Moleneigenaren luiden noodklok

Tweederde van de duizend molens in Nederland heeft een flinke opknapbeurt nodig, maar er is geen geld voor.

In de kleine molen pulkt Paul Groen met zijn wijsvinger rot hout uit een dikke, beschimmelde balk. ,,Van buiten ziet deze molen er goed uit, maar van binnen schrik je je rot.' Groen, `molenambtenaar' bij de provincie Zuid-Holland, staat in de vierhonderd jaar oude Graaflandse Molen in Groot-Ammers. ,,Eigenlijk is hij een barrel.'

De Graaflandse Molen is niet de enige molen in Nederland die er slecht aan toe is. Een paar weken geleden heeft de Vereniging De Hollandsche Molen alarm geslagen. Tweederde van de ongeveer duizend molens in Nederland heeft de komende jaren een flinke opknapbeurt nodig. Ruim honderd zijn aan een omvangrijke restauratie toe, waarbij de kosten kunnen oplopen tot meer dan een miljoen gulden. Groen, die eigenaren adviseert en restauraties begeleidt, schat de restauratiekosten van de molen in Groot-Ammers op enkele tonnen. Maar het geld is er niet. ,,Het is een uitzichtloze situatie.'

De onderhoudskosten overtreffen vele malen de subsidie van de overheid. Moleneigenaren in Zuid-Holland, waar zich een kwart van de Nederlandse molens bevindt, hebben dit jaar voor 11,5 miljoen gulden aan plannen ingediend bij rijk en provincie. Maar er is dit jaar niet meer dan één miljoen beschikbaar, waarvan de helft in voorgaande jaren al is uitgegeven. Naast deze restauratieregeling is er nog een subsidie voor het onderhoud van 25 duizend gulden per molen. Als er geen extra geld beschikbaar komt voor het opknappen, is het volgens Groen niet ondenkbaar dat er molens letterlijk van ellende uit elkaar vallen.

Nederland telt verscheidene stichtingen die zich ontfermen over de molens, zoals de Stichting Instandhouding Molens in de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden. In dat gebied staan 52 molens, de helft ervan is eigendom van de stichting. De overige zijn van gemeenten, particulieren of kleinere stichtingen. Meestal zijn er vrijwillige molenaars die de molens regelmatig laten draaien.

,,We zien de molens onder onze handen achteruit gaan', zegt Andries van der Graaf, bestuurslid van de molenstichting Alblasserwaard en Vijfheerenlanden. Ondanks het werk van de stichting en de inzet van de provincie staat een kwart van de Zuid-Hollandse molens op de restauratielijst. Bij het restaureren zijn vakmensen nodig, en die zijn er niet genoeg, aldus Van der Graaf. Dat is ook een groot probleem.

Er zijn ,,heel veel wrakken' in Nederland, zegt Luc Verbij, directeur van een molenbouw en -restauratiebedrijf in Hoogmade. Hij maakt geregeld mee dat een restauratie door geldgebrek halverwege moet worden gestopt. Hij vindt dat de `noodkreet' van de Hollandsche Molen ook tot het publiek worden gericht. Bedrijven zouden als sponsor kunnen optreden, denkt hij. ,,Veel bedrijven hebben folders voor het buitenland met plaatjes van molens. Ze betalen daar geen cent voor.'

Maar het vinden van een sponsor voor een molen is niet zo gemakkelijk als het vinden van een sponsor voor een voetbalclub. Voetballers krijgen de sponsornaam op hun shirtjes. ,,Wij willen geen leuzen op de wieken', zegt Van der Graaf. Het monumentale uiterlijk van de molen moet in stand blijven. Er zijn ondernemingen die financieel bijspringen. Zo huurt de scheepswerf IHC een molen van de molenstichting Alblasserwaard en Vijfheerenlanden. Het bedrijf ontvangt in de authentiek ingerichte molen buitenlandse gasten, die het ,,geweldig'vinden.

,,Het is structureel nooit goed gegaan met de molens in Nederland', zegt Verbij. Doordat geen onderhoud is gepleegd, zijn er nu grote problemen, meent hij. ,,In een stad is het nog niet zo moeilijk om aan geld te komen, daar wordt snel een actiegroep opgericht om zo'n molen in nood te restaureren. Maar voor de poldermolen is het heel moeilijk. Er zijn maar een paar mensen die hem aan de horizon zien staan. Het is niet gemakkelijk om mensen daar enthousiast voor te maken.'

In Oud Alblas staat de Kooijwijkse Molen, een poldermolentje uit 1866. Leo Brouwer, die het molenaarsvak als hobby uitoefent, huurt de molen van de Molenstichting, woont erin en laat de wieken eens per week draaien. In het onderste gedeelte, de kleine woonkamer, is weinig te zien van de slechte staat, maar twee etages hoger is de toestand slecht. Een zeil op de vloer met daarop potjes en bakjes moet het water opvangen. Door de natte en stormachtige periode zit het vocht in de dikke muur.

Niet alleen het vocht in deze van 1866 daterende molen moet worden aangepakt, ook de stalen constructie waar de kap op rust. Want die is doorgeroest. Verder zou het riet moeten worden vervangen. Geschatte kosten: drie à vier ton.

Ambtenaar Groen is na zijn bezoek aan Brouwer een stuk minder vrolijk geworden. Hij wist dat de staat van de Kooijwijkse Molen slecht was, maar hij schrok van de toestand die hij aantrof. ,,Het is vechten tegen de bierkaai', verzucht hij. ,,Daar word je soms wel moedeloos van.'