De glorie van Rotterdam

Ooit was Amsterdam het Europees centrum voor de specerijen- handel, maar nu is Rotterdam dat. Ook in andere opzichten is er veel veranderd. De handelshuizen, die een periode van fusies achter de rug hebben, specialiseren zich in just in time-levering. Zo grof als in VOC-tijden wordt aan specerijen niet meer verdiend, maar nog altijd goed genoeg.

In 1987 leken de tijden van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) even te zijn teruggekeerd. Het Rotterdamse handelshuis Catz International kwam met de Indonesische verkooporganisatie voor nootmuskaat en foelie overeen dat het de verkoop en distributie van beide producten in 1987/88 in de wereld zou verzorgen.

,,Dat monopolie heeft echter niet lang geduurd, er kwamen al spoedig nieuwe spelers op de markt'', zegt Henk Moerman, directeur van Catz. Het handelshuis dat in 1856 in Groningen werd opgericht maar al sinds het begin van deze eeuw vanuit Rotterdam opereert, is nog wel een grote handelaar in nootmuskaat, dat behalve in Indonesië alleen op het Caraïbische eiland Grenada wordt geteeld.

,,Niet Catz, maar wij zijn de voortzetting van de VOC'', zegt Peter Allard, directeur van Van Sillevold, een van de grote verwerkers van specerijen in Nederland. Het bedrijf, dat bij consumenten beter bekend is onder de merknaam Silvo, werd in 1833 in Rotterdam opgericht en is daarmee 's lands oudste specerijenfabrikant. Van Sillevold, dat wegens ruimtenood van de Rotterdamse Honingerdijk moest uitwijken naar Papendrecht, brengt `premier brand' peper, kaneel, nootmuskaat, foelie en andere klassieke specerijen op de markt in zakjes met het VOC-logo, van de Vereenigde Oostindische Compagnie. Drie jaar geleden ontdekte Silvo-baas Allard tot zijn verrassing dat het fameuze symbool van Hollands koloniale kapitalisme onbeschermd was. ,,Wij hebben het nu als gedeponeerd merk.''

De handel en verwerking van specerijen, twee eeuwen lang bron van het fortuin van de VOC, is niet langer de glorie van Amsterdam, waar ooit de Heren Zeventien het dividend bepaalden. Rotterdam is ook op dit gebied de gateway for Europe, vooral Duitsland, de grootste specerijenverwerker op het Europese vasteland. Rotterdam is ook het centrum voor verwerking van specerijen in Nederland. Amsterdam speelt alleen nog mee bij de handel en verwerking van cacao. Twee van de grootste in specerijen en kruiden gespecialiseerde handelshuizen in Europa zijn in Rotterdam gevestigd, alsmede drie van de vier grootste verwerkers in Nederland.

Het handelshuis Catz International, gevestigd aan de Blaak, met een kleine veertig man personeel en een jaaromzet van 180 tot 200 miljoen gulden, geldt als toonaangevend op het gebied van nootmuskaat en foelie. Catz is een dochter van N.V. Rubber Cultuur Maatschappij `Amsterdam', een bekend beursfonds.

Groter dan Catz is het handelshuis Man-Producten Rotterdam bv, een oorspronkelijk Nederlandse bedrijf dat in 1982 door de Internatio-Muller werd verkocht aan de Britse ED&F MAN Group. Dit aan de Londense beurs genoteerde conglomeraat handelt in suiker, alcohol, cacao en koffie, en verzorgt daarnaast financiële diensten.

Man-Producten (ca. 50 werknemers), gevestigd aan het Rotterdamse Weena, werd onlangs in The Economist omschreven als ,,'s werelds grootste en invloedrijkste specerijenhandelsfirma''. Het bedrijf dat minder aan de weg timmert dan Catz, geeft jaarlijks het op geel papier gedrukte Pepper Report uit, een gezaghebbende analyse van productie, prijzen en vooruitzichten op de wereldmarkt voor peper, verreweg het belangrijkste product onder de tropische specerijen. Cijfers over omzet en winst van de specerijenhandel worden niet bekend gemaakt.

