Krabbels van Victor Hugo op expositie

Veel Franse schrijvers uit de vorige eeuw waren schrikbarend productief. George Sand kon een legendarisch losbandig leven leiden terwijl ze haar gezin onderhield door tienduizenden bladzijden tekst bij elkaar te schrijven. Ze schijnt dat voornamelijk 's nachts te hebben gedaan en in een gigantisch tempo. Ook figuren als Stendhal, Théophile Gautier of de gebroeders De Goncourt, schreven dikke boeken terwijl ze tegelijkertijd een rijk sociaal leven hadden.

De Franse auteur die wat dit betreft de kroon spant is Victor Hugo (1802-1885). Lagarde en Michard's Franse literatuurgeschiedenis voor de middelbare school bevestigt het: Hugo was zonder twijfel de schrijver die de 19de eeuw domineerde, zowel wat betreft de lengte van zijn carrière als wat betreft de 'fécondité de son genie' en de diversiteit van zijn oeuvre, dat van lyrische, satirische en epische poëzie via drama tot een fikse romancyclus loopt. Les Misérables, dat op het ogenblik het bekendst is, is daar slechts een fractie van. Voordat hij op het eind van zijn leven tot officieel dichter van de Republiek werd uitgeroepen nam Hugo actief deel aan de grote politieke debatten van zijn tijd.

Maar Hugo gebruikte pen en ganzeveer niet alleen voor zijn literaire werk. En passant liet hij ook nog een oeuvre van zo'n 4000 schetsen en tekeningen na, dingen waarmee hij zich tussen twee strofen door amuseerde, zoals hij in 1859 aan Charles Baudelaire schreef. Alleen wie het Musée Victor Hugo aan het Place des Vosges in Parijs ooit bezocht, zal daar meteen een beeld bij krijgen. Het zijn mooie, soms uitgewerkte, soms zeer losse schetsen, die op het eerste gezicht precies in de Romantiek passen.In het Museum van Elsene (deelgemeente van Brussel) zijn ze nu in vele varianten te zien. Vage schemerlandschappen met sterk licht-donker effect, bladen met sprookjeskastelen of ruïnes met veel torens en kantelen, of beelden van een paar bomen die als vreemde elementen in een leeg landschap staan. Veel tekeningen zijn gemaakt tijdens Hugo's reizen door onder meer Frankrijk, Spanje, de Normandische eilanden, Nederland, Luxemburg, Duitsland, Zwitserland en niet te vergeten België. In dit laatste land kwam Hugo vaker terug en ook woonde hij een tijdje in Brussel. Hij schreef dat hij er beroerd woonde, slecht sliep en slecht eten kreeg. Maar, voegde hij eraan toe, hoe benauwder het lichaam het heeft, des te breder kan de geest zich ontplooien.

Het werk van tekenende of schilderende schrijvers wordt doorgaans ondergebracht en geëxposeerd in bibliotheken, letterkundige musea en wat dies meer zij; de reguliere museumwereld beschouwt het meestal vooral als een curiosum. In dit geval zullen de banden met Brussel de voornaamste reden zijn geweest om nu in een kunstmuseum als dat van Elsene zo'n grote tentoonstelling over deze literator te houden. Er zijn inderdaad ook relatief veel Belgische en Luxemburgse tekeningen te zien. Maar wat mij betreft had die Brusselse context wel wat meer nadruk kunnen krijgen of beter uitgewerkt kunnen worden, per slot van rekening heeft Hugo ook een aantal van zijn belangrijkste boeken in Brussel uitgegeven.

Maar verder is het een avontuur om langs de wanden met Hugo's 'pennetrekken' te lopen. Mooi geobserveerde landschappen en stadsgezichten worden langzaamaan verdrongen door fantasiebeelden die soms een spookachtige sfeer oproepen. Ook nam Hugo het met de techniek niet erg nauw. Zo hangen er bladen met vlekken en vegen in bruine inkt die dan weer gewassen is. Barbouillages noemde Hugo dit zelf, een wirwar van vlekken. Soms vouwde de schrijver, zoals kinderen wel doen, een papier met een natte inktvlek dubbel zodat er een grillig, symmetrisch fantasiebeeld ontstond. Het typerende is dat Hugo bij sommige van die warrige half-abstracte werken heel exacte opmerkingen schreef. In een alleraardigst aantekenboekje uit 1856, waarvan een aantal blaadjes zijn uitgehangen, noteert hij bijvoorbeeld bij een weinig duidelijk beeld: `Een fee die een trol berispt'.

Op de tentoonstelling wordt herhaaldelijk gewezen op het vernieuwende karakter van juist deze half-abstracte tekeningen en op hun overeenkomst met de hedendaagse kunst. Zo voor de hand liggend is dat echter helemaal niet. Juist Hugo's zogenaamd experimentele `pennetrekjes' zijn van alle tijden: wie vastzit met een stuk of even niet op een juiste zin kan komen ijsbeert de kamer rond of krabbelt gedachteloos wat neer. Omdat er, in het geval van Hugo, zo lang geleden gekrabbeld werd en bovendien door een zo groot schrijver intrigeren de beelden op de tentoonstelling je vanzelf. Al blijft het ongelooflijk dat een veelschrijver als Victor Hugo daar óók nog tijd voor had.

Tentoonstelling: Victor Hugo, tekenaar, tot 25 april in het Museum van Elsene (Ixelles), Jean van Volsemstraat 71, 1050 Brussel, tel. 00 32 2 5119084. Open di t/m vr 13-18.30u. Za en zo 10-17u. Gesloten op maandag en feestdagen. Catalogus: Bfr. 1000,-.