Meer steun voor Nederlandse bedrijven

De Nederlandse overheid heeft in de jaren 1995 tot en met 1997 meer staatssteun aan bedrijven gegeven dan in de periode ervoor. Dat gaat in tegen de trend in de hele Europese Unie (EU), waar het percentage staatssteun juist is afgenomen.

Dat staat in het `Zevende onderzoek naar staatssteun in de Europese Unie' dat de Europese Commissie vandaag publiceert. Volgens interim-commissaris Van Miert (mededinging) is het percentage Europese staatssteun nog steeds ,,te hoog''. Van Miert zegt in een reactie op het onderzoek: ,,Als het niveau zo hoog blijft, dan zal dat de concurrentie en de handel verstoren en op die manier de voordelen die de EU met haar vrije markt heeft ondermijnen.''

Nederland heeft de staatssteun, die wordt uitgedrukt als percentage van de totale toegevoegde waarde van het bedrijfsleven, laten oplopen van 1,1 procent in de periode 1993 tot en met 1995 naar 1,2 procent in de jaren tot en met 1997. Dat komt overeen met een stijging van 585 naar 674 miljoen euro (1,5 miljard gulden). Nederland is echter niet het enige land, waar de staatssteun is toegenomen. Ook Griekenland, Spanje, Denemarken, Luxemburg, Portugal en het Verenigd Koninkrijk laten een toename zien.

De gehele EU heeft een daling laten zien van 3,5 naar 2,9 procent (36,4 miljard euro), vooral doordat de staatssteun in Duitsland is afgenomen. Duitsland is overigens nog altijd een van de koplopers in Europa: 3 procent van de toegevoegde waarde wordt aan staatssteun uitgegeven. Alleen Griekenland (5,6 procent) en Italië (5,3 procent) scoren hoger. Daartegen afgezet is het Nederlandse aandeel van 1,2 procent laag. Alleen het Verenigd Koninkrijk en Zweden geven relatief minder staatssteun.

De Europese Commissie kan staatssteun aan bedrijven verbieden als deze tot oneerlijke concurrentie leidt.