Eis vrijspraak voor verdachte zaak-Tjoelker

Officier van justitie O. Brouwer heeft gisteren voor de rechtbank in Leeuwarden vrijspraak gevraagd voor de vierde verdachte in de zaak-Tjoelker, de negentienjarige Leeuwarder Dennis S. Tegen hem is volgens het OM wel wettig, maar geen overtuigend bewijs geleverd.

Het ging gisteren om de vraag of S. op 13 september 1997 Meindert Tjoelker de fatale doodschop heeft gegeven of betrokken was bij de vechtpartij. Volgens het OM heeft niemand uit de groep van Tjoelker of van de drie verdachten S. zien trappen, schoppen of slaan. Niemand, ook de vriendin van Tjoelker niet, die tijdens de vechtpartij bij haar vriend stond, heeft S. herkend op een foto. S. zelf ontkent.

Wél is er wettig bewijs te leveren, meent officier Brouwer. S. is bij Tjoelker in de buurt geweest en de huidbeschadiging in de hals van het slachtoffer is veroorzaakt door een afdruk van een schoenzool, waarvan het profiel overeenkomt met een Nike Air sportschoen, die S. de bewuste avond droeg. Brouwer meent dat de afweging ,,uiterst lastig'' is, ,,maar niet overtuigend bewezen kan worden dat S. inderdaad de fatale trap in Tjoelkers halsstreek heeft gegeven. Bij twijfel moet vrijspraak volgen.''

Volgens Brouwer is bewijs van deskundigen alleen niet voldoende om de bewijslast rond te krijgen. ,,Onderzoek in strafzaken is geen wiskundige exercitie. In de wetenschap staat iets vast als het op basis van logisch redeneren kan worden verklaard. Uit het een vloeit het andere voort. In de zittingszaal gelden andere criteria. Een verdachte kan alleen veroordeeld worden als uit de wettige bewijsmiddelen de volle overtuiging naar voren komt dat hij het gedaan heeft.''

Het Leeuwarder gerechtshof heeft afgelopen december in de beroepszaak tegen de drie andere verdachten S. aangewezen als medeschuldige van de geweldpleging. De 28-jarige P. de W. uit Stiens en de 26-jarige Leeuwarder M. ten C. zijn door het hof veroordeeld tot tweeëneenhalf jaar cel.

S. ontkent. Hij zegt dat hij alleen bij Tjoelker in de buurt is geweest, op het moment dat hij De W., die met Tjoelker vocht, probeerde weg te trekken van het latere slachtoffer. S. verklaarde dat hij gezien had dat De W., Tjoelker had geschopt. De W. vroeg zijn vrienden of ze gezien hadden hoe hij Tjoelker een trap had gegeven. S.: ,,Ik zei dat ik dat een laffe streek vond, omdat de man op de grond lag.''

De verdediging van S. vroeg eveneens vrijspraak. Volgens advocaat E. Kuiters blijft het ,,een raadsel'' wie verantwoordelijk is voor de afdruk in Tjoelkers hals. Uitspraak is over twee weken.