Palestijnen Jordanië keren zich af van Arafat

Veel Palestijnen in Jordanië keren zich steeds meer af van Yasser Arafat. Ze voelen zich verraden door de Oslo-akkoorden die hij met Israel sloot, en tegelijk schrikken ze van de toestand in de autonome gebieden.

Nabil zit in een tuin in Jericho. Er worden gamba's geroosterd, er is wijn, maar Nabil (29), een Jordaanse zakenman van Palestijnse afkomst, geniet er niet van. Zijn ouders verlieten Jeruzalem toen Israel de stad in 1967 veroverde en bouwden in Jordanië een nieuw leven op. Nabil is voor het eerst in Palestina, op uitnodiging van ooms die er nog wonen – en hij is zich doodgeschrokken. ,,Natuurlijk'', zegt hij, ,,kende ik de verhalen over de Israelische afsluitingen en checkpoints die het leven van Palestijnen bemoeilijken. Ik wist ook van het wanbeleid en de corruptie van het Palestijnse Gezag. Maar het is erger dan ik dacht. Hoe langer ik hier ben, hoe meer Jordaans ik me voel. Ik kom hier nooit meer terug.''

Nabils relaas staat haaks op berichten die steeds vaker in de Israelische media opduiken: dat de Palestijnen in Jordanië, met hulp van hun `broeders' op de Westelijke Jordaanoever, een bedreiging vormen voor de Jordaanse troon. Sinds de 38-jarige koning Abdallah in februari zijn overleden vader opvolgde, gonst het in Israel van de geruchten over de `onzekere toekomst' van het koninkrijk. Die geruchten zijn deels gebaseerd op historische feiten. Zo'n 70 procent van de ruim 4 miljoen Jordaniërs zijn Palestijnse vluchtelingen, zoals Nabil. Zij domineren het zakenleven maar zijn ondervertegenwoordigd in leger en parlement – bewust regeringsbeleid, wegens hun numerieke overwicht. Sinds PLO-leider Yasser Arafat in 1971 een mislukte poging deed om het Jordaanse regime omver te werpen, is zijn relatie met de koning problematisch. Jordanië bestuurde de Westelijke Jordaanoever tot Israel het 1967 veroverde maar deed pas in de jaren tachtig afstand van zijn claim op het gebied. Het is geen geheim dat Jordanië, net als Israel, bang is voor een sterke Palestijnse staat.

,,Arafat zal proberen de nieuwe koning Abdallah te testen'', schreef de Israelische commentator Meron Benvinisti, voormalig loco-burgemeester van Jeruzalem, in de krant Ha'arets. Jordanië, stelt hij, is een kunstmatige staat die eens in Palestijnse handen zal vallen: zeker nu er een onervaren koning is, zal Arafat zijn invloed op de Palestijnse Jordaniërs gebruiken om de troon te doen wankelen. Sommige Israelische politici hangen die theorie ook aan. Minister van Buitenlandse Zaken Ariel Sharon bood de PLO in het verleden aan een Palestijnse staat te helpen vestigen in Jordanië in plaats van op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza – hetgeen Israel van zijn grootste probleem zou verlossen.

,,Deze theorieën weerspiegelen het Israelische schrikbeeld van een sterke Palestijnse staat in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Jordanië, niet de werkelijkheid'', zegt Palestijns parlementslid Mustafa Barghouti in Ramallah. ,,Arafat was vroeger populair onder Palestijnen in Jordanië. Maar dat is voorbij. Palestijnse Jordaniërs steunen de Palestijnse zaak, maar niet het Palestijnse Gezag. Afsluitingen, checkpoints en groeiende nederzettingen hebben het lot van de Palestijnen verslechterd, niet verbeterd. En de Oslo-akkoorden negeren Palestijnse vluchtelingen in Jordanië: het rept met geen woord over compensatie voor hun huizen die door Israel in beslag zijn genomen of een terugkeerregeling. Velen willen niet terug, maar het gaat om het principe. Ze voelen zich verraden door Arafat.''

Nabil, in de tuin in Jericho, beaamt dat. ,,De Jordaanse democratie is niet ideaal, zeker niet voor Palestijnen, die ondervertegenwoordigd zijn in het parlement. Maar in Amman kan ik rustig leven, werken, een gezin stichten. In Palestina niet. Iedereen klaagt over nepotisme, handelsmonopolies en de politie die zomaar mensen oppakt. Ik kies Jordanië.''

