`Wurger van Renault' gaat Nissan saneren

Naast technische voordelen heeft Nissan vooral financieel profijt van de deal met Renault. Renaults zwaargewicht Carlos Ghosn, alias `de wurger', gaat zich daar voor inzetten.

Renault president Louis Schweitzer was afgelopen zaterdag zeer zorgvuldig in het voorkomen van gezichtsverlies van zijn Japanse collega Hanawa, president van Nissan. ,,Een ommekeer bij Nissan moet door het bedrijf zelf worden bereikt'', zei de beleefde Fransman onder meer. Maar Yoshikazu Hanawa zei luid en duidelijk waar het heden ten dage aan schort bij zijn bedrijf Nissan. Hij wil via de alliantie met Renault ,,geld en know-how op gebied van marketing en kostenreductie'' binnenhalen. Hanawa erkende dat vooral kostenreductie ,,zeer moeilijk'' is, maar dat Renault ,,de expertise heeft''. Het geld is nu binnen en voor de expertise komt Carlos Ghosn, alias Le Cost-Cuttèr, uit Frankrijk om vanaf juli als tweede man feitelijk de dagelijkse leiding bij Nissan over te nemen. Ghosn, die zelfs wordt getipt als opvolger van Schweitzer bij Renault na het jaar 2000, heeft de reputatie dat hij een tweede Lopez is. De supersaneerder uit Baskenland die halverwege jaren negentig Volkswagen heeft gesaneerd.

Ghosn staat bij Nissan voor eenzelfde operatie. Nissan heeft schulden van 2.500 miljard yen (42 miljard gulden) en Moody's beoordeelt Nissan qua kredietwaardigheid inmiddels als ,,speculatief''. Het afgelopen jaar realiseerde de leiding van Nissan zich dat ingrijpen noodzakelijk was. In een herstructureringsplan kondigde Nissan onder meer aan prioriteit te zullen leggen op winstgevendheid in plaats van marktaandeel, ontvankelijker te willen zijn voor marktwensen en in drie jaar tijd een kostenreductie van 6,6 miljard gulden door te willen voeren.

Als tweede man bij Renault heeft Carlos Ghosn hierin de afgelopen drie jaar uitgebreide ervaring opgedaan, waaraan hij ook zijn bijnaam Le Cost-Cuttèr heeft te danken. ,,Renault heeft de afgelopen jaren sterke kostenreductie doorgevoerd en weet hoe het moet inkopen'', aldus Ghosn zaterdag na afloop van de formele persconferentie tegenover een kleine groep journalisten over zijn Japanse uitdaging. Ghosn, `de wurger van Renault' en geboren in Latijns-Amerika, kwam in 1996 na een lang verblijf in de Verenigde Staten op het hoofdkwartier van Renault terug om de koers van het bedrijf te veranderen: ,,Terug uit de VS zeiden sommigen direkt tegen me: `Het gaat hier in Frankrijk anders'. Maar we hebben het gedaan.'' Kostenreductie zal deels komen uit de schaalvergroting die uit de alliantie voortvloeit. Maar bij Nissan zelf zal ook de relatie met toeleveranciers moeten veranderen. ,,Er moet een veel zakelijkere relatie met leveranciers ontstaan'', zegt Ghosn over de nauwe relatie in Japan vaak bestaat.

Op weg naar een ,,zakelijkere'' relatie heeft Nissan de afgelopen maanden al zijn aandeel in vijf toeleveranciers verkocht en nog minstens tien staan in de etalage. ,,Stappen in de goede richting'', aldus Ghosn. Maar voor een werkelijke ommekeer van Nissan is het volgens hem nodig dat ,,de consument in het bedrijf centraal staat''.

Een vraagteken in de Frans-Japanse samenwerking blijft de positie van vrachtwagenproducent Nissan Diesel. Renault neemt een aandeel van 22,5 procent in dit bedrijf, ook al erkent het dat het niet goed op de hoogte is van de financiële situatie. Nissan Diesel werkt samen met DaimlerChrysler aan de ontwikkeling van een lichte vrachtwagen en Nissan zelf was tot voor kort ook met deze Duits-Amerikaanse gigant in gesprek over vergaande samenwerking. Deze gesprekken zijn afgebroken en Nissan stelde Renault voor het blok: dochter Nissan Diesel in het akkoord of geen akkoord. Terwijl Renault acht maanden tijd heeft gehad om Nissan zelf door te lichten moet men bij Nissan Diesel maar hopen dat er geen lijken uit de kast komen. ,,Op basis van wat we hebben gezien denken we dat die er niet zijn'', aldus Ghosn.

De Japanse minister van Internationale Handel en Industrie, Kaoru Yosano, verwelkomde de alliantie van Nissan en Renault als ,,een transactie die past in het programma voor revitalisering van de industrie dat Japan probeert door te voeren''. De Nihon Keizai Shinbun (Japans Economisch Dagblad) formuleerde dit een week geleden in een redactioneel commentaar concreter: ,,Wat maakt het uit of het DaimlerChrysler is of Renault. In deze tijd dat alle grote banken hun financiële steun moeten herzien is buitenlands geld de enige overgebleven levenslijn van Nissan.''

Met sterk gestegen kosten in Japan en de recessie in de thuismarkt hebben industrieën die zich niet op tijd hebben aangepast het moeilijk gekregen. Nissan is inmiddels Japans tweede grote autoproducenten waar de dagelijkse leiding wordt overgenomen door buitenlanders. In 1996 breidde Ford zijn aandeel in Mazda uit tot een derde en sindsdien hebben mannen van Ford bij Mazda de leiding in handen. Na jaren verlies haalde Mazda afgelopen jaar weer een positief resultaat. Ook Mitsubishi – dat in Born met Volvo samenwerkt – heeft problemen en heeft de voelsprieten uitstaan voor verdere internationale samenwerking. Het afgelopen jaar leidde men fors verlies en het bedrijf is bezig met herstructurering door onder meer personeelsreductie en verkoop van een fabriek.

Het duo Toyota en Honda draagt zodoende tegenwoordig het vaandel van de onafhankelijke Japanse autoindustrie. Toyota is na General Motors en Ford de derde autofabrikant ter wereld en wordt technologisch hoog ingeschat. Het bracht bijvoorbeeld als eerste ter wereld een zuinige `hybride' auto op de markt die gelijktijdig op benzine en electriciteit kan rijden. De toekomst is volgens Toyota aan `fuell cells' die slechts waterstof gebruiken en in deze ontwikkeling ziet men als enige concurrent de Duitsers, het huidige DaimlerChrysler. Toyota en Honda behoren doorlopend tot de meest winstgevende bedrijven in het land, hoewel op de thuismarkt momenteel nauwelijks wordt verdiend.