door dit aerodynamische hoogstandje met een luchtgekoelde achtcylinder motor in de staart. Adembenemend is ook de statige zwarte Hispano Suiza van 1935, die voor de deur van de Librairie-Papeterie-Cadeaux staat te glanzen. Door de torenhoge belasting die de Franse overheid na de oorlog hief op grote auto's heeft het niet lang geduurd of de erfenissen van de jaren twintig en dertig waren voorgoed verdwenen. En zij niet alleen, ook hun fabrikanten. Bugatti, Voisin, Salmson, Hotchkiss, het zijn allemaal merken die de liefhebber nog veel te zeggen hebben. Maar bij Straub zijn ook modellen gestold die hoegenaamd nergens meer aan appelleren. Een Atalanta, een Donnet-Zedel, een Paris-Rally, een Rosengart, een Hansa, Praga Baby, Stout Scarab, Praga Baby, Sandford of Imperia zegt alleen de echte `freaks' nog iets.

De kwaliteit van de foto's is hier en daar allerbelabberdst, maar dat geeft het boek een vertederende authenticiteit. `Classics on the street' is een hommage aan Straubs voormalige Europese collega's die de vrijheid werd gegund hun creativiteit de vrije loop te laten en auto's te vangen in een even gedurfd als subtiel lijnenspel. Maar het boek is bovenal een eerbetoon aan de vooroorlogse vormgeving `dans son jus'.

Classics on the Street, An Automotive Odyssey. France 1953. Door Robert Straub. William L. Bauhan, Publisher, ± ƒ75,-