`Talm niet langer met HSL'

Nederland moet nu echt haast maken met de aanleg van de hogesnelheidslijn naar het zuiden. Dat vinden Belgische deskundigen.

Nederland kan zich geen enkel verder uitstel permitteren bij de aanleg van de hogesnelheidslijn, als het nog volgens plan in 2005 met de Thalys met snelheden van 300 kilometer per uur tussen Amsterdam en Parijs wil gaan rijden. Deze waarschuwing is afkomstig van Belgische HSL-deskundigen.

,,Ik denk dat Nederland geen moment langer mag aarzelen'', aldus M. Nollet, medewerker van TUC RAIL, de organisatie die in België de hogesnelheidslijnen aanlegt. ,,Wij hebben al ervaren dat er zich altijd onverwachte problemen kunnen voordoen wegens de ondergrond of slecht weer.'' De eerste spade voor het Nederlandse deel van de HSL moet nog altijd de grond in.

Nollet wijst er verder op dat Nederland op grond van een verdrag met België en Frankrijk forse boetes riskeert als het niet op tijd klaar is met de aanleg van de HSL-zuid. En dat terwijl er direct veel geld valt te verdienen aan de Thalys, een gezamenlijke onderneming van de Franse, Belgische, Nederlandse en Duitse spoorwegen.

Uit Thalys-cijfers blijkt dat vooral het traject tussen Brussel en Parijs erg succesvol is. Sinds december 1997 kan daarop grotendeels op volle snelheid worden gereden. De reistijd bedraagt nu nog slechts een uur en 25 minuten. Nam in 1994 24 procent van de reizigers tussen Parijs en België de trein, in 1998 was dat gestegen tot 48 procent. Het aandeel van de auto nam af van 61 procent tot 43 procent, dat van het vliegtuig van 7 procent tot 4 procent.

Zoals voorstanders van de trein al hadden gehoopt, laten nu inderdaad veel mensen de auto thuis staan. Voor het milieu heeft dat prettige gevolgen. Nollet: ,,De beste reclame voor ons is het stuk waar de hogesnelheidslijn langs de snelweg loopt. Daar zien de automobilisten dan met 300 kilometer per uur de trein voorbijschieten, die de reizigers in het hart van de stad afzet. Geen zakenman denkt er meer over de auto naar Parijs te nemen.''

In België wordt nu gewerkt aan de HSL-trajecten naar Antwerpen en naar Luik, die in 2002 gereed moeten zijn. In 2005 volgen de lijnen tot de Nederlandse en de Duitse grens.

De Belgische spoorwegen tonen intussen maar een zeer geringe belangstelling voor de plannen die minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) vorige week in haar spoornota bekendmaakte. Ze zei daarin de exploitatie van de doorgaande internationale HSL-treinen vanuit Nederland bij voorkeur te willen aanbesteden onder andere gegadigden dan de Nederlandse Spoorwegen. De NS mag vermoedelijk wel als enige de binnenlandse HSL-treinen exploiteren.

,,We zijn daarin nu niet geïnteresseerd en eigenlijk zelfs niet op langere termijn'', aldus L. Uyterhoeven, woordvoerster van de NMBS, de Belgische spoorwegen. Ook Duitse en Franse spoorwegfunctionarissen toonden zich vorige week bij de viering van de tien miljoenste Thalys-reiziger weinig geestdriftig om een gooi te doen naar dat deel van het Nederlandse HSL-netwerk. Dat vinden zij meer een taak voor de NS. Nog minder enthousiasme is er vooral aan Belgische en Franse zijde om de eigen spoorwegmarkt open te stellen.

Ook in Nederland bestaan er reserves bij de meeste politieke partijen om de eigen markt open te gooien, zolang anderen dat niet ook doen. Ook Netelenbos zei vorige week in de Tweede Kamer: ,,Ik begin een ongemakkelijke gevoel te krijgen dat wij de markt openstellen, terwijl anderen dat niet doen. Daardoor komen de verhoudingen scheef te liggen, zeker voor kleine landen.''

Ze beloofde de Kamer de kwestie van de wederkerigheid bij de Transportraad van gisteren in Brussel aan de orde te stellen. De Europese ministers van verkeer bespraken gisteren inderdaad even de liberalisering van de spoorwegen, maar zij sloegen hierover geen spijkers met koppen. Vooral de Franse en Belgische collega's van Netelenbos toonden hiervoor, zoals steeds, heel weinig animo.