Verbeten gevecht tussen man en vrouw

Twee vrouwen zitten aan tafel. De radio neuzelt zacht en de dames gedragen zich braaf. Maar de heer des huizes, die cello speelt, ontploft: `Wat is dit voor een vrouwengekkenhuis!' Vanaf het begin van de voorstelling De vader weten wij: die vader, dat is een getergde man, daar komt gedonder van.

Acteur Jules Terlingen, tevens de regisseur van Strindbergs stuk, zet deze vader neer als een eigentijdse neuroot, een klooiende kunstenaar, een huistiran met paranoia. Gespannen wacht Hans op het moment waarop hij aan kan vallen, de kale knikker ingetrokken, de spieren geëlektriseerd. Zijn domein is de rechterkant van het huis; aan de linkerkant bivakkeren de vrouwen. Ruimte genoeg: de speelvloer in een loods aan gene zijde van het IJ is bijzonder breed – en bekleed met geurige tegels van riet. Alsof we op bezoek zijn bij een gezin dat zo'n benijdenswaardige boerenstulp in het Waterland op de kop heeft getikt, een stulp dicht bij de natuur en ingericht met natuur.

Helaas is de natuur niet lief. Mensen zijn niet lief. Mensen zijn natuur. En natuur is oorlog. Vond August Strindberg. Een man, ook dat vond August Strindberg, kan de natuur een handje helpen door zijn vrouw haar plaats te wijzen, aan het aanrecht uiteraard. Eeuwenlang hield men het huwelijk op die manier in balans. Maar de vrouwenemancipatie verstoorde het moeizaam bereikte evenwicht en wierp man en vrouw terug op het primitieve niveau van de strijd.

Laura, Hans' vrouw, onderwerpt liever haar man dan zelf onderworpen te worden. Ze is wel afhankelijk van zijn geld en dat maakt haar gevecht nog verbetener. Echtscheiding komt niet in aanmerking - en wat er overblijft is getrek aan het kind. Om haar aan de invloed van de moeder te onttrekken wil de vader dat dochter Berthe in de stad op kamers gaat. Om haar tegen de vader op te jutten wil de moeder het kind juist bij zich houden. Intussen voert Laura (Barbara Gozens) ook een strijd om haar man juridisch uit de ouderlijke macht te ontzetten, met behulp van de nieuwe dokter die Hans gek moet verklaren.

Zoals altijd bij August Strindberg heeft Fadren, uit 1887, een autobiografische kern. Strindberg schreef het best na een knallende ruzie en wat dat betreft bofte hij met zijn huwelijken. Siri von Essen, zijn eerste vrouw, gebruikte zowel hun kind als de gekte van haar man als wapen – en inderdaad had Strindberg weleens last van psychoses. Maar de man in Fadren ìs niet gek; hij wordt gek gemáákt. Door zijn vrouw natuurlijk, die hem aan het twijfelen brengt over zijn vaderschap; ja, hij raakt ervan overtuigd dat een ander zijn dochter verwekt heeft en hij voelt zich misbruikt en bedrogen. Bij Terlingens toneelgroepje Würz is de man zo wantrouwig dat ook wij hem wantrouwen: alles wat er op het toneel gebeurt zou het product kunnen zijn van Hans' ziekelijke fantasie.

Würz zorgt voor dubbele bodems en krijgt toch helderheid in het verhaal. De grondige bewerking waaraan de regisseur het stuk onderwierp maakt het alleen maar sterker. Personages werden geschrapt, net als de verwijzingen naar de klassieke mythologie waarmee de jonge Strindberg krampachtig wilde bewijzen dat hij niet van de straat was. Zweden speelt nog slechts een ironische rol; de christelijke levensbeschouwing van de dominee is vervangen door modern fatalisme (`Zie de man: kanonnenvlees!', declameert Hans van Hechten aangrijpend); de taal werd gemoderniseerd, maar gelukkig niet overal; en het einde, ja, dat verrast.

De Fadren van Würz en Jules Terlingen is geestig en treurig en op de huid van de acteurs geschreven, alsof zij voor dit stuk en voor niets anders in de wieg zijn gelegd. Ha: weer eens iets op het toneel gezien dat niet vrijblijvend is.

Voorstelling: De vader, naar August Strindberg, door Würz. Regie en toneelbeeld: Jules Terlingen; co-regie: Ivar van Urk;Gezien: 27/3 Schram Studio's, Grasweg 35, Amsterdam-Noord. Aldaar t/m 10/4; daarna in Utrecht (14 t/m 17/4) en Den Haag (23 t/m 27/4). Inl. (020) 6201250.