Gleisdreieck

,,Ik beken me tot de Gleisdreieck'', schreef de jonge Berlijnse stadsverslaggever Joseph Roth in 1924 over het immense treinknooppunt midden in de stad. ,,Alle vitale energiestromen uit de omgeving hebben hier hun oorsprong en monden er tegelijk uit, zoals het hart begin en einde van de bloedbanen is. (...) `IJzeren landschap' is wellicht het woord dat het beste past bij deze speelplaats van techniek.''

De periode tussen 1917 en 1921 was de Gleisdreieck van deze eeuw. Wissels werden omgezet, locomotieven werden losgekoppeld, treinen werden uiteengehaald, nieuwe banen uitgezet. In Rusland werd de wereld van Tsjechov en Boenin volledig weggevaagd. De Donaumonarchie viel om als een enorme oude eik. Berlijn had tijdens de hele oorlog in illusies geleefd – nog op 27 september 1918 meldden de kranten dat de strijd was gewonnen. Toen drie dagen later het tegendeel bekend werd, smolten alle zekerheden van het oude keizerrijk als sneeuw voor de zon weg. Die winter stroomde de stad vol verbitterde veteranen en gevluchte Russen, er heerste chaos en honger, en Berlijn was eind 1918 op zijn minst zo rijp voor een bolsjewistische revolutie als Petrograd in 1917. Toch ging de wissel net een andere kant op.

We moeten terug naar de Gleisdreieck, zoals we voortdurend terugmoeten naar Berlijn om iets van de Europese geschiedenis te begrijpen. De oude ijzerconstructies zijn nu gesloopt. Het is er allemaal een groot bouwterrein, de nieuwe speelplaats van de metallic jongens en de glazen meisjes, deze Gleisdreieck van de 21ste eeuw, waar nog niemand weet hoe de treinen gaan rijden.