NAVO-luchtvloot heeft nog vele opties

Steeds vaker wordt geopperd om grondtroepen in te zetten in Kosovo. Maar de opties van het NAVO-`luchtwapen' zijn nog lang niet uitgeput.

Veel effect lijkt het bombardementsoffensief van de sterkste militaire alliantie ter wereld op de strijdkrachten van Joegoslavië niet te hebben. Niet alleen is Belgrado blijkbaar niet onder de indruk van de aanvallen op strategische doelen als de luchtafweer, munitie-depots en commandocentra. Maar ook de troepen in Kosovo gaan ongehinderd door met hun `etnische zuivering'. De roep om NAVO-grondtroepen in te zetten worden daarom steeds luider. Maar een grondaanval, een operatie die vrijwel zeker tot een aanzienlijk aantal slachtoffers zal leiden, is allesbehalve de enige mogelijkheid. De NAVO-luchtmachten hebben nog meer pijlen op hun boog.

Het bombardementsoffensief wilde in eerste instantie de achilleshiel van de Joegoslavische militaire machine vinden. De aanpak hiervoor was beproefd: al tijdens de Koude Oorlog bestond deze doctrine, waarvan de juistheid gedurende de Golfoorlog werd bewezen. Eerst moest de luchtafweer worden uitgeschakeld, en vervolgens moesten doelen worden bestookt die militaire operaties onmogelijk maakten. Een bekend voorbeeld uit de Koude Oorlog gold de brandstofaanvoer: een bombardement op de ondergrondse olietanks in Oost-Europa en West-Rusland zou weinig nut hebben, want het waren er te veel. Het zou te lang duren om die allemaal te vernietigen en de Sovjet-tanks zouden dan al aan het Kanaal staan. Maar uit bestudering van de distributiepunten van deze olie bleek dat er daar maar zeer weinig van waren. Een gerichte aanval tegen de schaarse `benzinestations' zou – in theorie – een mobiel offensief van het Warschaupact in de kiem hebben gesmoord.

De briefing van het Pentagon liet gisteren zien dat de oorlogsindustrie hoog op de doellijst is komen te staan. Vliegtuigfabrieken, onderhoudswerkplaatsen voor luchtafweeraketten en militaire onderzoekscentra worden nu getroffen. Aan de ene kant eroderen deze aanvallen de directe militaire capaciteit, maar op de lange termijn betekent dit dat de Joegoslavische strijdkrachten zich niet meer zullen kunnen meten met die van Kroatië, of andere buurlanden. Zo worden de generaals, die militair behoudend zijn, en de politieke leiding tegen elkaar uitgespeeld.

Of deze aanpak werkt of niet doet op dit moment minder ter zake doordat de Albanezen van Kosovo – de inzet van het hele conflict – nu en masse op de vlucht wordt gejaagd. De exodus is alleen te stoppen door de Joegoslavische troepen, inclusief 400 tanks 300 pantservoertuigen en honderden stuks artillerie, aan te vallen. Een aanval met een groot aantal grondtroepen zou hiervoor op puur militaire gronden de beste oplossing bieden, maar politieke krachten staan dit vooralsnog in de weg.

Het uitbreiden van de luchtaanvallen op deze specifieke doelen lijkt daarentegen nog een alternatief te bieden. Twee zaken staan de effectiviteit van aanvallen op het materieel in Kosovo in de weg: het is lastig om groepjes troepen en individuele, beweeglijke voertuigen te vinden doordat deze zich kunnen verstoppen. En het is gevaarlijk om de voertuigen aan te vallen doordat de vliegtuigen hiervoor laag moeten vliegen. Hierdoor komen ze in het bereik van hittezoekende luchtdoelraketten en luchtdoelartillerie.

Het Pentagon heeft bekendgemaakt extra onbemande robotvliegtuigen naar Kosovo te sturen die de troepenbewegingen in de gaten moeten houden. De toestellen kunnen met hun nachtzicht- of gewone camera's haarscherpe beelden naar grondstations doorsturen. Maar het meest geschikte wapensysteem is al geruime tijd ter plaatse: twee JSTARS `surveillance'-vliegtuigen. Dit kan met behulp van een zijwaarts kijkend radarsysteem vanaf een veilige afstand alle bewegingen volgen. De moving target indicator, MTI, kan ieder rups- of wielvoertuig volgen. Verstoppen heeft niet veel zin doordat op de `banden' eenvoudig valt te zien waar een voertuig heen is gereden. Met behulp van het satellietnavigatiesysteem GPS is bovendien zó nauwkeurig het doel te lokaliseren dat de JSTARs-bemanning in beginsel direct doelcoördinaten in de vuurleidingscomputers van de artillerie of de raketbatterijen kan invoeren.

De aangewezen grondaanvalsvliegtuigen zijn de A-10 `Warthog' en de AV-8B `Harrier'. Het eerste toestel heeft, naast een bewapening van lasergeleide bommen, een zevenloops kanon dat elke tank kan vernietigen. De Harrier is ontwikkeld om de mariniers vuursteun te verlenen. Vooral de berichten over het inzetten van de A-10's zijn onheilspellend, maar tijdens de Golfoorlog waren het vooral de lichter bepantserde en even laag vliegende Harriers die door de Iraakse luchtdoelartillerie de zwaarste verliezen leden. Militaire analisten zijn het er over eens dat gevechtshelikopters geknipt zijn voor het uitvoeren van missies in Kosovo. Vooral de Apaches, waarover ook de Nederlandse luchtmacht beschikt, kunnen zo laag – en bij nacht en ontij – vliegen dat ze buiten schot blijven. Ze zijn uitgerust met geleide en ongeleide raketten en een 30 millimeter kanon. De JSTARS en andere inlichtingenmiddelen kunnen ze betrekkelijk eenvoudig van doelcoördinaten voorzien. Het Pentagon heeft laten weten te overwegen om gevechtshelikopters te sturen. De vijf B-1B zware bommenwerpers die gisteren naar de regio werden gestuurd zijn van weinig nut: ze kunnen veel bommen afwerpen, maar het is niet aannemelijk dat de Servische tanks zich in compacte formaties zullen blootstellen.

En mochten deze aanvallen, bijvoorbeeld door aanhoudend slecht weer, toch niet, of niet snel genoeg, het gewenste resultaat hebben, dan zijn er nog andere manieren om de strijd vanuit de lucht te laten escaleren. De ministeries waar de acties van de speciale politietroepen in Kosovo worden gecoördineerd zijn nog ongemoeid gelaten, net als de legerbases aan de Kroatische grens. Aanvallen hierop zullen het Joegoslavische opperbevel zeker niet bevallen. Bij gebrek aan NAVO-grondtroepen zou de dreiging van het Kroatische leger een reden zijn om de troepen uit Kosovo naar de `bedreigde' noordgrens over te brengen.