Pianoconcert (1927) in première

De tentoonstelling over de Leidse wortels van De Stijl het stedelijk museum De Lakenhal in Leiden werd tijdens een `Dageraadconcert' in de Stadsgehoorzaal ingeleid met een première van de enige componist die met Piet Mondriaan heeft samengewerkt: Jakob van Domselaer (1890-1960). Op waarlijk souvereine wijze vertolkte Kees Wieringa het `gloednieuwe' Tweede pianoconcert uit 1927. In 1913 begon Van Domselaer aan zijn pianocyclus Proeven van Stijlkunst, maar in 1916 braken componist en schilder met elkaar. Mondriaan: ,,Zijn muziek is nu nog enkel de dossinant, Ik vind het verdomd leelijk en zei dat ook. Hij wil God zijn, toch hard zie je, als je zulke vrienden was.''

Met die `dossinant' valt het wel mee. Na het gedurfdste experiment met de onvoltooide Negende Proeve van Stijlkunst vol van nog steeds verbazingwekkende `klankstollingen' sloeg Van Domselaer een andere en nog steeds enigszins duistere weg in. Maar dissonantrijk is deze niet, de onherbergzame woestijnen, de dode einders van sneeuw en nevels zoals Matthijs Vermeulen het noemde werden verlaten: het nieuwe idioom is juist veel toegankelijker! In wezen grijpt Van Domselaer terug op de late Beethoven, op verheven sereniteit en fiere flonkering. Een goed voorbeeld geeft de Negende Sonate (1924). Het rapsodische Tweede pianoconcert toont daarvan een verdere uitbouw, geheel in de traditie van Brahms, Busoni, Reger, Strauss. Opvallend is de harmonische omslag vol onvoorspelbare wisselingen en typerend meteen het begin: een allegro-fantasie boven een chromatisch dalende bas die abrupt overgaat in een allegretto. Ik telde zo'n zeventiental tempowisselingen alleen al in dat eerste deel! Onstuimig, lyrisch, weerbarstig: het volgt elkaar pijlsnel op, aangestuurd door de piano, quasi-improviserend en virtuoos. Het Adagio heeft een langere adem en is vooral Beethoveniaans van allure. Koket klinkt het direct aansluitende Allegretto vivace. Curieus is in de cadens de mogelijkheid om de gehele rechterhand eventueel een octaaf hoger te spelen; bijzonder fraai klinkt nog een lyrisch extatische fluitsolo. Over het algemeen is dit concert doorzichtiger geïnstrumenteerd dan het Eerste pianoconcert, maar als het orkest alleen speelt mag het wel degelijk uitpakken. Hoe overtuigend gespeeld ook, in de akoestiek van de Stadsgehoorzaal kan het koper beter niet voluit gaan.

Een uitdaging voor elke volgende uitvoering vormen de wisselingen in harmonie en in sfeer. Het is te hopen dat dit concert de kans krijgt repertoire te maken. De Sonate uit 1924 heeft Van Domselaer eenmaal in 1948 door de radio gehoord in een uitvoering van prof. Masaryck uit Ostrawa. Het Eerste pianoconcert ging april 1929 in première door de componist met het Utrechts Stedelijk Orkest in een slechte uitvoering want er was nauwelijks repetitietijd.

Concert: Nederlands Balletorkest o.l.v. Jeppe Moulijn, met Kees Wieringa piano. Gehoord 28/3 Stadsgehoorzaal Leiden. Radio: 5/5 Radio 4 NPS.