Natuurbescherming 1

De houding van de ANWB in zaken die te maken hebben met ruimtelijke ordening en natuurbescherming is ons al jaren een doorn in het oog. Overal waar de overheid maatregelen probeert te bedenken om autoverkeer aan banden te leggen komt de ANWB in het geweer, zogenaamd in naam van haar leden.

Dit bleek nog eens duidelijk in het artikel `Brussel springt in de bres voor bedreigde vogels' (NRC Handelsblad, 17 maart). Het gaat daarbij om de aanwijzing door de overheid van gebieden die bescherming behoeven onder de Vogelrichtlijn of de Habitatrichtlijn in het kader van de EU–regelgeving. Deze richtlijnen bestaan al sinds 1979. De aanwijzing van gebieden is een verplichting die vanuit Brussel wordt opgelegd en waarin Nederland een uitermate laks beleid heeft gevoerd dat er uiteindelijk een veroordeling door het Europese Hof aan te pas moest komen om de zaak aan het rollen te krijgen. Nu schrikt iedereen op van deze `nieuwe' ontwikkeling, maar in feite had aanwijzing al jaren geleden moeten gebeuren. Alle natuurbeschermingsorganisaties zijn verheugd over de recente ontwikkeling. Zo niet de ANWB en daarbij spreekt zij niet namens ons. Het probleem met die club is dat je daar geen lid van bent omdat je hun standpunten onderschrijft, maar louter omdat er voor een aantal voorzieningen die de ANWB biedt geen behoorlijk alternatief is. Denk aan diverse soorten kampeerbewijzen en vooral de Wegenwacht. Meer dan een miljoen mensen in Nederland zijn lid of donateur van Natuurmonumenten, Wereldnatuurfonds, Vogelbescherming en de Provinciale Landschappen. De overgrote meerderheid van hen zal eveneens lid zijn van de ANWB, net als wij vanwege het voorzieningenpakket. Wij kunnen ons niet voorstellen dat de ANWB namens hen spreekt als zij zich verzet tegen de zo broodnodige bescherming van belangrijke natuurgebieden in Nederland. Het wordt tijd dat de ANWB haar leden eens raadpleegt. Onze mening is nooit gevraagd.