BMW zoekt medicijn voor `Engelse ziekte'

BMW gaat werk maken van de zich opstapelende miljardenverliezen bij de Britse dochter Rover. Deze vormen een ernstige bedreiging voor het succesvolle imago van BMW. Binnenkort worden de bedrijven volledig in elkaar geschoven.

Met de zelfverzekerdheid van iemand die al jaren de voorzittershamer hanteert presenteerde Joachim Milberg gisteren de jaarcijfers van autofabrikant BMW. Op vriendelijke toon maakte de voormalige hoogleraar aan de Technische Universiteit van München, sinds enkele maanden de topman bij de prestigieuze Duitse autofabrikant, bekend dat BMW van plan is eindelijk het mes te zetten in de Britse dochter Rover. Vorig jaar zijn de verliezen bij Rover opgelopen tot een recordhoogte van 1,871 miljard mark. De Britse dochter richt daarmee een ravage aan in de bedrijfsvoering van het zelf zo succesvolle BMW, waar op het hoogste niveau al drie gerenommeerde `automanagers' de `Engelse ziekte' niet hebben overleefd.

Topman Bernd Pischetsrieder moest het veld ruimen omdat hij met tweede man Wolfgang Reitzle ruziënd over straat rolde over nieuwe investeringen voor Rover. De raad van commissarissen stuurde beide topfunctionarissen de deur uit.Reitzle, die aan de wieg heeft gestaan van alle nieuwe BMW-modellen, stuurt nu de zogeheten `premier-league' bij Ford aan. Daar heeft hij de verantwoordelijkheid voor de Ford Lincoln, Aston Martin, Volvo en Jaguar. Het zijn directe concurrenten van BMW, maar dat schijnt het management in München niet erg te verontrusten. Eerder was topmanager Walter Hasselkus al vertrokken bij BMW, omdat hij er als directeur bij Rover niet in geslaagd was orde op zaken te stellen.

Maar na zes jaar, waarin Rover BMW al meer dan 10 miljard mark aan investeringen heeft gekost, denkt Joachim Milberg de oplossing te hebben gevonden voor Rover, dat in 1993 voor 2,1 miljard mark werd gekocht van British Aerospace. Vanaf komende maand gaat BMW beide merken in elkaar schuiven. Bestuurders en managers van BMW krijgen voortaan de volledige verantwoordelijkheid voor beide merken, waardoor het Rover-management in feite ophoudt te bestaan. Of zoals Milberg dat formuleert: ,,De klant ziet BMW-Rover nog te weinig als een eenheid.''

In ieder geval streeft BMW naar meer synergie bij de productie, verkoop en inkoop bij toeleveranciers. BMW wil eindelijk eens gaan profiteren van de synergie-voordelen waarvan Pischetsrieder bij de aankoop van Rover zes jaar geleden zo hoog opgaf. Een van de belangrijkste redenen waarom BMW indertijd Rover kocht was dat de Duitsers met de beroemde Land Rover een technische expertise in huis haalden waarover het Duitse concern zelf niet beschikte. Met het uitgebreide verkoopnet van BMW in de VS zou deze `terreinwagen' een goudmijn worden voor het concern, zo rekenden de managers in München zich al rijk. De Land Rover heeft BMW slechts gedeeltelijk het succes gebracht wat men er van verwachtte. Het is het enige echt wintsgevende project van Rover. Maar minder aansprekende modellen uit de 200- en 400-serie, die meer aan de vroegere samenwerking van Rover doen denken met Honda dan aan een BMW, drukken de resultaten bij Rover, dat met geld van BMW een ambitieus nieuw modellenprogramma ontwikkelt. Maar de Rover 75, de fraaiste zakenauto die sinds tijden in Groot-Brittanië is gemaakt, staat pas aan het begin van zijn productie. Nederland krijgt er dit jaar slechts 1400 van, die in een mum van tijd door Rover-Nederland zijn verkocht. Milberg claimde derhalve enige clementie bij de tegenvallende cijfers van Rover, dat vorig jaar op zijn belangrijke thuismarkt in Groot-Brittanië zijn marktaandeel zag zakken tot onder de vijf procent. De omzet bij Rover daalde vorig jaar van 18,6 naar 16,7 miljard mark. Milberg: ,,De cijfers zijn niet representatief omdat Rover aan de vooravond staat van de introductie van een aantal nieuwe modellen. Dat vertekent het beeld.''

Milberg maakte gisteren bekend dat BMW geen kleiner model gaat bouwen onder de uiterst populaire 3-serie, die tevens als vervanger zou kunnen dienen voor de kleine Rover-modellen. Iets waar men in München serieus over nagedacht heeft. De opvolger van de Rover 200 en 400 zal zijn typische Britse kenmerken behouden. Aangevuld met Duitse know-how en efficiency. Waar de wagen gebouwd zal worden is nog onuidelijk. BMW onderhandelt met de Britse regering over een subsidie voor de fabriek in Longbridge, waar 18.000 werknemers hun baan dreigen te verliezen als BMW zou besluiten de productie van Rover over te hevelen naar het buitenland. Productie in Hongarije is een optie. Wat dat betreft houdt men in München niet van halve maatregelen. Onlangs werd zelfs besloten de Land Rover ook in Rusland te gaan bouwen.

Niettemin is het niet aannemelijk dat BMW afscheid zal nemen van Rover. Niet alleen vanwege de enorme bedragen die BMW al in de Britse dochter heeft geïnvesteerd, maar ook vanwege het feit dat BMW zonder het volume van Rover een te kleine fabrikant wordt om zelfstandig te kunnen overleven. BMW zou zonder Rover toch weer op zoek moeten naar een andere partner. En hoe moeilijk dat is, wordt in München door de problemen bij Rover nog dagelijks ervaren. Enigszins gechargeerd kan woren gesteld dat BMW met Rover dezelfde problemen heeft als Ford indertijd met Jaguar, momenteel het paradepaardje van het concern uit Detroit. De kas bij BMW is echter goed gevuld. Want Duitse auto's, motoren en financiële dienstverlening leveren BMW nog steeds grof geld op.