Politici weten wel raad met geld uit Brussel

De PvdA heeft jarenlang heimelijk de eigen verkiezingskas gespekt met geld van het Europees Parlement. Overigens staat de PvdA daarin niet alleen.

De uitspraak van het Europese Hof van Justitie op 23 april 1986 was pijnlijk voor het Europees Parlement. Het Hof oordeelde dat het parlement de campagnes voor de Europese verkiezingen in 1984 op illegale wijze had gefinancierd. Dat is helemaal geen taak van het Europees Parlement, zo stelde het Hof vast, en verwees daarbij naar Europese verdragen.

Het gaat om veel geld. De Europese parlementsleden sluisden tussen 1982 en 1984 in totaal honderd miljoen gulden van het Europees Parlement naar hun eigen partijkassen. Het geld was helaas al uitgegeven. Terugbetalen hoefde niet, besloot het parlement na het arrest van het Hof.

Tegelijk stelde het parlement (in 1986) regels op die bepaalden dat er geen geld dat bestemd was voor het parlement, nog naar verkiezingscampagnes mocht.

De door het Hof gewraakte begrotingspost `bijdrage voorbereiding Europese verkiezingen' werd echter niet geschrapt. De post kreeg alleen een andere naam: `uitgaven voor politieke voorlichting over het parlement en zijn fracties'. Daarmee mogen, zo luidde het officieel, enkel nog informatiecampagnes betaald worden over de rol van het Europees Parlement, de fracties en de leden. Als extra slot op de deur werd afgesproken dat het geld ten behoeve van informatie niet mocht worden uitgegeven in de vier maanden voorafgaand aan Europese verkiezingen.

Een van de geheimen van het Europees Parlement is dat het arrest van het Hof op grote schaal wordt geschonden. Veel fracties, zo niet alle, hebben wegen gevonden om het informatiegeld toch in hun verkiezingskassen te krijgen. In mei 1990 onderzocht de Europese Rekenkamer de uitgaven van gelden voor de informatiecampagnes tussen 1986 en 1990. De conclusies waren helder. Op één fractie na sluisden alle fracties in die periode nog steeds geld door naar hun verkiezingskassen. De Franse socialisten bijvoorbeeld betaalden er in 1988 de posters mee voor de herverkiezing van François Mitterrand tot Franse president.

De Europese Rekenkamer vond dat de onrechtmatig verkregen gelden terug moesten naar het parlement. Dat gebeurde niet. De fractievoorzitters tekenden in 1991 wel een gentlemen's agreement voor een beter toezicht op de besteding van het informatiegeld. Ondanks het herenakkoord gingen de partijen op de oude voet verder, en dat geldt ook voor Nederlandse partijen in het Europees Parlement. Hoe dat gebeurde, blijkt uit de gang van zaken bij de PvdA.

Eén jaar na het rapport van de Rekenkamer, in 1991, kreeg de grootste fractie in het parlement, de Partij van Europese Sociaal-democraten (PES), ruim negen miljoen gulden informatiegeld van het Europees Parlement. Daarvan ontving de PvdA, onderdeel van de PES-fractie, voor haar Nederlandse informatiecampagne dat jaar, net als de jaren daarna, 285.000 gulden. Dat geld stortte de PvdA-eurodelegatie op een rekening van de Anne Vondeling Stichting (AVS). Deze stichting `ter ondersteuning van Europese socialistische politiek' houdt kantoor in Den Haag en is opgericht door de PvdA-Europarlementariërs. De stichting is de werkgever van de medewerkers van de afgevaardigden en is verantwoordelijk voor de besteding van de informatiegelden. De AVS ontvangt jaarlijks zo'n drie miljoen gulden, merendeels secretariaats- en onkostenvergoedingen van de acht PvdA'ers in het Europarlement. Er zijn ook rente-inkomsten, en natuurlijk de informatiegelden.