Behalve Van Sillevold (ruim 200 producten, vrijwel uitsluitend bestemd voor de consumentenmarkt) zijn er in en nabij Rotterdam nog twee, en aanmerkelijk grotere, verwerkers van specerijen. In de Rotterdamse Spaanse polder is Verstegen gevestigd, een bedrijf dat vooral specerijen en kruiden verwerkt in mixen voor de horeca, retail en industriële productie, in bijvoorbeeld worst en kant-en-klaarmaaltijden. In Puttershoek, onder de rook van Rotterdam, staat de fabriek van Unifine, voornamelijk `producent van smaken' voor grote industriële producenten (paprikasmaak voor chips, bijvoorbeeld). Unifine is onderdeel van de coöperatieve Cosungroep, waartoe onder andere de Suiker Unie behoort. De vierde grote Nederlandse specerijenverwerker is Euroma in het Veluwse dorp Wapenveld.

Peper is verreweg de belangrijkste smaakmaker uit de tropen. Van Sillevold verwerkt en verkoopt 600 tot 800 ton peper per jaar. Allard: ,,De beste (zwarte) peper (witte peper is zwarte peper die van de schil is ontdaan) komt nog altijd uit het zuiden van India. Peper uit Brazilië, een andere grote producent, is van mindere kwaliteit.'' Bij kaneel, eveneens een klassieke specerij, staat Sri Lanka aan de top, de kwaliteit is beter dan die van kaneel uit Madagascar. Behalve deze landen en uiteraard Indonesië is ook Vietnam een belangrijk producent van peper en andere specerijen.

De grote Nederlandse verwerkers van specerijen kopen een groot deel van hun `grondstoffen' zelf in – tachtig procent van het totaal, schat algemeen directeur Wim Leeuwestein van Unifine in Puttershoek, een bedrijf met 500 medewerkers en een omzet van 225 miljoen gulden. Unifine verwerkt jaarlijks 15.000 ton aan specerijen en kruiden waarvan de helft uit tropische gebieden wordt geïmporteerd. Groene en rode kruiden als koriander, basilicum, thijm, majoraan, komijn en paprika komen van minder ver, de meeste uit het zuiden van Europa. Unifine is veruit het grootste bedrijf van deze aard in de Benelux en behoort tot de Europese toptien. Een derde van de productie is bestemd voor verkoop in de winkel, de rest bestaat uit half- en eindproducten voor andere (industriële) verwerkers, zoals Unilever, Honig, Nestle en AH-dochter Meester (vlees). Dertig procent van de productie wordt geëxporteerd naar afnemers elders in Europa.

Verstegen Specerijen (motto: `fun for food') is een Rotterdams familiebedrijf dat in 1886 werd opgericht. Cijfers over omzet en winst worden niet verstrekt, evenmin als over hoeveelheden specerijen die worden verwerkt. Voor witte peper, populair in Nederland en België (elders wordt alleen zwarte peper gebruikt) gaat het om ,,vele honderden tonnen'' per jaar, zegt algemeen directeur G. In 't Hout. Verstegen, 260 vaste medewerkers, aangevuld met enkele tientallen uitzendkrachten, gebruikt 800 grondstoffen om ruim 4.000 producten te maken voor alle markten: industrie, supermarktketens, cateraars, fastfoodbedrijven, de horeca en tenslotte de gewone consument die een potje peper of kipkruiden koopt. Verstegen heeft een groot aandeel van de markt voor grootverbruikers, van horeca tot vleesfabrieken. De specerijen die het bedrijf nog altijd grotendeels uit Indonesië betrekt (,,wij gebruiken uitsluitend Muntokpeper'') worden grotendeels in de Rotterdamse fabriek verwerkt in `tailor made' mixen, marinades, sauzen en smaken voor industriële verwerkers of fastfoodketens.

