Goedkoper gas, maar hogere heffingen

De elektriciteitsmarkt is opengebroken, nu begint de overheid aan de gasmarkt. Maar de consument zal uiteindelijk weinig profiteren van deze liberaliseringsdrang. Eventuele prijsverlagingen worden meteen teniet gedaan door hogere accijnzen en milieuheffingen.

Goedkopere benzine, goedkopere elektriciteit, goedkopere treinkaartjes, goedkopere telefoonkosten, goedkoper water en goedkoper gas. Dat zou idealiter de situatie voor de consument kunnen zijn als in 2007 alle nutssectoren en andere bedrijfstakken volledig geliberaliseerd zijn. Maar de prijsdalingen voor consumenten worden door de overheid meteenteruggehaald door hogere accijnzen of transport- en milieuheffingen.

Stapsgewijs breekt het ministerie van Economische Zaken de vaak starre nutsmarkten open. Ook andere, niet-nutssectoren, moeten eraan geloven. Vorige week sloot de Tweede Kamer het debat over de Elektriciteitswet af, de behandeling van de liberalisering van de benzinemarkt loopt nog en begin deze week stuurde EZ het definitieve voorstel voor de Gaswet al weer naar de Kamer.

Doel van het ministerie is een doorzichtiger markt die voldoet aan de daarvoor opgestelde Europese richtlijnen. Maar ook wordt telkens weer de nadruk gelegd op het consumentenvoordeel dat er met de liberaliseringen te behalen valt. Kostenefficiëntie en schaalvoordelen zullen de prijzen drukken, zo luidt de redenering bij het zoveelste deregulerende voorstel. Maar van die geplande prijsdalingen blijft dankzij diezelfde overheid weinig over.

Reden voor het beperkte consumentenvoordeel ligt vaak in de milieuparagraaf van de liberaliseringswetten. Op basis van de afspraken die vorig jaar op de milieutop in Kyoto zijn gemaakt heeft de Nederlandse overheid zich verplicht de CO2-uitstoot de komende jaren met zes procent terug te dringen. Mede daarom is het onwenselijk om bijvoorbeeld meer aardgas te stoken, of meer benzine te gebruiken.

In het debat over de benzinemarkt, begin deze maand, kwam deze tegenstelling tussen een vrije markt en een beschermd milieu al duidelijk naar voren. Minister Zalm (Financiën) kondigde aan dat een eventuele verlaging van de benzineprijs, wat door de toenemende concurrentie kan worden verwacht, meteen weer teniet zal worden gedaan door een hogere accijns op benzine. De wegenbelasting gaat dan weliswaar ter compensatie omlaag, maar de gebruikskosten voor autorijden gaan omhoog als de benzineprijs daalt.

Bij de elektriciteitsmarkt ligt het weer net even anders. Er komt, los van de prijs van elektriciteit, een heffing op het transporttarief voor stroom waardoor de consumenten uiteindelijk `minder meer' kunnen profiteren van de prijsdaling die naar verwachting door schaalvoordelen en efficiency in de vrije sector bereikt gaat worden. De transportheffing moet de kosten van de onrendabele contracten uit het verleden dekken. Deze contracten, zoals enkele importcontracten met buitenlandse stroomleveranciers, kosten in totaal tussen de twee en acht miljard gulden. De overheid wil via een heffing de burgers laten meebetalen aan het aflossen van deze zogenoemde bakstenen bij de vier energieproducerende bedrijven.

Ook bij de Gaswet zal een soortgelijke oplossing de prijsvoordelen van de vrije markt uiteindelijk weer opheffen. Naast de stapsgewijze liberalisering, die kleine gebruikers tot 2007 bindt aan een vaste distributeur met vaste prijzen, zal iedere prijsdaling in de gassector meteen gecompenseerd worden met milieuheffingen op gas. Hier zijn het niet de bakstenen die een vrije markt in de weg staan. Het is het milieu.

Jorritsma verdedigde het tegenvallende consumentenvoordeel door te wijzen op andere voordelen van de Gaswet: ,,De consument krijgt meer keuzevrijheid en we verwachten een stijging van het niveau van dienstverlening. Er kàn een prijsdaling optreden, maar ik verwacht daar niet veel van. Komt nog bij dat de Nederlandse gasprijs al relatief laag is in vergelijking bij de rest van de Europese markt.''

Ook EnergieNed, de vereniging van Nederlandse energiedistributiebedrijven, verwacht weinig van de marktwerking in de gassector. De door Jorritsma gewilde efficiency-korting zal maar een heel klein effect hebben en daaromnauwelijks een prijsdaling veroorzaken.

De suggestie dat de overheid de liberaliseringsgolf gebruikt als een welkome manier om meer belastingen te innen wordt binnen EZ krachtig terzijde geschoven. De betalers van milieuheffingen als de regulerende energiebelasting zien vaak de afgedragen `eco-tax' terug in de vorm van bijvoorbeeld een verlaging van hun vennootschapsbelasting. Daarnaast is het volgens EZ nog maar de vraag of de milieuheffingen en accijnzen daadwerkelijk zullen toenemen. ,,Daar zijn kabinetsbeslissingen voor nodig'', aldus een woordvoerder.

Natuurlijk geldt ook dat lagere kosten voor het bedrijfsleven dankzij de hogere winsten zijn weerslag zullen vinden in een stijgende welvaart. De bespaarde kosten op bijvoorbeeld gas en elektriciteit kunnen worden ingezet om de bedrijven te laten groeien, meer werkgelegenheid te creëren of hogere winstuitkeringen te kunnen geven. Maar direct prijsvoordeel zit er vooralsnog niet in, de inspanning van de concurrerende bedrijven op de nieuwe vrije markten ten spijt.