De AVS stopte jaarlijks twintig procent van het informatiegeld, zo'n 55.000 gulden, in haar algemene middelen. Dat stelde de stichting in staat om elk jaar uit de algemene middelen 50.000 gulden te reserveren voor de verkiezingen. Het geoormerkte informatiegeld belandde dus via een omweg in de verkiezingskas, hoewel dat verboden is. Overigens mag, volgens het arrest van het Europese Hof, helemaal geen geld van het parlement naar verkiezingen - dus ook geen deel van de secretariaats- of onkostenvergoeding. De AVS stoorde zich daar niet aan en bouwde tussen de Europese verkiezingen, in vijf jaar tijd, een fonds van een kwart miljoen gulden op.

Dat is niet alles. In Europese verkiezingsjaren kreeg de PvdA-eurodelegatie een extra bedrag van de PES-fractie voor de informatiecampagne. Ook dat bedrag mocht niet naar de verkiezingskas vloeien en niet in de laatste vier maanden voor de verkiezingen uitgegeven worden. Uit de begroting en exploitatierekeningen van de AVS over de laatste twee verkiezingsjaren, 1989 en 1994, blijkt dat de stichting beide regels heeft overtreden.

In 1989 ging het extra bedrag samen met het opgebouwde verkiezingsfonds bijna helemaal op aan de verkiezingen. Begin 1994 ging de door de AVS bijeengespaarde kwart miljoen gulden en een eenmalige bedrag van ruim drie ton in haar verkiezingsfonds. Zo had de AVS in 1994 ruim 550.000 gulden beschikbaar voor de verkiezingen.

Penningmeester Wim van Velzen sluisde voorjaar 1994 dat bedrag door naar het verkiezingsfonds van de PvdA in Amsterdam. De partij had dat jaar een drie-in-één-campagne; voor de Europese, landelijke en gemeenteraadsverkiezingen. In de (openbare) jaarrekening over 1994 van de PvdA staat het bedrag als `bijdrage Anne Vondeling Stichting'. Met het geld werden in de verkiezingscampagne van februari tot juni allerlei activiteiten betaald. Dat was dus in de door het parlement verboden periode van vier maanden voorafgaand aan Europese verkiezingen.

Hoe het CDA en GroenLinks gehandeld hebben, kan niet beoordeeld worden. Daarvoor ontbreken de stukken. Die zijn er wel over D66. Die partij gebruikte in 1994 in strijd met de regels 10.000 gulden van de begroting van het Europees Parlement voor nationale campagnedoeleinden. Dat blijkt uit de jaarrekening van D66 over 1994.

In januari dat jaar werd een D66-bijeenkomst in Leiden betaald, waar een deel van het landelijk concept-verkiezingsprogramma van D66 besproken werd. Ook de brochure over dit onderdeel van het verkiezingsprogramma werd door D66 met Europees informatiegeld betaald, alles samen tienduizend gulden.

Beide uitgaven voldeden niet aan de eis dat het moest gaan om voorlichting over de werkwijze van het parlement, de fracties of haar leden. Maar dat wist niemand. Het bedrag werd namelijk als `organisatie voorlichtingsbijeenkomst Europese Unie' en `voorlichtingsmateriaal over de Europese Unie' door het landelijk D66-secretariaat gedeclareerd in Brussel.

Hoe de VVD, ook onderdeel van de ELDR-fractie, omgaat met de informatiegelden blijft een vraag. Zeker is dat geld uit Brussel binnenkwam bij de partij, zo blijkt uit de openbare jaarrekening van de VVD over 1994. De rekening vermeldt een `Europese dotatie' van één ton aan het verkiezingsfonds waarmee de campagne van zowel nationale als Europese verkiezingen is betaald.

Meer gegevens zijn er niet. Op het partijkantoor in Den Haag raakte het complete dossier over de Euroverkiezingen van 1994 zoek. En de financiële jaarverslagen van de aan de VVD gelieerde Mr. H.R. Nordstichting, die de (publieke) informatiegelden van de VVD uitgeeft, blijven ondanks herhaald aandringen in de kluis.