ETA krijgt maar geen genoeg van `straatoorlog'

Wie wethouder of gemeenteraadslid in Baskenland wordt en geen lid is van een Baskisch-nationalistische partij, moet ook de komende maanden er ernstig rekening mee houden dat zijn huis, auto of winkel in brand wordt gestoken met molotov-cocktails.

Twee gemaskerde mannen die zich uitgaven voor woordvoerders van de Baskische afscheidingsbeweging ETA, lieten er gisteravond op de Baskische regio-televisie weinig misverstanden over bestaan. De ETA zal geen opdracht geven voor het beëindigen van de zogenaamde ,,straatoorlog'' tegen dorpspolitici van de conservatieve en socialistische partij.

Sinds de ETA vorig jaar september aankondigde voorlopig te stoppen met het ombrengen van lokale politici en andere terreuracties, is de zogenaamde straatoorlog sterk opgevoerd. De afgelopen maanden werden talloze partijkantoren platgebrand en woningen van niet-nationalisten met brandbommen bekogeld door Jarrai, de jongerenafdeling van de ETA.

Een aantal politici heeft zich onder druk van het geweld inmiddels teruggetrokken voor de lokale verkiezingen in Baskenland die in juni worden gehouden. De regeringspartij van premier Aznar en de socialistische oppositie hebben de situatie reeds vergeleken met de vroegere nazi-terreur in Duitsland.

Het voortdurende geweld in Baskenland, dat vooral gedurende het weekeinde zijn hoogtepunt kent, heeft de verhoudingen tussen de nationalistische en niet-nationalistische partijen op scherp gezet. De grootste partij in Baskenland, de nationalistische PNV, wordt ervan beticht onvoldoende afstand te nemen van de ETA.

De ETA-leden verklaarden gisteren dat zij nog steeds bereid zijn te praten over de beëindiging van de ,,militaire fase van het conflict''. Voorwaarde is evenwel dat zowel Spanje als Frankrijk het ,,recht op zelfbeschikking'' erkennen van Euskal Herria, de Groot-Baskische natie die eens moet komen. Het straatgeweld blijft onderwijl een legitieme vorm van ,,zelfverdediging'', aldus de gemaskerde zegslieden.