Bedachtzaam en beminnelijk

De gemelde executie van Fehmi Agani (66) is een illustratie van de diepe minachting van het Servische regime voor zijn Albanese onderdanen. In Belgrado en Rambouillet zaten de Servische leiders tegenover de beminnelijke Agani, schudden hem de hand, maakten grapjes. Met evenveel gemak lieten ze hem zondag doodschieten.

Professor Fehmi Agani zal niet verbaasd zijn geweest over zijn dood. Illusies over de Servische tegenvoeters had hij niet. In juni vorig jaar vertelde Agani op het dakterras van restaurant Pëllumbë in Priština over zijn recente bezoek aan president Slobodan Miloševic. Miloševic had zich een innemend gastheer getoond, vertelde Agani. Hij had een pauze in de vijandelijkheden beloofd, want het moest toch mogelijk zijn om samen een vreedzame oplossing te vinden.

Blij over zoveel inschikkelijkheid van de Grote Krokodil reed de Kosovaarse delegatie terug naar Kosovo. Onderweg stuitte ze op een lange rij vrachtwagens. Nog voor het gesprek met de Kosovaren had Miloševic bevel gegeven de voedsel- en benzinetoevoer tijdelijk af te snijden. En een week later opende de Servische leider zijn eerste bloedige offensief. ,,Een handige tacticus, maar een beperkt mens'', oordeelde Agani. ,,Heeft hij een probleem, dan creeërt hij een nieuw probleem om het vorige te vergeten. Maar de waarde van een politicus blijkt uiteindelijk uit zijn vermogen problemen op te lossen.''

Zelf was de grijze, bedachtzame en zacht sprekende socioloog altijd bereid tot praten – zij het niet met een pistool op zijn hoofd. Toen de oorlog al was begonnen, kwam Agani vorig jaar met de Serviërs tot een akkoord dat Kosovaarse studenten in de gelegenheid stelde weer van collegezalen gebruik te maken. Als enige durfde hij toen al te opperen dat Kosovo voorlopig met minder dan totale onafhankelijkheid genoegen moest nemen. In de lokale pers waren de doodsdreigingen niet van de lucht. Agani bleef gewoon rondreizen: hij vertrouwde er – terecht – op dat hij geen echte vijanden had onder zijn landgenoten.

Agani was en bleef de trouwe raadgever van Ibrahim Rugova, de `schaduwpresident' van de Kosovaren. Hij was één van de vice-voorzitters van diens Democratische Liga van Kosovo (LDK). Agani gold als een architect van de vreedzame segregatie, die ingang deed nadat de Serviërs een eind maakten aan de autonomie van Kosovo in 1989. Die politiek behelste dat Kosovaren elk geweld schuwden en net deden of ze al onafhankelijk waren. Men richtte een schaduwstaat op, met eigen scholen, ziekenhuizen, een parlement en een president.

De LDK-leiders raakten in het defensief toen Kosovo werd genegeerd bij het sluiten van het Bosnische vredesakkoord in 1995. Het woord was daarna aan de heethoofden van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK, en ook binnen de LDK zochten politici een agressievere koers. Agani bleef de voorman van de gematigden. Hij nam deel aan de intriges om de radicalen binnen zijn partij onschadelijk te maken en ontkende het bestaan van het UÇK tot die ontkenning potsierlijk werd. Überhaupt was het een man die zijn woorden zorgvuldig woog en zelden betrapt werd op versprekingen. Wat dat betreft was Agani een echte politicus. Maar wel van het soort dat problemen wilde oplossen.

De Serviërs is het kennelijk om het even. Voor Belgrado zijn alle Kosovaarse leiders terroristisch ongedierte, dat alleen in leven mag blijven uit tactische overwegingen. En nu die niet langer opgang doen, blijkt weer dat redelijke, inschikkelijke mensen het gemakkelijkst te vermoorden zijn.