`Saxofoon raakt uit de puberteit'

Vandaag beginnen in Zwolle de saxofoondagen, die elf concerten en vier masterclasses omvatten. ,,Iedere saxofonist is gedwongen pionierswerk te verrichten'', zegt William Raaijman, artistiek leider van de saxofoondagen.

,,De saxofoon heeft zich niet langzaam ontwikkeld, maar is in één keer uitgevonden. Je kunt Adolphe Sax wel de Marco Polo van de instrumentbouwers noemen. De saxofoon was vanaf het begin, zo'n honderdvijftig jaar geleden, eigenlijk al onwaarschijnlijk compleet. Je kunt er heel zacht en vreselijk hard mee spelen. De souplesse binnen de registers is ongelooflijk. De saxofoon is een alleskunner, een universeel instrument.''

William Raaijman (Stokkum, 1972) speelt al twintig jaar saxofoon en is een warm pleitbezorger van het rietblaasinstrument. Als artistiek leider van de Zwolse saxofoondagen, die vandaag van start gaan, heeft hij een programma van elf concerten en vier openbare masterclasses samengesteld waarin de verschillende aspecten van de saxofoon aan bod komen. Zo laat Simone Otto horen wat de saxofoon als solo-instrument vermag. Leo van Oostrom demonstreert tien historische verschijningsvormen van het instrument waaronder de schuifsaxofoon zonder kleppen, de c-melody en de swaneesax. Zelf presenteert Raaijman samen met zijn trio a'=+-443 Hz de wereldpremières van Hommage a R. Sch. en In memoriam Edison Denisov van de Hongaarse componist György Kurtág.

Het Zwolse saxofoonfestival betekent naast een divers aanbod van onalledaagse muziek vooral ook een moment van bezinning. ,,De saxofoon begint uit zijn puberteit te raken en wordt volwassen'', aldus Raaijman. ,,Vroeger waren er twee duidelijke scholen van saxofonisten. Aan de ene kant had je de hartstochtelijke Fransman Marcel Mule met zijn lyrische, macho-achtige geluid. En daar tegenover stond de Duitser Sigurd Rascher, die veel minder rond en vet speelde en een meer intellectuele benadering had. Die scheiding geldt voor de jongste generatie saxofonisten niet meer.''

Dat de stromingenstrijd binnen de saxofoonwereld is geluwd wil niet zeggen dat alle vragen zijn beantwoord. Raaijman: ,,Er zijn er die zeggen dat je Franse muziek op een Franse manier moet spelen en Scandinavische of Chinese muziek op z'n Scandinavisch of Chinees. Het probleem is echter dat er wel een Franse speelwijze bestaat maar dat van een Scandinavische of Chinese saxofoontraditie geen sprake is. Ga je dan uit van een ander kader zoals zang of een strijkinstrument of speel je die muziek dan toch maar op z'n Frans?''

Naast die stilistische kwestie is ook de repertoirekeuze niet zonder problemen. ,,De muziek die je speelt, bepaalt wat saxofoonmuziek is. Daarom is er in het festival ruimte voor zowel de microscopische composities van Denisov en het spel van Rascher-leerling John Edward Kelly als de lyriek van Benjamin Herman en de rauwe piep-kras-knor van Willem Breuker.''

Toch is het klassieke saxofoonrepertoire, op een paar belangrijke werken van Glazoenov en Ibert na, nogal beperkt. ,,Iedere saxofonist is gedwongen pionierswerk te verrichten.'', zegt Raaijman. ,,Dat komt grotendeels doordat het instrument er eerder was dan de muziek voor het instrument. Er zijn dan ook geen saxofoonvirtuozen bekend uit de negentiende eeuw. Bij de voorlopers van de piano was dat heel anders; er waren klavecimbel- en pianofortevirtuozen die al het repertoire voor de latere piano speelden. Het instrument werd aan de muziek aangepast. Bij de saxofoon ging het precies andersom. Het repertoire voor het nieuwe instrument moest nog geschreven worden.''

Historische toevalligheden hebben de ontwikkeling van het klassieke saxofoonrepertoire geremd. Raaijman: ,,Wagner wilde voor zijn Ring der Nebelung eigenlijk een saxofoonkwartet hebben maar kreeg ruzie met Sax waardoor het uiteindelijk niet doorging. Strawinsky bood aan een stuk te schrijven voor Rascher, maar die vond de prijs van tweeduizend dollar te hoog. Stel je voor, we hadden repertoire van Wagner en Strawinsky kunnen hebben!''

Een soortgelijke toeval bezorgde het rietinstrument zijn reputatie als het jazzinstrument bij uitstek. ,,In de jaren twintig gingen veel saxofoonfabrieken failliet waardoor de instrumenten terechtkwamen bij de lommerd'', vertelt Raaijman. ,,Arme jazz-muzikanten kregen zo toegang tot een instrument waarmee je hard en snel kan spelen en dat ook nog eens relatief goedkoop was. Als ze toevallig goedkoop fagotten hadden kunnen krijgen dan was dat een typisch jazzinstrument geworden.'' Het imago van de saxofoon als jazzinstrument is volgens Raaijman overigens wel de reden waarom echt belangrijke componisten weinig of geen stukken specifiek voor saxofoon hebben geschreven. ,,Er zijn wel stukken van bijvoorbeeld Louis Andriessen en David Dramm waar jazz en popinvloeden in zijn verwerkt, maar componisten als Boulez en Loevendie laten het afweten.''

,,De beperking van veel composities is dat het muzikale idee wel op papier staat maar de instrumentatie mist'', vindt Raaijman. ,,Dat geldt vooral voor de moderne muziek en daar is de saxofoon het meest van afhankelijk. Er wordt geen rekening gehouden met de specifieke eigenschappen van het instrument. Dan krijg je bijvoorbeeld op een vreemde plek in een stuk een mooie klank die onbedoeld heel krachtig klinkt. Dat zet je op een vervelende manier op het verkeerde been. Het is net als een verkeerd vertelde mop. De clou gaat verloren en de grap komt niet over.''

Saxofoondagen in Zwolle: 30/3 t/m 1/4 en 4/4 t/m 11/4. In Conservatorium Zwolle, Broerenkerk, NIC Manegezaal, Papenstraattheater en Schouwburg Odeon. Inl: (038)4218500 (tussen 10.00u en 14.00u).