IJdele farao's

Dat Henk Binnendijk God wil zoeken is bekend. Maar dat hem dat verveelt als er geen camera's bij zijn, verrast me. Tegen zijn sceptische baas Andries Knevel zei hij vorige week in Het Elfde Uur te hopen dat hij na zijn pensioen nog wat televisie-aanbiedingen krijgt. ,,Wie weet, kan ik iets van het evangelie verkondigen voor andere omroepen'', zei hij uitdagend.

Nu ik erover nadenk, begin ik het te begrijpen. Een dominee of een evangelist heeft de schare misschien wel harder nodig dan God. Dat volk moet toekijken naar zijn verrichtingen op de kansel. Als de dominee niet meer gelooft, houdt de toewijding van zijn gemeente hem overeind. Wat dat betreft verschilt Binnendijk niet van Henny Huisman die hij eens bij een gesprek over God tot huilen bracht. Binnendijk kan beroep doen op een autoriteit. In naam van Hem verschijnt hij op het scherm. Huisman werkt alleen uit naam van zichzelf voor de kolossale spiegel die televisie is. Maar zo groot is het verschil met Binnendijk nu ook weer niet.

De Evangelische Omroep is met het therapeutische narcisme meegegaan. Gelovigen getuigen over hun twijfels, hun persoonlijke levens en problemen. Binnendijk leidde mannenpraatgroepen waar persoonlijke bekentenissen werden gedaan. Gisteren nam hij met interviewer en nieuwe EO-ster Bert van Leeuwen afscheid op het podium van een theater, prachtig versierd maar leeg. Er werden archiefbeelden uit vroegere programma's getoond. Ik zie Binnendijk komende dagen niet veel alleen in dat tuinhuisje de bijbel lezen, zoals hij zich heeft voorgenomen. Waar dient het nog voor als hij er niet over kan vertellen? Hij zal eerder zenuwachtig rond de telefoon draaien in afwachting van een aanbieding om zijn twijfels over het geloof met de kijker te delen.

Televisiecamera's doen professionals stralen als heiligen. Dat is het beste zichtbaar in volle zalen waar ze in het echt aanwezig zijn. Door de grauwe, reikhalzende menigte schrijdt een glimlachende farao, omstuwd door mensen met lenzen, lichten, geluidsstokken. Je zou er een prachtig barok schilderij van kunnen maken, waar alle lijnen naar de figuur in het middelpunt wijzen.

Als zo iemand teveel wil behagen, gaat het me irriteren. Dat effect heeft de witte-tanden-grijns van Hans van Willigenburg, medepresentator van het succesvolle programma Koffietijd, dat de helft van de Nederlandse ochtendkijkers trekt. Hij kijkt of de camera een hoogtezon is die hem mooi maakt. Nooit een onvertogen woord. Altijd complimentjes. ,,Jullie zijn smakelijk uitziende meisjes'', zegt hij aan vrouwen van middelbare leeftijd. Vrouwen, zeker die van middelbare leeftijd, horen tot de doelgroep.

Van Willigenburg heeft de vrouwelijke manier van praten, zoals beschreven in Deborah Tannen's You just don't understand. Hij interviewt om gevoelens uit te wisselen en om de relatie met de ander te bevestigen.

De duizendste Koffietijd, afgelopen zondag, stond stijf van de felicitaties en klapzoenen. Typisch Hilversumse cultuur, de buren die elkaar voor de camera halen en in lachgrimas op de schouder kloppen. Er zijn kijkers die dat leuk vinden, ik niet. Hans is chaperone, steeds attent, denkt aan iedereen, schrijft kaartjes en heeft hartsvriendinnen, een lieve netwerker, zo bleek.

Iemand als Catharine Keyl weet hem dan toch scherp neer te zetten zonder hem te beledigen. Van Willenburg had gezegd dat ,,miss Piggy de leukste gast is die ik in mijn leven heb gehad''. Dat is opmerkelijk. Met een pop voelt hij zich pas echt op zijn gemak. Anderen hebben dat met huisdieren. Miss Piggy zei dat ze het jammer vond dat Hans geen vliezen tussen de tenen had. ,,Het is typisch Hans van Willigenburg dat hij dan iets heeft van `ik zou me moeten excuseren, sorry, sorry, sorry, dat ik geen zwemvliezen heb''', zei Keyl.

Geef mij maar de directe, journalistieke naturel-stijl van Keyl. Haar middagpraatprogramma over relatieproblemen verveelt me snel en ik vind het jammer dat ze geen één-op-één-interviews maakt of actualiteiten presenteert. Zij wil wel eens lelijk zijn in de spiegel en zo iemand geloof ik.