Diplomatie, voortgezet met onwennige middelen

Nederland heeft geen recente oorlogstraditie. Op deelname aan NAVO-acties tegen Joegoslavië leek niemand dan ook voorbereid te zijn. Korte krijgskroniek van het Koninkrijk.

De NAVO-luchtacties boven Servië en Kosovo zijn een week aan de gang en her en der rijzen nu twijfels over hun effectiviteit en dus over hun wijsheid. Daardoor lijkt het bijna alsof zij ook figuurlijk als een donderslag bij heldere hemel kwamen. Maar dat is niet zo. De Tweede Kamer heeft de afgelopen maanden over elke stap in het `voortraject' tussen een Rambouillet-akkoord aangaande Kosovo of (anders) militaire acties gesproken. Zij vond en vindt in grote meerderheid dat er, gezien Miloševic' onbuigzaamheid en de noodsituatie in Kosovo, geen alternatief was voor die acties. Het is daarom de moeite waard in de gaten te houden wie wanneer welke twijfels ontwikkelde.

Nederland heeft weinig militaire traditie en weinig ervaring op het gebied van militaire operaties in het buitenland. In 1950 besloot de regering, tien jaar nadat de Duitse inval een einde had gemaakt aan de illusies van bijna 125 jaar neutraliteit, met tegenzin om militairen onder VN-vlag deel te laten nemen aan de oorlog in Korea. Dat kwam Den Haag slecht uit: de uitzending verstoorde de net begonnen opbouw van een goede Nederlandse NAVO-bijdrage. En het toenmalige kabinet-Drees/Van Schaik vond bovendien dat die eerste grote oefening in de Koude Oorlog een te sterk Amerikaans stempel droeg. Toch zouden tot 1954 een kleine 3.500 Nederlandse militairen in Korea (vrijwillig) dienen – en 120 sneuvelen – zonder dat er in de Tweede Kamer veel woorden aan werden vuilgemaakt.

Pas in 1982 gebeurde er weer iets dat in Nederland tot een groter debat over een militaire actie in het buitenland, en buiten het NAVO-gebied, had kunnen voeren. Daar was een voor VN-vredeshandhaving beschikbaar gesteld Nederlands Unifil-bataljon verrast door het Israelische leger, dat op doortocht naar het noorden was. Dat bataljon, dat niet van de wapens gebruik had gemaakt, werd in de volgende jaren teruggetrokken omdat het, zoals de toenmalige minister van Defensie De Ruiter, het zei, in Zuid-Libanon toch niets kon doen. Maar tot een groot debat, in het parlement of daarbuiten, kwam het in Nederland niet. Libanon was ver weg, Israel emotioneel dichtbij, er waren geen slachtoffers gevallen en de Tweede Kamer beschouwde het buitenlands beleid veel meer dan vandaag als een exclusieve zaak van de regering.

Dat was veranderd ten tijde van de Golf-oorlog, in 1990/'91. Irak was op 2 augustus 1990 begonnen met de bezetting en annexatie van Koeweit. Waarop de Veiligheidsraad van de VN een economisch embargo tegen Irak afkondigde en de Nederlandse regering besloot militair mee te doen aan het toezicht daarop. Er volgden belangrijke, en politiek omstreden stappen die de toenmalige minister van Defensie, de PvdA'er Relus ter Beek, twee jaar geleden heeft beschreven in zijn boek `Manoeuvreren, Herinneringen aan Plein 4'.

Ter Beek kreeg het kabinet en de PvdA-fractie in de Tweede Kamer achter een besluit om alvast twee fregatten naar de Straat van Hormuz te laten opstomen zonder dat al duidelijk was of en wanneer zij van hun wapens gebruik zouden mogen maken. Nagenoeg het gehele Nederlandse kabinet was met vakantie. In de PvdA-fractie was Ad Melkert, de huidige fractieleider, die een broer aan boord van een van de fregatten had, de woordvoerder van een kleine groep die Ter Beek groen licht gaf. Op de vraag wat die fregatten in een voorkomend geval met wapens zouden mogen doen gold enige tijd zelfs het antwoord: Coevorden (de woonplaats van Ter Beek) bellen!

Nederland, dat later nog Patriot-raketten aan Israel aanbood en onder druk van Buitenlandse Zaken later ook nog (vergeefs) had geleurd met een squadron F16-vliegtuigen voor de internationale anti-Irakmacht, raakte van dat dillemma pas echt bevrijd op 29 november 1990. Toen bepaalde de Veiligheidsraad dat de internationale gemeenschap ,,met alle noodzakelijke middelen'' zou optreden als Irak niet binnen zes weken uit Koeweit zou verdwijnen. Voor een hilarische episode zorgde trouwens het Nederlandse F16-squadron, dat in Turkije, Quatar, Oman en Egypte werd geweigerd en uiteindelijk thuis bleef.

Op 17 januari '91 begon de Golf-oorlog met de Amerikaans-Brits-Franse operatie Desert Storm. Premier Lubbers hield een toespraak voor radio en televisie. Hij zei, met een variant op het oudtestamentische verhaal over het beleg van Jericho (Jozua 6), dat velen ,,zeven maal zeven mijl'' waren gegaan voor een vreedzame oplossing maar dat nu de wapens moesten spreken in het belang van de internationale rechtsorde.

,,Laten wij waardig zijn; elkaar steunen in de wens van allen om te komen tot herstel van het recht; in de wens van allen ook dat het geweld niet van lange duur hoeft te zijn; dat er zo min mogelijk mensen sneuvelen, zo min mogelijk ook in het arme volk van Irak'', zei Lubbers. Zijn opvolger Kok hoeft slechts Irak te veranderen in Servië en Kosovo en klaar is hij voorlopig.