De aanbidding van het oubollige

No Trains No Planes bevat een prachtige compositie voor man met appeltaart. De man is een oude ober met een ouderwets gezicht, alsof zijn trekken bij de jaren dertig horen, die zit te slapen en de appeltaart bestaat uit een paar van die keurige cafépunten die al een paar dagen in de vitrine staan. Jos Stelling filmt de slapende ober, die heerlijk Verschure heet, door de vitrine heen en hij weet het licht in het bruine café waarin de gehele film zich afspeelt op dat moment hilarisch Rembrandtesk te maken. Even laat de film dan iets opbeurends zien; iets moois waar je het niet verwachtte, iets grappigs dat je niet vermoedde. Maar al snel gaat Stelling terug naar bekend terrein, bekend terrein waar hij het goed toeven vindt. Zijn bruine café bracht mij het dorpje van Asterix in herinnering, het is een café dat wij zo goed kennen, het kan in Amsterdam staan en in Zutphen, in Utrecht of in Deventer, al is het op de meeste plaatsen inmiddels vervangen door een grand café dat die naam niet verdient of door een Ierse themapub. In No Trains No Planes is dit café een natuurlijke habitat voor een verzameling losers en dromers. Vanzelfsprekend heeft de oude waard een wulpse jonge dochter, natuurlijk is een van de vaste klanten een man met een hondje en een ander een sletje. Stelling mikt waarschijnlijk op een glimlach van herkenning, maar oogst eerder een meewarig schouderophalen over deze Hollandse folklore, een ogen ten hemel uit verbazing over deze aanbidding van het oubollige. De emoties die locatie, karakter en verhaaltje moeten oproepen, zijn als koffie die na een dag pruttelen nog vers wordt genoemd. De melancholie komt van onder een cellofaantje, de grappen zijn van een duffelse mildheid.

No Trains No Planes is de tweede film van Stelling, bekend regisseur van wellustig vormgegeven legendes als De vliegende Hollander, naar een verhaal van Jean-Paul Franssens (de eerste was De wisselwachter). In dit verhaal gaat een man die op het punt staat zelfmoord te plegen voor het laatst naar het café waar hij zo vaak tot het meubilair heeft behoord. Hij geeft zijn elpees aan de dochter van de waard, zijn kat aan de man met het hondje, een broche van zijn moeder aan het sletje met wie hij nog een keer naar bed wil. Het enige wapenfeit waar deze Gerard op kan bogen is dat hij een broer heeft, een broer die Mario Russo heet en die succes heeft met het zingen van Italiaanse smartlappen. Ook die broer komt naar het café, net als een patserige Duitser en zijn portemonnee. Dat deze gebeurtenissen te weinig opleveren om van een plot te kunnen spreken, is een van de fijnste kenmerken van No Trains No Planes; in dit café is elke handeling uiteindelijk vergeefs.

Personeel en klanten worden gespeeld door een scala aan acteurs: van de vrij onbekende Belgische toneelacteur Dirk van Dijck tot soapster Katja Schuurman, van Jiskefet-routinier Kees Prins tot Alex van Warmerdam-oudgediende Henri Garcin. Zij doen goed wat ze moeten doen - maar wat ze moeten doen is net zo verrassend als dat een plus een inderdaad twee is. Stelling film is op een verstikkende manier naturalistisch - No Trains No Planes is net zo landerig als een verloren middag in een vergane kroeg.

No Trains No Planes. Regie: Jos Stelling. Met: Dirk van Dijck, Ellen ten Damme, Henri Garcin, Gene Bervoets, Katja Schuurman, Peer Mascini, Leny Breederveld, Aat Ceelen. In: 10 theaters.