Veelzijdige `lettré'

Schrijver, dichter, essayist, criticus en biograaf Pierre H. Dubois is afgelopen woensdag op eenentachtigjarige leeftijd in zijn woonplaats Den Haag overleden. Dubois heeft een omvangrijk letterkundig werk op zijn naam staan, in alle opzichten was hij een `homme des lettres', een ouderwetse `lettré' die zich niet beperkte tot een genre. In 1941 debuteerde hij met de poëziebundel In den vreemde. Met deze verzorgde, gestileerde verzen van zelfonderzoek en inkeer sloot hij aan bij de poëzie rond het tijdschrift Criterium.

Sinds zijn verhuizing in 1952 van Amsterdam naar Den Haag speelde Dubois een vooraanstaande rol in het Haagse kunstleven. Hij kreeg tussen 1952 en `80 een aanstelling als chef van de kunstredactie van het inmiddels verdwenen dagblad Het Vaderland. Naast literatuur genoot het toneel zijn belangstelling, waaraan hij, behalve in recensies, uiting gaf in een monografie over Paul Steenbergen, een groot acteur van de Haagse Comedie. Dubois noemde dit boek Kaleidoscoop van een acteur (1984), waarin hij met de techniek van de innerlijke monoloog een gevoelvol beeld geeft van de introverte toneelspeler.

Dubois voelde zich verwant met de keuze voor de `vent' in de literatuur van het tijdschrift Forum (1932-1936). Hij beschouwde Het land van herkomst van E. du Perron als een van de grootste romans uit de Nederlandse literatuur, niet in de laatste plaats door het felle, vitale individualisme van Du Perron dat hem sterk aansprak. Dubois sloot vriendschap met een groot aantal auteurs, onder wie Cola Debrot, Menno ter Braak, Du Perron en Jan Gresshoff. In romans als In staat van beschuldiging (1958) en Requiem voor een verleden tijd (1984) geeft hij uitdrukking aan zijn overtuiging dat schrijven bij uitstek een manier van leven is. Voor Dubois is een schrijver pas dan belangwekkend, wanneer deze zijn persoonlijkheid niet buiten schot stelt. De essaybundel Over de grens van de tijd (1997) is een subjectief verslag van zijn leeservaring van auteurs als P.N. van Eyck, Maurice Gilliams en Herman Teirlinck. Over enkelen is de schaduw van de tijd gevallen; Dubois wilde hen weer voor het voetlicht plaatsen.

In twee bundels Memoranda blikt Dubois terug op zijn verleden, onder meer als correspondent in Brussel. Ook hierin blijkt de intense verstrengeldheid van leven en literatuur. Dubois komt de eer toe tal van Franstalige schrijver voor Nederland ontdekt te hebben, zo vertaalde hij De woorden (Les Mots) van Sartre en verschenen de detectives en ook romans van Georges Simenon door zijn toedoen in vertaling. Samen met zijn vrouw Simone Dubois wijdde hij zijn laatste levensjaren aan de verlichte, achttiende-eeuwse schrijfster Belle van Zuylen over wie het schrijversechtpaar een monumentale biografie schreef: Zonder Vaandel, Belle van Zuylen, 1740-1805 (1993). Een jaar later verschenen Dubois' verzamelde gedichten onder de titel Stenen en sterren. Deze titel is voor de dichter Dubois toepasselijk; hij wilde het aardse en hemelse verenigen in de kunst. Een hoogtepunt is het essayistische gedicht Drie kantieke gedichten voor tijdgenoten, waarin componist Joseph Haydn in 1790 voor het eerst door een sterrenkijker kijkt en op duizelingwekkende wijze ook vooruit kan blikken in de tijd. Hij ontwaart de dood van Mozart, die toen nog een jaar te leven had. Dubois eindigt het gedicht met een loflied op de kunst, de muziek: ,,Mozart is dood! - (-) Wat nu nog?/ Enkel muziek, huilt hij, sterren en wereld en dingen - / enkel muziek.''