Dobberen op golven van geweld

Een tamagotchi is een paradoxaal, intrigerend kinderspeelgoed. Dit kleine stukje virtual reality dat in de warme palm van een kinderhand past, vraagt om verzorging en aandacht, het wil eten, in de wieg gelegd worden, `gepamperd' en wat niet al. Het is een huisdier of levend popje. Maar de verzorging stelt geen eisen: geen kattenbak opruimen, niet uitlaten. Een druk op een knopje en de tamagotchi is tevreden.

Het theatergezelschap Space, helemaal verslaafd aan de moderne media, koos dit Japanse kinderhuisdier-als-computer tot titel van een surrealistische voorstelling. Tamagotchi/ de kleine dode heet het korte, explosieve spektakel. Toch, zo modern is het allemaal ook niet: videobeelden zijn ondertussen gemeengoed geworden onder de theaterregisseurs van nu. Misschien was Hans van Maanen zo'n twintig jaar geleden de eerste met zijn prachtige ballet Life/ Live in Carré, waarin de video de discrepantie vastlegde tussen de beelden op het podium en die daarbuiten.

Het verhaal van Tamagotchi is simpel, hoewel aanvankelijk moeilijk te ontwarren. Het is een `rite of passage', een inwijdingsritueel. De zeventienjarige actrice Nynke Gabeler, met een gezicht vol gave, pure onschuld, moet ingewijd worden in de seksuele en machtswellustige verschrikkingen van de volwassenheid. Zij leeft nog met de oogopslag van de vroegste jeugd, maar de pijn en ernst van ouderdom eisen haar op.

Vier personages, om in de taal van Space te blijven de `warriors`, belagen haar. Een man (Anil Jagdewsing) met zijn schaamteloze seksuele drift; een vrouw als een volmaakte geisha die Turner's Private dancer smachtend en zwoel zingt: ,,I'm your private dancer and I'm doing it for money.''

Ondertussen verschijnt de tekst op een scherm boven het toneel. Die andere `warrior' is volkomen gefrusteerd en wil alleen maar voelen. Ondertussen mimen al deze acteurs om de tien minuten hun eigen gewelddadige harakiri. De kreten die ze daarbij uitstoten komen niet uit hun monden: geluidsman en componist Luc van Loo, prominent aanwezig midden op het podium, bedient een arsenaal aan knoppen waaronder een vermogen aan geluidskracht schuilgaat.

Het Lolita-achtige meisje dobbert op deze geweldsgolven heen en weer als een schipbreukeling. Dat intrigeert mateloos: kan ze zoveel agressie verdragen, is ze niet doodmoe van die mannen die met een houten fallus ronddraven, totaal obsessed? Door haar onaanraakbare jeugd is zij de windstilte van de orkaan, het vacuüm, en juist daardoor hitst zij de anderen op. Zij verlangt troost noch begrip, zij is een tamagotchi in levende lijve: uiteindelijk onbereikbaar, want wat gaat er achter haar onaangedane buitenkant schuil? De voorstelling komt abrupt in een stroomversnelling en tot een einde wanneer de tamagotchi-girl een machinegeweer te voorschijn haalt en al haar belagers neermaait, niet in één wellustig gebaar, maar bij herhaling. Het kind komt in opstand tegen de volwassen wereld. Tegelijkertijd wil het geen kind zijn, maar volwassene; en daartoe moeten de volwassen eerst een vader- en moedermoord ondergaan.

Het gezelschap afficheert zich nadrukkelijk als surrealistisch, computertechnisch, digitaal. Dat klopt voor een deel. Noodzaak is wel dat de voorstelling in balans blijft; slaat ze te veel door naar technologische grootspraak, dan wordt ze steriel en meer geschikt voor freaks in een laboratorium dan de theaterzaal. Dat gebeurt niet, temeer daar de vaart en de snelle afwisseling voor een fikse Schwung zorgen. Zo vertelt Tamagotchi, in de regie van Pètra Ardai, uiteindelijk het oeroude verhaal over `de moeilijke jaren`, zoals een boektitel van Henry James in vertaling luidt. Deze strijd naar de volwassenheid is van alle tijden, dus ook van cyber space, virtual reality en wat niet al. En fraai geschikt voor theater.

Voorstelling: Tamagotchi/ de kleine dode door Space. Regie: Pètra Ardai; muziek: Luc van Loo; decor: Ania Harre; kostuums: Nienke Wulder; spelers: Corinna Chardon, Nynke Gabeler, Hans Maas e.a. Gezien 3/3 Theater de Brakke Grond, Amsterdam. Tournee t/m 21/5. Inl.: (020) 4225986.