De industriële verwerkers in Nederland en Europa betrekken ongeveer 20 procent van de specerijen via handelshuizen, waarvan Man-Producten en Catz de grootste zijn. Directeur Henk Moerman van Catz: ,,De handel is sterk ingekrompen. Toen ik negentien jaar geleden begon waren er in Europa nog 30 tot 40 handelshuizen die specerijen uit het Verre Oosten importeerden. Het afzetgebied was sterk versnipperd. Alleen in Duitsland waren er 35 tot 40 grote verwerkers. Sinds vijftien jaar heeft een enorme concentratie en schaalvergroting plaatsgevonden. Het aantal grote bedrijven dat specerijen verwerkt is in België verminderd tot drie, in Frankrijk ook tot drie en in Duitsland tot tien. Het aantal zelfstandige handelshuizen en importeurs van specerijen nam navenant af. In Hamburg zijn nog twee kleine importeurs. Man-Producten en Catz zijn de grootste handelshuizen in Europa. We zijn on speaking terms, maar om elke order wordt hard geknokt.''

,,Rotterdam is het specerijencentrum voor West-Europa'', zegt algemeen directeur Alfons van Gulick van Man-Producten. Vanuit Rotterdam worden afnemers in Oost-Europa en West-Europa tot Noord-Italië van specerijen voorzien. En: ,,Als handelscentrum is Rotterdam belangrijker dan Londen of Hamburg. Niet voor niets vestigen landen als Indonesië en Korea hun trade centers in Rotterdam.''

De handel gaat gepaard met andere activiteiten: verzekeringen, laboratoriumonderzoek van monsters en het reinigen van specerijen die aankomen in containers die beschadigd zijn. Directeur Han Herweijer van Man-Producten: ,,De kwaliteit wordt door veel factoren bepaald: of er mest of kunstmest of pesticiden zijn gebruikt, of in de grond verontreiniging voorkomt. Onze afnemers moeten er op kunnen vertrouwen dat aan hun eisen is voldaan.'' Catz-directeur Moerman: ,,De kwaliteitseisen worden steeds strenger, vooral op bacteriologisch gebied.''

Man-Producten en Catz bieden behalve kwaliteit ook de garantie dat verwerkers hun grondstoffen op de gewenste tijd krijgen. Herwijer: ,,Omdat just in time-levering in de industrie steeds belangrijker wordt, biedt je als handelshuis extra waarde als je kunt garanderen dat je op de afgesproken dag met de bestelde hoeveelheid voor de deur staat.'' Een andere belangrijke factor is dat grote afnemers stabiele prijzen wensen. ,,Terwijl `oorsprong' (de peperboeren in India of Indonesië) doorgaans alleen op de korte termijn denkt, hebben wij te maken met klanten die zich indekken voor het volgende jaar. Die zekerheid kunnen wij ze bieden en dat is ons bestaansrecht. Voor ons is dus de kunst over de horizon heen te kijken en productie- en prijsontwikkeling in te schatten.''

Oogsten en prijsvorming zijn sterk onderhevig aan weersinvloeden. Herwijer geeft een voorbeeld: ,,Uit het Caraïbisch gebied komt piment, een zwart besje dat `all spice' wordt genoemd omdat het drie smaken in zich verenigt: peper, kaneel en nootmuskaat. El Niño en de orkaan Mitch richtten vorig jaar grote schade aan in productiegebieden in Honduras, Guatemala en Mexico, met als gevolg dat de prijzen met 300 procent stegen.''

De VOC mag dan voortleven op blauwe Silvo-zakjes, monopolies en de tijden van het goedkoop ronselen zijn voorbij. Directeur Han Herwijer van Man-Producten: ,,Bij koffie, suiker en cacao zijn vraag en aanbod belangrijk voor de prijsvorming, die op termijnmarkten plaats vindt. Bij specerijen is dat anders. Industrieën die specerijen verwerken, gebruiken de grote handelshuizen om hun behoeften over een of anderhalf jaar af te dekken. De handelshuizen fungeren dus als een soort termijnmarkt.

,,De marge tussen de wereldmarktprijs voor peper en wat de boer in India krijgt, is overigens niet groot. Meer dan tweederde van de prijs gaat naar de boer. In de tijden van de VOC werd er grof verdiend, nu goed.'' Ook de wereld van de specerijenhandel is door moderne communicatiemiddelen klein geworden. De peperboeren in Vietnam weten via hun GSM-telefoons binnen een half uur de prijzen voor hun product elders in de wereld.