Erfelijke Lords gaan verdwijnen

De leden van het House of Lords, de Britse Eerste Kamer, hebben vannacht na een emotioneel debat van twee dagen ingestemd met de afschaffing van een zetel in het Huis op grond van adellijke afkomst.

Maar de Lords voorzagen het wetsvoorstel wel van een amendement dat Labour ervan beschuldigt de ,,historische positie van het House of Lords radicaal te wijzigen voor partijpolitieke doeleinden'', zonder overeenstemming over de vraag hoe een hervormd Hogerhuis eruit komt te zien en ook zonder het nieuwe Huis ,,democratischer te maken''.

Zij willen dat het voorstel geen wet wordt voordat premier Blair duidelijk maakt hoe de leden van een hervormd Hogerhuis zullen worden benoemd, bijvoorbeeld op grond van verdienste of via een nieuw stelsel van regionale verkiezingen. Een zogeheten Royal Commission moet daarover in december van dit jaar verslag uitbrengen. Veel Lords vinden dat te laat.

De regering dreigde maandag bij monde van haar voorzitter in het Hogerhuis, Lord Irving, ,,geen wezenlijke verstoring van haar wetgevende programma te dulden.'' Ook dreigde hij om de wet met een noodmaatregel hoe dan ook door het parlement te jagen, hoe de Lords ook zouden stemmen. Die tactiek zette over de hele linie kwaad bloed. ,,Ik laat me niet koeioneren door wie dan ook in dit Huis'', zei Lord Chalfont, een partijloze Lord zonder erfelijke zetel. ,,En zeker niet door te dreigen met wat misschien een populaire zaak is in het Lagerhuis.''

Hun kritische amendement, dat vannacht om drie uur met 192 tegen 126 stemmen werd aangenomen, was ingediend door de partijloze Lord Cobbold, één van de ruim 600 erfelijke Lords in het Huis. Dat zijn stamhouders van adellijke geslachten die sinds de veertiende eeuw recht hebben op een zetel.

Het Huis heeft in totaal ruim 1.200 leden. Behalve de zogeheten hereditaries, zijn dat ruim 500 voor het leven benoemde leden, bisschoppen en de Law Lords die het hoogste hof van beroep vormen.

De erfelijke Lords zijn in meerderheid lid van de Conservatieve partij. De Labour-regering van premier Blair noemt die ,,ingebakken Tory-meerderheid'' ondemocratisch en ,,uit de tijd''. Een deel van de Lords, onder wie ook Labour-leden en partijlozen, betoogt echter dat een onafhankelijk Huis ,,onmisbaar is als waakhond tegen opportunistische regeringen van welke kleur ook''. Zij vrezen dat Labour na het afschaffen van de erfelijke Lords de hervormingen verder bevriest en politieke vrienden benoemt op de vrije stoelen.

Het Britse Hogerhuis erkent in praktijk het primaat van het Lagerhuis en legt zich traditioneel uiteindelijk bij wetsvoorstellen neer. Maar tegelijkertijd proberen de Lords de grote wetgevende macht van het Lagerhuis te temperen, waar één partij door het Britse kiesstelsel de dienst kan uitmaken. Deze eeuw is de macht van de Lords steeds verder beknot. In 1911 gaven zij formeel het recht op om de staatsbegroting te blokkeren. Ook werd toen besloten de erfelijke Lords te vervangen door een `gekozen Kamer', maar door de Eerste Wereldoorlog kwam daarvan niets terecht.