Maatschappelijke kloof

MINDERHEDENBELEID is bij de jongste kabinetsformatie omgedoopt tot ,,grote steden en integratiebeleid'' en opgewaardeerd tot een eigen ministerspost, die werd bezet door de D66'er Van Boxtel, die naast het voorzitterschap van zijn fractie had gegrepen. Bij dit nieuwe gezicht hoort een nieuw beleidsaccent: ,,Realisering van een actief burgerschap voor leden van etnische groepen.'' Zo heet het in de beleidsnota waarin de bewindsman zijn gedachten ontvouwde onder de titel ,,Kansen krijgen, kansen pakken''.

Dat is mooi gezegd, maar de realiteit is dat etnische minderheden er maar steeds niet in slagen hun maatschappelijke achterstand op de autochtone bevolking in te lopen. Dat blijkt uit de laatste aflevering van een periodiek evaluatie-onderzoek. Het geldt eigenlijk voor alle grote categorieën zoals werk, school, gezondheid, huisvesting.

Aan een gebrek aan inspanning aan overheidszijde kan het moeilijk liggen. Volgens een recente telling van de Algemene Rekenkamer kent Nederland niet minder dan 230 verschillende programma's voor minderheden, vaak ook nog met vele vertakkingen. Ze hebben volgens het college echter een belangrijke handicap, ,,een grote mate van onzekerheid over de werking van het integratiebeleid''. Dat komt vooral doordat het beoogde doel vaak niet precies genoeg is geformuleerd zodat de resultaten moeilijk toetsbaar zijn. De effecten van maatregelen worden volgens de Rekenkamer trouwens in het algemeen te weinig geëvalueerd.

DIT IS EEN PROBLEEM dat Van Boxtel zich kan aantrekken. Zelf kwam hij in zijn nota over de kansen met vier nieuwe ,,actieprogramma's'' die niet minder dan 99 concrete ,,actiepunten'' opleveren. Zelfs de Tweede Kamer, doorgaans voor geen kleintje vervaard, hikte tegen deze stortvloed aan. Vooral omdat de meeste punten niet waren voorzien van een planning en tijdafspraak. Wat zijn nu precies de prioriteiten, wilde men weten, uiteraard niet in de laatste plaats met het oog op de politieke toetsing van Van Boxtel zelf.

De bewindsman wilde onder aandrang wel iets noemen waar hij zich speciaal voor inzet: halvering van het verschil in werkloosheid. Maar hij weigert het recept van zijn naaste collega Peper, die zijn politieke lot heeft verbonden aan zijn ,,grote ambitie, Nederland veiliger te maken''. Voor Van Boxtel niet ,,meteen die sfeer dat als je ooit iets hebt benoemd maar het niet haalt, je het voor de rest wel kunt schudden''.

Het zal interessant zijn te zien welke van de twee schakeringen paars het beste werkt. Van Boxtel heeft intussen wel een punt als hij wat sceptisch is over gefixeerde doelen in zoiets moeilijks als minderhedenbeleid: ,,Mensen zijn geen vissen waarvoor je een quotum kunt vastleggen.'' De maatschappelijke kloof is ook relatief. Minderheden boeken wél vooruitgang, de autochtone bevolking doet het alleen wat sneller. Het is al heel wat wanneer de overheid het niet erger maakt.