Gelofte van zuiverheid

De luchtaanvallen van de NAVO op Servië hebben niet alleen het nieuws over Prodi's benoeming tot voorzitter van de Europese Commissie bijna van de voorpagina's weggedrukt, maar ook de bijna-benoeming van premier Kok. Volgens de Nederlandse pers was Kok een week daarvoor nog verzekerd van de steun van `heel Europa', maar vorige week woensdag was die steun raadselachtigerwijs opeens in het niets verdwenen. Of was dat toch niet zo raadselachtig als de media hadden gesuggereerd? Kok was zelf de eerste om de speculaties over zijn benoeming in de Tweede Kamer krachtig tegen te spreken. Dat leek ook realistisch, gezien het ontbreken van enigerlei aanwijzing van expliciete steun voor de Nederlandse minister-president.

Behalve de Britse premier Blair had geen enkele regeringsleider zich voor Kok uitgesproken. Gegeven die zekerheid was er dan ook geen enkele reden voor topberaad in Koks partij over de gevolgen van zijn eventuele vertrek. Toch werd dat in het weekeinde van 20/21 maart nog koortsachtig gevoerd. Kok alarmeerde zijn eventuele opvolger Melkert, die op zijn beurt vertrouwelingen alarmeerde, die vervolgens weer anderen alarmeerden. En dat allemaal in de `zekerheid' dat de Grote Vier voor de Nederlander hadden gekozen. Die tête á têtes en telefoongesprekken maakten een enigszins dilettantische indruk. Weliswaar volhardde Kok, nuchter als altijd, naar buiten manmoedig in zijn ontkenningen, maar al het spoedoverleg dat binnenskamers werd gevoerd sprak een andere taal, die zacht gezegd een enigszins verwarde oriëntatie op de internationale werkelijkheid tot uitdrukking bracht.

De regeringsleiders van de Europese Unie hebben intussen geen gras laten groeien over de politieke crisis in Brussel en in de recordtijd van drie uur Romano Prodi benoemd tot voorzitter van de Europese Commissie. De snelheid waarmee dat unanieme besluit werd genomen stond weliswaar onder druk van de op handen zijnde bombardementen van de NAVO, maar het gebeurde met een discretie en slagvaardigheid die niemand had verwacht. Bondskanselier Schröder presenteerde die voortvarendheid als bewijs van grote Europese eensgezindheid en besteedde vervolgens een Duits kwartier aan het opsommen van de kwaliteiten van de nieuwe voorzitter, die Europa het gevoel moesten geven dat het de beste kandidaat had gekozen.

In de euforie van het moment zou men bijna over het hoofd zien dat Europa niets had gekozen. De keuze van de voorzitter van de Europese Commissie was een zaak van de regeringsleiders en de nationale regeringen, waaraan geen democratie te pas was gekomen. In feite is die beslissing genomen door het sanhedrin van Schröder, Chirac, Blair en d'Alema. Wie goed luisterde, hoorde de Italiaanse premier tussen neus en lippen opmerken dat de zaak al vóór de bijeenkomst van de Europese regeringsleiders in Berlijn door dat oligarchische gezelschap beklonken was. De overige regeringsleiders, Kok incluis, hebben dus niet meer dan meegehobbeld.

Voorlopig beperkt de euforie over de snelle benoeming van Prodi zich tot de Duitse bondskanselier en diens Europese collega's, want de Europese kiezer heeft op dit alles niet de geringste invloed. Wie de nieuwe commissarissen in Brussel worden, is een zaak van de regeringen die geheel buiten de kiezers om geregeld wordt. De voorzitter van de Commissie hoeft door zijn benoemingsgeschiedenis nog geen handlanger van de regeringen te zijn, maar hij beschikt niet over een eigen democratische machtsbasis. Dat geldt ook voor de Commissie. Zij kan pas als een volwassen politiek orgaan worden beschouwd als zij op eigen legitimiteit kan terugvallen. Toch zou ik niet willen zeggen, dat de crisis in de Commissie geen enkel positief effect op de democratie heeft gehad. Dat is er wel degelijk, zij het op een lager niveau – maar wel een niveau van de toekomst. Het aftreden van de Europese Commissie heeft vier jonge Nederlandse kandidaten voor het Europees Parlement tot politieke zuiverheidsgeloften geïnspireerd die weleens het begin van een democratisch reveil zouden kunnen inluiden. In een gemeenschappelijke verklaring in Trouw van 20 maart zweren K. Buitenweg (28), M. van Hulten jr. (30), L. van der Laan (33) en W. Russchen (28), kandidaten van GroenLinks, PvdA, D66 en VVD, alle financiële emolumenten af die een aantal democratisch ongecontroleerde politieke organen zo'n kwalijke reputatie hebben bezorgd. Zij stellen nieuwe regels voor die uitgaan van dagvergoedingen van daadwerkelijk gemaakte uren en van declaraties op basis van werkelijk gemaakte reiskosten. Ze bepleiten afschaffing van pensioenregelingen die bovenop reeds bestaande nationale voorzieningen komen. Verder beloven ze geen giften aan te nemen, en nevenfuncties, betaald of onbetaald, vast te leggen in een openbaar register.

Het enige dat aan deze veelbelovende verklaring nog ontbreekt is de belofte om het nepotisme uit te roeien. Dit wijdverbreide Brusselse euvel dat al jaren aan de Commissie en aan het Europees Parlement bekend is, beperkt zich niet alleen tot het schertsbaantje dat mevrouw Cresson een bevriende tandarts bezorgde. Nader antecedentenonderzoek onder de assistenten van de parlementsleden zou zeker een aantal begunstigde familiebetrekkingen aan het licht brengen. Strikt genomen zou ook de benoeming van prins Constantijn in het kabinet van Eurocommissaris Hans van den Broek tot nepotisme kunnen worden gerekend. Van den Broeks dochter Marilène is immers getrouwd met prins Maurits, een neef van Constantijn. De commissie van Wijze Mannen heeft aan dat geval echter geen aandacht geschonken, zodat ons die opwinding nog bespaard is gebleven.