Kamer en Kosovo

DE TWEEDE KAMER heeft gisteren opnieuw in overgrote meerderheid, nu bij monde van de fractievoorzitters, steun betuigd aan de NAVO-acties boven Servië. Eveneens gisteren hebben Nederlandse F-16 vliegtuigen voor het eerst sinds het begin van de luchtacties gronddoelen bestookt. Een causaal verband tussen de parlementaire instemming en de meer offensieve taak van Nederlandse vliegers is er niet. Wel onderstreept de actieve deelname van Nederland aan het bestoken van Servische doelen nog eens dat Nederland voor de volle honderd procent betrokken is bij de militaire operatie in voormalig Joegoslavië.

Anders dan in 1991 tijdens de acties tegen Irak, toen nationale fregatten een rol op de achtergrond vervulden, opereren Nederlandse F-16's nu in de voorste linies, met alle daaraan verbonden risico's voor de vliegers. Dat maakt steun vanuit het Nederlandse parlement, die niet alleen politiek maar ook moreel kan worden opgevat, des te belangrijker. Daar komt nog bij dat een bevestiging vanuit de Tweede Kamer van de gemaakte keuzes, na het Srebrenica-drama en de nasleep daarvan, ook een signaal van betekenis is.

Het was goed dat minister-president Kok gisteren eindelijk zijn opwachting maakte in de Tweede Kamer. Na de vertoning van vorige week toen de premier zich in de marge van de Eurotop in Berlijn beperkte tot het maken van enkele opmerkingen tegenover verslaggevers over het begin van de NAVO-interventie, was dat hard nodig. Natuurlijk heeft binnen de Nederlandse verhoudingen de minister-president geen `presidentiële' status. Hij is formeel slechts de voorzitter van de ministerraad. Dat neemt allemaal niet weg dat in kwesties van een zo groot belang als militair optreden er wel degelijk ook een rol voor de minister-president is weggelegd.

LOS VAN DE aanwezigheid van Kok is vooral van belang dat de luchtacties van de NAVO in het Nederlandse parlement zeer breed worden gedragen. Alleen de fractie van de Socialistische Partij heeft zich tegen het militaire optreden gekeerd en blijft daarmee vasthouden aan de al eerder gekozen lijn. Opmerkelijker zijn de ontwikkelingen binnen GroenLinks. Na een zeer uitvoerig debat hebben twee leden zich alsnog tegen de acties uitgesproken. Het siert de fractie dat er ruimte wordt gegeven voor die twijfel.

Bij het oplossen van het conflict als zodanig is de positie van Nederland vanzelfsprekend een beperkte. De fractievoorzitters hebben er gisteren in het debat goed aan gedaan zich neer te leggen bij die bescheiden rol. Dat neemt niet weg dat dit in de toekomst anders kan komen te liggen. Kok zei gisteren somber gestemd te zijn over een snelle oplossing. Naarmate de tijd voortschrijdt, bombardementen doorgaan en concreet resultaat uitblijft, zal de twijfel ongetwijfeld toenemen. Hoe dat zich vervolgens in de politiek zal vertalen, is vervolgens de vraag. Dan zal ook blijken hoe belangrijk voor het verloop van de actie het thuisfront is. Op dat moment hebben ook Nederlandse politici een zware verantwoordelijkheid.