Samenwerking ontbrak na tunnelbrand

Niet alleen was de beveiliging van de Mont-Blanctunnel onvoldoende, ook was de samenwerking tussen de Italiaanse en Franse autoriteiten gebrekkig.

Steeds meer feiten werpen een pijnlijk licht op de gebrekkige veiligheidsinspanning van de Franse en Italiaanse maatschappijen die de Mont-Blanctunnel exploiteren. Een catastrofe zoals die van afgelopen woensdag, waarvan het dodental is opgelopen tot veertig, was lang voorspeld.

De uit 1965 daterende tunnel is al sinds begin jaren tachtig uit de schulden. Sindsdien brengt hij de Franse staat honderden miljoenen op. Toch wilde men het verkeer geen uur stilleggen om evacuatie- en brandweeroefeningen in de tunnel te doen. Ook bleken telefoons en evacuatiekamers in de tunnel niet naar behoren te werken.

Daardoor moest een medewerker van de Italiaanse beheersmaatschappij een poging om mensen in de tunnel te helpen na het uitbreken van de brand met de dood bekopen. De man werd met iemand anders gevonden in een van de noodcabines die om de 600 meter in de tunnel zijn aangebracht, met hun gezichten tegen het luchtrooster.

Italiaanse kranten schrijven vanmorgen dat veel slachtoffers mogelijk zijn gestikt in rookwolken omdat het ventilatiesysteem slecht werkte en verkeerd is gebruikt. De twee beheersmaatschappijen van de tunnel zouden hun acties niet op elkaar hebben afgestemd. Aan de Franse kant zou het ventilatiesysteem te laat zijn aangezet. Aan de Italiaanse zijde zou er verse lucht zijn gepompt in de ventilatiegangen, waardoor er rookwolken naar de Franse kant van de tunnel werden gedreven, terwijl de pompen beter gebruikt hadden kunnen worden om rook weg te pompen.

Pietro Lunardi, voorzitter van de Italiaanse onderzoekscommissie naar de ramp, heeft intussen gezegd dat de veiligheidsvoorzieningen in de tunnel onvoldoende waren. Hij waarschuwde dit weekeinde dat ook ander Italiaanse tunnel gevaarlijk zijn. Alleen de Sint-Gothard tunnel is volgens hem veilig, omdat die aan de Zwitserse kant een vluchttunnel heeft. In Frankrijk worden ook vragen gesteld over de veiligheid van tunnels. Rondom Parijs is men van plan de buitenste ringweg met kilometerslange zeer lage tunnels te sluiten.

Volgens de Franse tunneldirecteur Rémy Chardon is overigens alles gedaan om de veiligheid van de reizigers zeker te stellen. Na een alarmerend rapport in 1998 is geïnvesteerd in nieuwe brandmelders. Maar uit getuigenissen in Chamonix, aan de Franse ingang van de 11,6 kilometer lange tunnel, blijkt dat met aanbevelingen over onvoldoende veiligheidsvoorzieningen verder weinig is gedaan. Het reddingsmateriaal aan de Italiaanse en Franse kant sluit bovendien niet op elkaar aan.

Chamonix voelt zich in de steek gelaten door de tunnelmaatschappij, die van de stad brandweer- en andere hulp verwacht, maar geen cent bijdraagt. `De kip met de gouden eieren' staat vandaag in een kwaad daglicht. De burgemeester van de stad heeft er opnieuw voor gepleit de tunnel vrij van vrachtverkeer te maken. De vallei leidend naar Chamonix lijdt onder het vrachtverkeer dat de laatste twintig jaar sterk is gegroeid. Opnieuw wordt gepleit voor inschakeling van de trein voor vrachtvervoer, dat voorlopig uitwijkt naar de tunnel van Fréjus.

Ook in het Italiaanse Aosta worden de vrachtwagens als het grootste probleem gezien. ,,Op veel dagen zijn dat er wel drie- à vierduizend'', zegt Elio Riccarand, coördinator van de regionale afdeling van de Groenen. ,,Dat betekent gevaar, vervuiling, lawaai. En weet u hoeveel er door de Zwitserse tunnel van de Grote Sint-Bernard gaan? Honderd per dag en geen enkele boven de 28 ton. De rest gaat per trein, of gaat niet.''

,,In dit soort tunnels zouden vrachtwagens op honderd meter afstand van elkaar moeten rijden, met een maximumsnelheid van zestig, zeventig kilometer per uur,'' zegt Fernando De Simone, directeur Italië van de Noorse bouwmaatschappij Eko System, die over heel de wereld tunnels aanlegt. ,,Maar deze regels zijn lastig: ze maken het niet mogelijk dat er per jaar 700.000 vrachtwagens door de tunnel gaan, met de bijbehorende inkomsten.''