Onafhankelijk Kosovo is einde van Bosnië

Als de Serviërs Kosovo opgeven, zullen zij een Groot-Servische staat afdwingen, meent Bastiaan Bommeljé.

De oorlog met Servië was onvermijdelijk, zoals het onvermijdelijk is dat je in de prut wegzakt als je een moeras in wandelt. De zuigende werking daarvan is des te sterker als er geen uitweg is aangegeven.

Dat het Balkan-conflict ingewikkeld, onvoorspelbaar en wreed is, mag het understatement van de eeuw heten. Letterlijk, want wat tot onlangs nog een `korte' 20ste eeuw leek, blijkt uit te lopen op een bijzonder lange eeuw die begon met bloederige chaos op de Balkan en eindigt met bloederige chaos op de Balkan. De val van de Muur is in dit perspectief niet meer dan een incident.

Een gemakkelijke weg uit het moeras is er niet als men er midden in staat. Daarom probeert Clinton zijn landgenoten iedere avond uit te leggen wat de risico's zijn. Daarom was het debat in het Britse Lagerhuis over de NAVO-aanvallen somber en ingetogen. Wie echter de bijeenkomst in de Tweede Kamer zag waarop haastig werd ingestemd met de oorlog, vraagt zich af of ons parlement wel beseft waaraan het is begonnen.

Dezelfde achteloosheid treft men aan in het betoog van Thomas H. von der Dunk (NRC Handelsblad, 27 maart), die meent dat de `mafiastaat' Servië nu door NAVO-grondtroepen dient te worden aangevallen. Deze redenering komt ofwel voort uit goedbedoelend mededogen jegens de Kosovaren, ofwel uit grote roekeloosheid, ofwel uit gebrek aan kennis inzake de Balkan, en waarschijnlijk uit al deze zaken tegelijk. Nog afgezien van de legalistische beletsels tegen een invasie van Servisch grondgebied, is zo'n pleidooi voor grondtroepen gratuit als men niet meteen duidelijk maakt hoeveel manschappen zouden moeten gaan vechten tegen de Serviërs, en hoeveel slachtoffers dat oplevert, en hoelang men daar wil blijven, en wat men gaat doen bij mobilisatie in naburige landen, om van de kans op fatale kettingreacties in de regio maar te zwijgen.

Veel interessanter is de vraag hoe de NAVO uit het moeras denkt te komen, en tegen welke prijs. Dat die prijs hoog is, lijkt zeker. En dan niet voor de NAVO, maar wel voor de fragiele constructie die onder de hoede van het Westen in het voormalige Joegoslavië is opgezet. Die constructie bestaat uit vijf staatkundige eenheden, waarin twaalf etnische delen zijn ondergebracht. Zo is Bosnië een wankel vehikel waarin de Serviërs in hun Republika Srpska, de Kroaten en de Bosnische moslims ongewenste passagiers van elkaar zijn. En de republiek Servië heeft behalve Kosovo nog de provincie Vojvodina met een grote Hongaarse bevolkingsgroep, en de oude Ottomaanse sandjak Novi Pazar, deels bevolkt door moslims. Macedonië is een los mozaïek waarin de Albaanse minderheid soms mijmert over de Groot-Albanese gedachte. Daarnaast zijn de Albanezen in de regio nog verdeeld volgens clanstructuren, en de moslims volgens etniciteit.

In de jaren dat het Westen zich met de Balkan-perikelen bezighield, kwamen meer dan 265.000 mannen vrouwen en kinderen in de regio om, en werden er talloos veel meer van huis en haard verdreven. Lord Owen verzuchtte onlangs dat het wellicht beter was geweest als iedereen het onderling maar had uitgevochten; dan was de oorlog misschien korter geweest, de uitkomst duidelijker en het aantal slachtoffers lager. In Kosovo wordt trouwens pas sedert de lente van 1998 gevochten. Eind 1997 kreeg het UÇK de wapens in handen uit de militaire depots die werden leeggehaald tijdens de val van het Berisha-regime in het naburige Albanië.

De onafhankelijkheidsbeweging der Kosovaren kreeg zo twee gezichten: het pacifisme van Ibrahim Rugova en de strijd van het vrijwel ongeorganiseerde UÇK. Met deze dubbele strategie sluit men bewust aan op de Dayton-akkoorden van 1995: die bezegelden immers een cocktail van etniciteit, oorlog en NAVO-ingrijpen met nieuwe staatkundige grenzen. De strijd van het UÇK staat bovendien in een traditie: in 1918 was er al een opstand tegen de Serviërs door de Kosovaarse Kacak-rebellen (ze werden verjaagd en hun dorpen platgebrand), en in 1944 was er een opstand tegen Tito, die wilde afrekenen met de Albanese vazalstaat van Italië waartoe Kosovo behoorde.

Blijft de vraag: wat kan de NAVO bereiken met haar acties? De hoop dat Miloševic wordt opgevolgd door gematigde Serviërs is nu wel de bodem ingeslagen. Wat restte aan democratische oppositie heeft alle betekenis verloren. De hoop dat Miloševic instemt met autonomie voor Kosovo binnen de Servische republiek was altijd al futiel, en is dat nu meer dan ooit.

Zelfs als hij onder dwang zwicht voor autonomie van Kosovo, zal dit het probleem alleen maar vooruitschuiven. Het vage akkoord van Rambouillet (dat voorziet in drie jaar `overgangstermijn' onder NAVO-troepen) lijkt slechts de voorbode van ofwel een permanente Westerse militaire aanwezigheid hier, ofwel van nieuw Westers verraad als men geen zin meer heeft dit `veilige gebied' voor de Kosovaren te beschermen.

Is het dan de bedoeling van de NAVO om Kosovo geheel zelfstandig te maken? Dit zou in strijd zijn met alle eerdere politiek, en bovendien een tweede Albanese staat creëren in de regio. Het opzetten van zo'n `etnische staat' zou twee effecten hebben. In de eerste plaats zou het Groot-Albanese scenario reëel worden en daarmee komt het bestaan van Macedonië in het geding, wat voor Bulgarije, Griekenland en Turkije een casus belli zal zijn.

Ten tweede zullen de Serviërs als prijs voor het opgeven van Kosovo ongetwijfeld een Groot-Servische staat afdwingen en met inlijving van de Republika Srpska het einde van Bosnië inluiden. Want als Groot-Servië ontstaat, dan zal ook Groot-Kroatië onafwendbaar zijn. Dit laat slechts een zielig hompje Bosnisch moslimgebied over.

Vrijheid voor Kosovo betekent dus het einde van Bosnië, en het is de vraag of dat een billijke prijs is voor rust in de regio. Thans ontvangt Bosnië 20 miljard gulden per jaar aan steun en met 10.000 man Westerse vredestroepen, is het land in feite een Westers protectoraat. Voor de existentie van Bosnië is dit een conditio sine qua non. Deze noodzaak zou wegvallen als men met Servië Kosovo afruilt tegen Bosnië. Wanneer men naast Bosnië ook Kosovo zelfstandig maakt, en niet wil laten opgaan in een grote Albanese staat, betekent dit dat een tweede Westers protectoraat wordt opgezet. Hoe dan ook: de NAVOkan zich opmaken voor een zeer lang verblijf op de Balkan, te midden van wrokkige vijanden en gefrustreerde vrienden.

Bastiaan Bommeljé is historicus.