Die keus lijken veel Palestijnse Jordaniërs te maken. Volgens Hussein Abu Rumman van de denktank Al-Urdun al-Jedida (Nieuw Jordanië) in Amman, die in de jaren zeventig als niet-Palestijn lid was van een Palestijnse politieke partij, zijn er zelfs weinig Palestijnen meer die warmlopen voor de Palestijnse politiek. ,,Arafats Fatah-partij, die in Jordanië machtig was, steekt haar energie nu in het afkalvende electoraat in Palestina. De oppositiepartijen DFLP en PFLP zijn in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Jordanië weggevaagd: ze fulmineren tegen `Oslo' en Arafat maar bieden geen alternatief.'' Leiders van Hamas, de islamitische oppositiebeweging, hebben van de Jordaanse koning gastvrij asiel gekregen. Maar die leiders, die in hun hart vóór de vereniging van Jordanië en Palestina zijn, desnoods onder Jordaans leiderschap, zijn onder Palestijnen in Jordanië niet actief. Het mag niet van de koning. Hamas is er als partij verboden. De koning heeft al genoeg te stellen met de Jordaanse fundamentalisten en wil Israel, dat Hamas als terroristische organisatie beschouwt, niet tegen de haren instrijken.

Een 22-jarige Palestijns-Jordaanse student economie beaamt: ,,Mijn vaders generatie was actief in de Palestijnse politiek. Dat is voorbij; wat heeft het voor zin gehad? Mijn generatie is geen lid meer van Palestijnse partijen. Wij zijn hier geboren, wij zijn allereerst Jordaniërs.''

Jordanië lijkt die omslag te hebben opgemerkt. De status van de Palestijnen is ineens bespreekbaar. Terwijl men vroeger deed of er niets aan de hand was uit angst de status quo te doorbreken, is er nu openlijk debat over de kern van de zaak: Palestijnse loyaliteit aan de Jordaanse staat. Regeringsfunctionarissen, die vroeger kundig om het aantal Palestijnse burgers heendraaiden (of het op `40 procent' hielden), geven toe dat het 70 procent is. In een café in Amman praatten jonge Jordaniërs er laatst spontaan over. De Palestijnen zeiden dat zij liever onder de koning ressorteren dan onder Arafat. Alle wederzijdse vooroordelen kwamen eruit. Een niet-Palestijn zei later opgelucht: ,,We zijn vrienden, maar hebben het thema altijd omzeild. Ik wist niet dat de kieswet de Palestijnen discrimineert! Het staat niet in de krant, m'n vader had me dat nooit verteld. Dat moet veranderen.''

De belangrijkste adviseur van koning Abdallah, voormalig premier Abdel-Karim Kabariti, wil met een nieuwe kieswet het `Palestijnse probleem' (of het restant ervan) voor eens en altijd oplossen. Ex-kroonprins Hassan kon, mede daarom, niet met Kabariti overweg. Maar Abdallah benoemde Kabariti onlangs tot voorzitter van het Koninklijk Hof, een van 's lands hoogste posten. ,,De redenatie is simpel'', zegt een vriend van Kabariti, ,,geef de Palestijnen gelijke rechten, en je verwijdert het laatste obstakel voor hun loyaliteit aan Jordanië''.

Volgens Riad Malki, een Palestijnse analist in Ramallah, is het niet in Arafats belang om een spaak in Abdallahs wiel te steken. Jordanië was nooit Arafats homeland, zegt hij, enkel een substituut. ,,Nu de Palestijnse staat op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza nabij is, het èchte vaderland, stort hij zich daarop. Abdallah steunt hem. Dat is goed voor Abdallah: de Palestijnse Jordaniërs zullen hem daarvoor met hun trouw belonen.''

Onlangs noemde Arafat een confederatie met Jordanië ,,wenselijk''. Koning Abdallah antwoordde dat hij er pas over wil praten zodra er een Palestijnse staat is. Israelische kranten speculeerden dat Arafat het kleed onder Abdallahs voeten weg wil trekken door te suggereren dat er één staat moet komen waarin Palestijnen een grote meerderheid vormen. Maar een Palestijnse functionaris wuift die theorie resoluut weg. ,,Arafats prioriteit is een eigen staat. Maar dan? Een confederatie is het beste, een `Benelux' van drie totaal onafhankelijke staten, daar zijn ook veel Israeliërs voor. Open grenzen geven de burgers de lucht die ze nu missen. Palestijnse Jordaniërs kunnen door Israelische veiligheidsrestricties nauwelijks naar Israel of Palestina reizen. Palestijnen struikelen op Israelische handelsbeperkingen. Israeliërs kunnen door het politieke klimaat moeilijk zakendoen met Jordanië. Het is idioot. Het veroorzaakt economische malaise. Dáár maakte Arafat een toespeling op. Het is niets nieuws.''

Deze functionaris vindt wat de meeste Palestijnen aan weerszijden van de Jordaan ook zijn gaan inzien, graag of niet: ,,De Palestijnse overname van Jordanië past niet meer in deze tijd, punt uit.''