Knikkertijd

Voor de school lag het grote betegelde schoolplein. Als de tijd daar was – en wie dat bepaalde is nog steeds een raadsel – liep van de ene op de andere dag iedereen met een knikkerzak vol knikkers, stuiters en mexi's rond. Ze waren respectievelijk gemaakt van gebakken klei, marmer en glas.

Knikkers waren het kleinst en maar in één maat verkrijgbaar, de marmeren stuiters en de mexi's in verschillende maten tot wel 2,5 cm in doorsnee. Mexi's waren het kostbaarst. Ze waren van doorzichtig glas met een felgekleurd vlammetje in het midden. In de levendige ruilhandel deden de grote wel 12 knikkers.

Wij knikkerden destijds op drie verschillende manieren. Op het schoolplein, of na schooltijd thuis op de stoep, ging iemand wijdbeens zitten en legde een of meer glazen of marmeren knikkers voor zich in de gleuf tussen twee tegels. Afhankelijk van de gaafheid en de koers van het moment werd vastgesteld vanaf welke afstand er gemikt of geschoten mocht worden met gewone knikkers. Bijvoorbeeld vanaf de zesde, de achtste of de twaalfde tegel. Raakte iemand de dikke mexi dan was die voor hem of haar. Alle knikkers die het doel misten en tussen de benen werden opgevangen waren voor degene die op de grond zat.

Meisjes hadden het wat opvangen betreft makkelijk. Ze droegen vroeger nog geen broeken, behalve 's winters als het erg koud was, maar dan moest er toch altijd nog een rok overheen. Ze streken hun rok glad en stopten hem tussen en onder hun benen om daarin de knikkers op te vangen. Was het spel uit dan pakten ze met één hand de rand van de rok samen en tilden deze op. Met de andere hand konden ze er dan de knikkers uitscheppen. Er was altijd wel een vriendinnetje dat de zak ophield.

Naast de school was een kleiner plein bestaande uit rul zand. Hier werd `kuiltje' geknikkerd. Het kuiltje werd gegraven door een hak van je schoen schuin en stevig in het zand te planten en vervolgens een aantal keren rond te draaien. Daarna werd het met de hand glad gestreken. Afhankelijk van de diameter werd de afstand bepaald van waar je met meerdere kinderen tegelijk een vast aantal knikkers een voor een in het kuiltje probeerde te gooien. De laatste knikker werd voor de mazzel even voor de neus gehouden. Nadat iedereen gegooid had mocht je de knikkers die naast het kuiltje terecht waren gekomen er met je duim of vinger inwippen of inpieken. Wie het eerst alles in de kuil had won de pot.

Ik voel nog de machteloze woede als ik denk aan die grote jongens uit een hogere klas die zogenaamd per ongeluk ons kuiltje dicht trapten. Dat gebeurde altijd net op het moment dat de bel ging. In de les zat je dan op hete kolen en vroeg je af of je de plek waar je knikkers onder het zand lagen nog wel terug zou kunnen vinden.

Ook werd er wel een cirkel getrokken waar vanaf afstand knikkers in gemikt werden. Ook hier ging het erom zoveel mogelijk knikkers binnen de cirkel te krijgen waarbij het de kunst was je tegenstanders uit de pot te knikkeren.

Er wordt nog steeds geknikkerd, minder massaal en minder op straat dan vroeger, en de van klei gebakken soort is niet meer te krijgen. Maar het assortiment glazen knikkers is uitgebreid met fel schitterende exemplaren in mooie kleuren waarvan sommige meer dan vier centimeter in doorsnee zijn.

Op schoolpleinen zag ik dat sommige tegels voorgebakken potjes of kuiltjes hebben, maar een `juffrouw' vertelde me dat de meeste kinderen toch liever zelf een kuiltje maken en daarvoor desnoods een steen of tegel lichten.