Bruggetjes tussen foto en verf

Misschien had hij zich geschaamd en naar excuses gezocht. De kans is groter dat de Britse schilder Francis Bacon boos was geworden over wat nu in de Tate Gallery in Londen te zien is. Nooit maakte hij schetsen voor zijn schilderijen, had hij herhaaldelijk verklaard. Elke vrijende, vechtende of verstikte mensfiguur ging direct met de kwast het linnen op. En wat hangt er nu in die twee zalen? Een twintigtal `geheime' schetsen van Francis Bacon (1909-1992).

De met vetvlekken besmeurde vellen laten inderdaad figuren zien die snel met een enkele penseellijn zijn neergezet. Alleen niet op linnen, maar op papier, in groene, blauwe, roze of paarse verf. Gestalten in raak getroffen contouren, die hun armen of benen omhoog steken, die gevangen zijn tussen de assen van een kubus of die zich in een lege ruimte kruipend voortbewegen.

Deze `try-outs of lay-outs', zoals Bacon ze noemde, fungeerden als bruggetjes tussen bestaande foto`s van mensen en dieren, zoals het 19de-eeuwse bewegingsonderzoek Human Figure in Motion van Edward Muybridge, en Bacons gedeformeerde interpretaties daarvan in verf. Foto's waren `triggers of ideas', en het ging dan vooral om de bruikbare uitdrukking van een lichaamshouding, én om de plek die een figuur binnen de compositie kon innemen.

Een mooi voorbeeld is de opname van een bokser – veel bladen hebben op deze geliefde sport van Bacon betrekking – die met een zwart verfkader en een grove overtrek uit het beeld is gelicht. Diens knock-out geslagen tegenstander valt letterlijk buiten de ring. Het ging Bacon blijkbaar om de standvastige houding van de winnaar, om diens voeten en armen die hij nog steeds klaar houdt om uit te halen.

Bacon gaf de bladen in de jaren vijftig aan een vriend en diens partner bij wie hij af en toe leefde en werkte. Terwijl in Amerika het abstract expressionisme van Gorky, Pollock en Willem de Kooning opgeld deed, hield Bacon in die tijd al nadrukkelijk vast aan de figuratie. Want grote kunst, zoals hij zei, is `intens geordend'. Sterker, ondanks het belang van intuïtie en toeval, is het de schilder om niets anders dan ordening te doen.

Blijkbaar hechtte Bacon zo aan deze schetsen dat hij er vier cadeau deed aan de schrijver Stephen Spender, uit dank voor enkele door hem geschreven artikelen. Ze stonden bij Spender op de schoorsteen en als de schilder bij hem op bezoek kwam, groette hij ze altijd terloops. Behalve deze bladen verwierf de Tate Gallery voor veel geld nog 42 andere schetsen, alle uit het bezit van die twee vrienden, waarvan dus nu ruim de helft getoond wordt.

Lieten deze bladen de Britse kunstwereld al versteld staan, in Bologna en Londen zijn nog eens honderden schetsen opgedoken, vooral bladen uit de jaren tachtig, afkomstig van Bacons buurman en een tweederangs journalist in Italië. De meeste zijn vals, zegt de Britse Bacon-kenner David Sylvester, maar er zitten wel degelijk bewerkte foto's bij die nergens anders dan uit Bacons smerige atelier, dat `rovershol' in South Kensington, afkomstig moeten zijn. Een proces dat een van de Italiaanse kopers inmiddels tegen de journalist heeft aangespannen, moet meer duidelijkheid verschaffen.

De beknopte catalogus bij de Tate-tentoonstelling legt enkele verbanden tussen doeken en bladen en somt de redenen op waarom Bacon slordig met de waarheid is omgegaan. De schilder kón en wilde na die herhaalde ontkenningen simpelweg niet meer met zijn schetsen tevoorschijn komen. Het publiekelijk tonen daarvan had de altijd onderstreepte, dynamische en intuïtieve totstandkoming van zijn schilderijen als een leugen teniet gedaan. Bovendien zou het publiek bij het zien van deze `skeletten', zoals hij ze zelf omschreef, zich wel eens eerder op het maakproces dan op de doeken zelf kunnen gaan richten, en dat wilde hij evenmin. Omdat de autodidact Bacon ook nog vond dat hij vergeleken met Willem de Kooning slecht tekende, vernietigde hij liever menige voorstudie halverwege het schilderproces.

Dat de bewaard gebleven exemplaren op geen enkele wijze afbreuk doen aan wat voor schilderij dan ook, maar nu in brede kring een museumwaardige, intieme verrijking van het oeuvre worden bevonden, zou zijn boosheid hebben getemperd.

Tentoonstelling: Francis Bacon; working on paper. Tot 2/5. Tate Gallery, Millbank, Londen. Open: dag 10-17 uur, zo 10-19 uur. Catalogus: £14.99.