Geneesmiddelen

Om de kosten voor medicijnen in te perken stelt farmacoloog Offerhaus (NRC Handelsblad, 9 maart), voor het geneesmiddelenpakket door de trechter van Dunning te gooien. Helaas blijkt het inperken van het farmacotherapeutisch assortiment niet altijd tot kostenverlaging te leiden.

Maar als centrale beperking niet functioneert, hoe moet het dan wel? Allereerst moeten we af van de gedachte dat een ruime keuze uit geneesmiddelen de zorg duur maakt. Het is niet zelden een hele toer een voor een patiënt acceptabel middel te vinden. Maar uiteindelijk is een goed geneesmiddel zonder bijbetaling en bijwerkingen een investering in de toekomst: de patiënt neemt het in en voorkomt daarmee andere ziektekosten en ziekteverzuim. Dergelijke kosten zijn niet de zorg van de bewakers van het medicijnen budget maar wel relevant. De overheid zou wel in staat moeten zijn een redelijke prijsstelling van medicijnen af te dwingen, zeker in een sterk concurrerende markt.

Belangrijker dan beperking van assortiment is het nastreven van doelmatigheid, d.w.z. voor de juiste indicatie een bewezen werkzaam middel met hoge therapietrouw gedurende de juiste tijdsduur voorschrijven. Al geruime tijd wordt er door de medische beroepsverenigingen met succes aan dergelijke consensus gewerkt. Maar er is zoveel politieke haast dat er alweer een proefballon opgaat: de door specialisten poliklinisch voorgeschreven geneesmiddelen moeten in het ziekenhuisbudget en de verzekeraars worden betrokken bij de bepaling van een bindend formularium. Hoe moet dat als het budget in september op is? De reële zorgvraag neemt nu eenmaal toe door ondermeer vergrijzing en immigratie. Moeten we, analoog aan de wachttijden voor chirurgische ingrepen, aan de patiënt zeggen dat hij pas in het nieuwe jaar medicijnen voor zijn hoge bloeddruk krijgt? En dat het middel waar hij geen bijwerkingen van heeft niet in het formularium mocht? Dat stond niet in z'n polis.

Laat de keuze van de behandeling aan de behandelaar. Die is daar door scholing en direct patiëntencontact de geijkte persoon voor en heeft geen financieel belang bij het al dan niet voorschrijven van een middel. Bevorder door verdere consensusvorming de doelmatigheid. Maak het voorschrijf gedrag eventueel toetsbaar aan dergelijke consensus, maar niet te rigide, er zullen altijd uitzonderingssituaties blijven. Mogelijk leidt één en ander tot meer receptuur doordat sommige artsen zulllen beseffen dat zij nog patiënten onvoldoende behandelen. Maar dit is dan weer een investering in de toekomst en, een steeds vaker vergeten argument, in het belang van de individuele patiënt.