Adoptie

Rita Kohnstamm slaat in NRC Handelsblad van 20 maart de plank ernstig mis. Tendentieus, want niet beargumenteerd, en wemelend van kleine en grotere onjuistheden.

Er komt veel kijken bij interlandelijke adoptie, en om die reden zijn dan ook verschillende organisaties die zich met deze materie bezighouden. In Nederland zijn dat het ministerie van Justitie (vaststellen criteria), de Raad voor de Kinderbescherming (toetsing aspirant adoptie-ouder(s)) en vervolgens niet één, zoals Kohnstamm stelt, maar zes vergunninghoudende organisaties die bemiddelen bij adoptie. De door haar genoemde bemiddelaar, Bureau Interlandelijke Adoptie, is in 1986 opgegaan in Wereldkinderen. Sinds 1989 is daar vervolgens nog een organisatie aan toegevoegd, namelijk bureau VIA (Voorlichting Interlandelijke Adoptie). Kortom: alle noodzakelijke taken vanaf voorlichting, toetsing tot en met plaatsing zijn ondergebracht bij afzonderlijke organisaties.

Waar wordt haar stelling op gebaseerd dat de adoptiewereld een gesloten wereld is, waar dezelfde personen zich met de verschillende aspecten bezighouden en waar weinig of geen verhaal te halen is als men wordt afgewezen? Zelf ben ik al geruime tijd werkzaam in deze `gesloten wereld'. Mij is niets bekend van collega's die zich met meerdere taken bezighouden en/of voor meerdere organisaties werkzaam zijn. Bij afwijzing of klachten staat een beroepsmogelijkheid c.q. klachtenprocedure open.

Ook de opmerking dat ouders, die zelf een kind op hun weg vinden, gebruik móeten maken van een officiële bemiddeling is niet correct. Voor echtparen, sinds kort ook voor alleenstaanden die beschikken over een eigen contact, bestaat geen verplichting om gebruik te maken van formele bemiddeling. Deze zogenoemde `zelfdoe'-procedures worden slechts getoetst door een bemiddelaar, waarna een advies wordt uitgebracht aan Justitie.

Dat dertig procent van de adoptie uitmondt in problematische ouder-kindrelaties is uit de lucht gegrepen. Niet één onderzoek meldt dit percentage, en zeker niet in dit verband.

De wetgeving in Nederland stelt voorwaarden, ook ten aanzien van de leeftijd van de ouders. Ik geef grif toe dat dit niet tot de meest prettige leesstof behoort. En dit ligt niet uitsluitend aan de opsteller die `geen gelukkige hand van schrijven' heeft. Hoe discutabel deze leeftijdseisen ook zijn, in tegenstelling tot de biologische klok is het dan wel rechtvaardig te noemen dat deze eisen ook voor mannen gelden.